Dekker tegen recht op volledige doordecentralisatie huisvesting

Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) is tegen het plan om schoolbesturen het recht te geven op volledige doordecentralisatie van de huisvestingsverantwoordelijkheid. In een brief aan de Tweede Kamer geeft hij aan dat daaraan te veel risico’s kleven. De PO-Raad pleit al een aantal jaren voor een recht op doordecentralisatie voor scholen die in staat zijn om verantwoordelijkheid te dragen voor investeringen in huisvesting. Het is voor veel schoolbesturen bovendien een logisch vervolg op de overheveling van het onderhoud.

Het recht op volledige doordecentralisatie houdt in dat een schoolbestuur dat aan bepaalde voorwaarden voldoet, de verantwoordelijkheid voor investeringen in huisvesting plus bijbehorend budget mag overnemen van de gemeente. De staatssecretaris is tegen het recht op volledige doordecentralisatie vanwege het risico op ‘cherry picking’. Daarbij zouden alleen scholen voor wie het financieel gunstig is, kiezen voor doordecentralisatie. Een school met een relatief nieuw gebouw zou dan eerder kiezen voor doordecentralisatie dan een school met een ouder gebouw. Want deze school krijgt dan zelf de beschikking over een huisvestingsbudget, maar hoeft hier slechts weinig van uit te geven vanwege relatief lage onderhoudskosten.

Helaas gaat de staatssecretaris voor een groot deel voorbij aan de voordelen van volledige doordecentralisatie. Zoals bekend is de huisvestingssituatie in het primair onderwijs slecht. Met slechts 70 nieuwbouwprojecten per jaar en een gebouwenbestand dat gemiddeld 40 jaar oud is wordt de situatie er niet beter op. Dit temeer omdat renovatie van scholen in de wetgeving, niet is geregeld. Volledige doordecentralisatie zal daarom alleen maar leiden tot meer investeringen in bestaande gebouwen en een stijging van het aantal nieuwbouwprojecten. Een ander groot voordeel waaraan voorbij gegaan wordt is dat gemeenten en schoolbesturen bij volledige doordecentralisatie “aan de voorkant” goede inhoudelijke afspraken kunnen maken over het onderwijs in de gemeente. Daarmee wordt ook voorkomen dat veel energie gaat zitten in discussies over wel of geen nieuwbouw en het aantal daarbij horende m2.

Verevening

Bovendien kan ‘cherry picking’ met verevening worden voorkomen. Verevening houdt in dat scholen wel een gelijk jaarlijks bedrag per leerling ontvangen, maar dat zij – afhankelijk van de kwaliteit van het gebouw/de gebouwen die ze krijgen overgedragen – daar een prijs voor moeten betalen, dan wel er geld bij krijgen. Scholen die een relatief goed gebouw krijgen overgedragen, zouden dan moeten betalen en scholen die een kwalitatief slecht gebouw krijgen overgedragen, zouden dan geld toe krijgen. Zo kunnen scholen in een meer gelijkwaardige positie worden gebracht.

Wat de discussie ook compliceert in de ogen van de staatssecretaris zijn factoren als de verschillen in boekwaarde van grond en gebouwen. Echter, doordecentralisatie is een kwestie van maatwerk. De verschillen in boekwaarde zijn daarbij niet echt relevant. Sterker nog, in de huidige situatie beperken de forse verschillen in boekwaarde van gebouwen de gemeentelijke investeringsruimte. Doordecentralisatie ondervangt dat dus.

De staatssecretaris vraagt ook aandacht voor de autonomie van de gemeente. Deze wordt – volgens de staatssecretaris - minder door het recht op doordecentralisatie. Het tegendeel is waar. Niet alleen kan dit juridisch worden ondervangen, maar belangrijker is nog dat het maken van de afspraken aan de voorkant juist leidt tot een grotere invloed van de gemeente op het proces als geheel en de inhoudelijk te maken afspraken.

Voorlichting

De staatssecretaris is voornemens meer aandacht te besteden aan voorlichting op het terrein van volledige doordecentralisatie, door daarvoor middelen beschikbaar te stellen. Dit geeft uitvoering aan het vorig jaar ondertekende Bestuursakkoord en sluit aan bij de plannen van de PO-Raad om een brochure te publiceren over de voor en nadelen van doordecentralisatie.

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 24 februari 2015