Dóór met curriculumontwikkeling op school en landelijk niveau

Uit de verdiepingsfase Onderwijs2032 blijkt er op veel punten steun te zijn voor de toekomstvisie voor curriculumontwikkeling. In een volgende stap moet er een goede uitwisseling plaatsvinden tussen de ontwikkeling op school en landelijk niveau. De Regiegroep Onderwijs2032 en de Onderwijscoöperatie hebben hun advies over de vernieuwing van het curriculum op 17 november aangeboden aan staatssecretaris Sander Dekker.

De Regiegroep heeft op ruim vijftig scholen bekeken hoe haalbaar de visie van het Platform Onderwijs2032 in de praktijk is. Er is gesproken met leraren, schoolleiders, schoolbestuurders, ouders, leerlingen lerarenopleiders en met vertegenwoordigers van het vervolgonderwijs over toekomstgericht onderwijs. De resultaten van de verdiepingsfase zijn vastgelegd in een magazine.

,,We hebben scholen bezocht die thema’s uit de toekomstvisie in praktijk brengen. Elke school op een eigen manier en dat past in ons autonome onderwijsstelsel. Daar is veel van te leren. Het is duidelijk dat lerarenteams in dit vernieuwingsproces een cruciale rol moeten spelen. Het gesprek hierover krijgt wat ons betreft vervolg”, aldus Theo Douma, voorzitter van de Regiegroep, over de verdiepingsfase.

Leerlingen en hun ouders vinden ook dat het hoog tijd is om het landelijk curriculum aan te pakken, ze willen meer verbinding tussen vakken en de keuzeruimte moet groter zijn dan nu het geval is. Naast vakinhoudelijke kennisoverdracht willen leerlingen en ouders meer aandacht voor vakoverstijgende vaardigheden, burgerschap en digitale geletterdheid.

Uit de verdiepingsfase blijkt dat er veel steun is voor curriculumvernieuwing. Het ontbreekt scholen nu aan houvast om op schoolniveau eigen keuzes te maken voor de onderwijsinhoud. Lerarenteams moeten een cruciale rol spelen in het vernieuwingsproces. Maar leraren kunnen niet altijd genoeg tijd vrijmaken voor curriculumontwikkeling. De Regiegroep onderschrijft daarom het belang van ontwikkeltijd voor lerarenteams.

Vervolg

In het vervolg ziet de Regiegroep een ontwikkelfase voor zich waarin de verbinding wordt gelegd tussen de curriculumontwikkeling op schoolniveau en curriculumontwikkeling op landelijk niveau. In deze ontwikkelfase wordt op schoolniveau een praktijklijn ontwikkeld, terwijl op landelijk niveau een ontwikkellijn tot stand komt. In beide gevallen is er een belangrijke rol weggelegd voor lerarenteams, die hierin samen optrekken met andere betrokkenen.

De Regiegroep, die bestaat uit de VO-raad, de PO-Raad, AVS, LAKS, en Ouders&Onderwijs, ziet voldoende mogelijkheden om met alle betrokken partijen een volgende stap te zetten naar vernieuwde kerndoelen. De huidige kerndoelen zijn tien jaar oud en sluiten niet altijd meer goed aan op eigentijdse lessen die leraren willen geven.

UPDATE: Reactie staatssecretaris Dekker

In zijn reactie op de gezamenlijke brief die de Onderwijscoöperatie en de Regiegroep op 17 november 2016 aan hem overhandigden, schrijft staatssecretaris Dekker dat de inbreng van scholen en lerarenteams essentieel is voor de vernieuwing van een landelijk curriculum voor het funderend onderwijs. De bewindspersoon geeft aan bereid te zijn om docenten die actief bij de ontwikkeling betrokken zijn hiervoor te faciliteren en komt met een aantal procesmatige en inhoudelijke uitgangspunten voor het vervolgtraject. Eén daarvan is om in het vervoltraject de term 'curriculumherziening' te bezigen, in plaats van Onderwijs2032.

Lees hier de brief die Dekker eind 2016 hierover naar de Kamer stuurde.

Laatst gewijzigd: 
maandag 9 januari 2017

Nieuwscategorieën