Dekker stelt invoering lerarenregister uit op verzoek van Eerste Kamer

Er is nog te weinig draagvlak onder leraren voor het lerarenregister. Bovendien sluit het wetsvoorstel lerarenregister onvoldoende aan op de schoolcontext, levert het administratieve lasten op voor scholen en zijn er vraagtekens te plaatsen bij de arbeidsrechtelijke consequenties van niet-herregistratie. Mede daarom heeft staatssecretaris Dekker (Onderwijs) op verzoek van de Eerste Kamer besloten om de invoering van het lerarenregister met een jaar uit te stellen.

Een meerderheid van de Tweede Kamer stemde in oktober 2016 in met het wetsvoorstel lerarenregister. Dit register is een initiatief van de Onderwijscoöperatie en verplicht leraren om zich (aanvankelijk) vanaf 1 augustus 2017 te registreren. Om te voldoen aan de eisen van de (her)registratie moeten leraren zich voldoende bijscholen. Leraren die niet in aanmerking komen voor herregistratie, kunnen door schoolbesturen niet meer worden ingezet als volwaardig leerkracht

De PO-Raad heeft de professionalisering van leraren hoog in het vaandel staan en meent dat het lerarenregister als sluitstuk hiervan kan bijdragen aan het verhogen van de kwaliteit van het onderwijs. De huidige opzet van het wetsvoorstel lerarenregister baart de PO-Raad, VO-raad en MBO Raad echter veel zorgen. Deze hebben zij geuit in hun brief aan de Eerste Kamer.

Onvoldoende draagvlak onder leraren

Allereerst kaarten de drie sectororganisaties het belang van voldoende draagvlak en enthousiasme van de beroepsgroep voor een lerarenregister aan. Uit cijfers van het kabinet blijkt echter dat 32.000 leraren zich vrijwillig heeft geregistreerd. Een petitie van Leraren in Actie tegen het register is daarnaast inmiddels ruim 26.500 maal ondertekend. Het ontbreken van draagvlak en het overwegend negatieve sentiment in het veld zorgen volgens de sectororganisaties voor een groot risico voor een succesvolle implementatie van het lerarenregister.

Aansluiting bij schoolcontext

Het risico geldt niet alleen voor leraren zelf, maar ook voor schoolbesturen, die de consequenties dragen van het in dienst hebben van niet-geregistreerde leraren. De professionalisering van leraren is een essentieel element van het onderwijs- en personeelsbeleid van schoolbesturen, maar deze verantwoordelijkheid heeft geen vertaling gekregen in de verschillende onderdelen van het wetsvoorstel. Met de huidige bepalingen en regels kunnen schoolbesturen in onvoldoende mate een bijdrage leveren aan het slagen van het lerarenregister. De PO-Raad, VO-raad en MBO Raad roepen de politiek daarom op om bij de inrichting van de implementatiefase eerst in te zetten op de verhoging van de betrokkenheid van scholen en besturen bij het lerarenregister.

Een ander punt van zorg zijn de basisgegevens die schoolbesturen moeten aanleveren voor het register. De regering geeft aan dit proces zo eenvoudig mogelijk te willen maken, maar de administratieve lasten voor scholen zullen hoe dan ook toenemen, zo blijkt uit de voorlopige conclusies van de impactanalyses die recentelijk zijn uitgevoerd. Deze analyses wijzen daarnaast uit dat het onhaalbaar is om een volledige levering op 1 augustus 2017 klaar te hebben. De PO-Raad, VO-raad en MBO Raad pleiten er dan ook voor om een eventuele invoeringsdatum op te schuiven tot ten minste 1 augustus 2018.

Arbeidsrechtelijke consequenties van niet-herregistratie

Tot slot zetten de sectororganisaties vraagtekens bij de arbeidsrechtelijke gevolgen van niet-herregistratie. In zowel het wetsvoorstel zelf als in de antwoorden op de vragen van de Eerste Kamer stelt de regering dat het aan sociale partners is om afspraken te maken over deze arbeidsrechtelijke gevolgen van niet-herregistratie. Maar de PO-Raad, VO-raad en MBO Raad maken zich zorgen over de juridische haalbaarheid hiervan. ‘Het niet-herregistreren’ is namelijk geen grond waarop een arbeidsovereenkomst kan worden opgezegd of ontbonden. De organisaties pleiten daarom voor het uitvoeren van een juridische toets op dit punt, voordat de Eerste Kamer een besluit neemt over het wetsvoorstel.

Lees meer over de zorgen van de sectororganisaties in de brief die zij hierover naar de Eerste Kamer stuurden.

UPDATE: Dekker stelt lerarenregister op verzoek Eerste Kamer uit

Om te voorkomen dat er een valse start wordt gemaakt, laat staatssecretaris Dekker (Onderwijs) alle fases van het lerarenregister in elk geval één jaar later ingaan dan gepland. In de oorspronkelijke plannen van de staatssecretaris zou de registratie dit jaar op 1 augustus beginnen. Maar een bezorgde Eerste Kamer vroeg, bij monde van PvdA-senator Sent, om uitstel. De PO-Raad liet in dagblad Trouw weten opgetogen te zijn dat de invoering van het register wordt uitgesteld.

Verder zegde Dekker in het debat in de Eerste Kamer toe dat er in elke fase van de invoering zal worden bekeken of het verantwoord is om tot de volgende fase over te gaan. Ook gaf de staatssecretaris aan de arbeidsrechtelijke gevolgen van het wetsvoorstel mee te nemen in de evaluatie van het lerarenregister.

De Eerste Kamer ging op 21 februari daarop akkoord met het wetsvoorstel lerarenregister. Het lerarenregister wordt nu vanaf volgend jaar gefaseerd ingevoerd tot en met 2027. Vanaf augustus moeten scholen gegevens aanleveren over hun onderwijsgevende personeelsleden, zodat zij zichzelf vanaf 1 augustus 2018 in het register kunnen terugvinden. De 250.000 leraren in het basis-, voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs gaan daarna werken aan de registratie van hun professionalisering. In 2023 moeten leraren kunnen aantonen dat ze voldoende professionaliseringsactiviteiten hebben uitgevoerd én voldoende vlieguren hebben gemaakt om voor herregistratie in aanmerking te komen. Wie niet aan de herregistratie-eisen voldoet, krijgt in 2023 een zogenaamde aantekening. Vanaf 2027 mag een leraar die niet geregistreerd is, niet meer zelfstandig voor de klas. Ook die datums zijn een jaar opgeschoven ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel.

Laatst gewijzigd: 
maandag 19 juni 2017

Nieuwscategorieën