Discussie over toezicht onderwijs gaat verder

Het verantwoorden van de onderwijskwaliteit aan de Inspectie van het Onderwijs zorgt voor extra werkdruk. Ongeveer 75 procent van de leraren en schooldirecteuren in het basisonderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs heeft daar last van, zo blijkt uit een enquête van de Algemene Onderwijsbond (AOb). Op 9 april organiseren de PO-Raad, VO-raad en AVS Onderwijspoort waarin onderwijs en politiek over het onderwijstoezicht van de toekomst debatteren.

De AOb ondervroeg 3400 leraren, teamleiders en directeuren naar hun ervaringen met controles door de Inspectie. In de Volkskrant laat hoofdinspecteur Arnold Jonk weten dat hij herkent dat scholen voor een bezoek door de Inspectie extra administratieve druk ervaren. Maar het gaat de Inspectie uiteindelijk niet om het ‘papierwerk maar om de kwaliteit van het onderwijs’, zegt hij.

Rol Inspectie

In het land is momenteel een discussie gaande over de toekomstige rol van de Inspectie. De Inspectie zelf werkt aan een nieuw toezichtskader waarin breder naar het onderwijs wordt gekeken. Ze wil gedifferentieerd toezicht houden. Dit thema is ook onderwerp van gesprek tijdens Onderwijspoort dat de PO-Raad, VO-raad en AVS organiseren op 9 april.

In haar weblog schrijft Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad deze week dat het belangrijk is een goede discussie te voeren over het toezicht in de toekomst. Dat de Inspectie naar meer dan alleen naar taal en rekenen gaat kijken, is een goede zaak vindt ze. 'Van scholen die meedoen aan de pilots met gedifferentieerd toezicht horen we enthousiaste geluiden. Maar kan het gedifferentieerde toezicht ook op een andere manier worden geregeld? Is de Inspectie wel rolvast als ze zich hiermee gaat bezighouden of wordt ze dan een soort onderwijsadviesbureau?’

Laatst gewijzigd: 
donderdag 2 augustus 2018

Nieuwscategorieën