Diverse moties aangenomen rond passend onderwijs

Minister Slob zal dit jaar nog afspraken maken met de samenwerkingsverbanden over het zo snel mogelijk inzetten van financiële reserves. Ook moet hij in overleg met het veld alvast een landelijke norm formuleren voor basisondersteuning op alle scholen, die in 2020 tegelijk met de evaluatie kan worden besproken in de Kamer. Dit was de strekking van de belangrijkste twee moties die de Kamer heeft aangenomen na het debat over passend onderwijs.

In het laatste jaar voor de evaluatie komen er dus geen grote wijzigingen meer in het stelsel, ondanks toenemend ongeduld in de Kamer. Ook de PO-Raad adviseerde in een brief om de sector - in het belang van de leerlingen- nu niet opnieuw op te zadelen met grote juridische en bestuurlijke wijzigingen.

Signaleringswaarde reserves

In juni werd al bekend dat de Inspectie schoolbesturen en samenwerkingsverbanden gaat aanspreken op reserves. Voor de samenwerkingsverbanden zal de inspectie een signaleringswaarde hanteren die inhoudt dat het eigen vermogen min het privaat vermogen kleiner moet zijn dan 5% van de totale netto baten. Deze waarde gaat gelden voor de alle samenwerkingsverbanden en wordt gebruikt voor de evaluatie van passend onderwijs in het voorjaar van 2020. Samenwerkingsverbanden die de signaleringswaarde overschrijden, moeten daar goede redenen voor hebben of een plan om de reserves aan te wenden.

De PO-Raad en VO-raad zijn ook in gesprek met die samenwerkingsverbanden en spreken hen aan op hoge, niet verantwoorde, reserves. Daarnaast ontwikkelen ze een dashboard voor de samenwerkingsverbanden, waarmee die openheid kunnen geven over hun financiële situatie aan leerlingen, ouders, de medezeggenschap, scholen, besturen en raden van toezicht.

Norm voor basisondersteuning helpt scholen én leerlingen niet

Met het aannemen van de motie voor een landelijke norm voor basisondersteuning negeren Kamerleden de uitkomsten van het NRO-onderzoek dat in 2018 concludeerde dat een landelijke norm geen oplossing is voor de onduidelijkheid die veel ouders ervaren. 'Ouders willen vooral weten wat voor hun kind op die school, in die klas, met die leraar mogelijk is. Dat de ondersteuningsplannen veel variatie in vorm, omvang en concreetheid vertonen, is geen probleem als de kinderen de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben, en scholen en samenwerkingsverbanden goed communiceren met de ouders’, aldus het NRO.

De minister had deze motie ontraden en ook de PO-Raad ziet niets in een landelijk niveau van basisondersteuning.

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 9 juli 2019

Nieuwscategorieën