Driekwart directeuren is hoger ingeschaald na actualiseren functie

Ruim driekwart van de directeuren in het primair onderwijs is vorig jaar in een salarisschaal met een hoger eindbedrag ingeschaald. Dat blijkt uit een inventarisatie van de PO-Raad. Voor de lagere directieschalen (DA en DB) geldt dat zij er vrijwel allemaal op vooruit zijn gegaan. Voor DC-directeuren geldt dat 60% van hen erop vooruitgaat (zij het bescheiden). Directeuren die er niet op vooruitgaan, gaan er overigens ook niet op achteruit; daarvoor zorgt een garantietoelage. 

In de CAO PO 2019-2020 is afgesproken om de functies van directeuren te actualiseren en herwaarderen. Om meer inzicht te krijgen in de uitkomsten van de actualisatie van deze functies heeft de PO-Raad een uitvraag gedaan onder de ongeveer 150 leden van de Kennisgroep P&O. Aan hen is gevraagd om feitelijk in kaart te brengen wat de inschaling van de directeuren was in de oude situatie en hoe de inschaling is in de nieuwe situatie, nadat uitvoering is gegeven aan de cao-afspraak. Op basis van de cijfers wil de PO-Raad met de vakbonden in een zorgvuldig proces kijken of er verdere acties van de sociale partners nodig zijn. 

De PO-Raad heeft over ongeveer 1600 leidinggevenden (1200 directeuren en 400 adjunct-directeuren) gegevens ontvangen. In totaal werken er 6.800 mensen in een directiefunctie in het primair onderwijs (telling 2020). Dat betekent dat de situatie van bijna een kwart van de leidinggevenden in kaart is gebracht. 

Inschaling directeuren 

Uit de peiling komt het volgende beeld naar voren van de inschaling van directeuren: 

Oude inschaling 

% naar hogere salarisschaal 

Nieuwe inschaling 

Globale salarisverhoging
(op maximum van salarisschaal 

DA 

100% 

60% naar D11,  
40% naar D12 

 

D11: 3%, 
D12: 17% 

 

DB 

89% 

D12 

4% 

 

DC 

60% 

D13 

2% 

 

Gemiddeld voor alle directeuren (DA-DC) 

77% 

 

 

‘Naar een hogere salarisschaal’ betekent dat de schaal waarin de directeuren zijn geplaatst een hoger maximumbedrag kent dan de schaal waar de directeur daarvoor ingeschaald was. De overige directeuren gaan er niet op vooruit, maar ook niet achteruit, door de garantietoelage waarin de cao voorziet. Zij behouden het uitzicht dat zij hadden op hogere periodieken en toekomstige loonsverhoging, zoals zij dat hadden voor de actualisatie.

De directeuren die voorheen in salarisschaal DA zaten en naar D11 zijn gegaan (dit geldt voor ruim 60% van de DA-directeuren), stijgt het salaris tot 144 euro (in de hoogste trede van de salarisschalen). Dat is een stijging van 3% van het salaris. Voor bijna 40% van de DA-directeuren is sprake van een grotere stijging. Zij zijn naar D12 gegaan en hebben uitzicht op een salarisverhoging van 17%. Bij DB-directeuren is er een vooruitgang van het eindbedrag van 226 euro, dat is een stijging van 4%. Zij gaan vrijwel allemaal van een DB-schaal naar D12-schaal. Voor DC-directeuren die erop vooruitgaan, is de stijging ruim 100 euro, dat is iets minder dan 2% stijging. Zij gaan dan van een DC-schaal naar D13. Ten overvloede, deze percentages komen boven op de salarisstijging van 4,5% die alle werknemers in het primair onderwijs in 2020 hebben ontvangen. 

Na de herwaardering van de functies is ruim 60% van de directeuren ingedeeld in de D12-schaal. Een klein deel van de directeuren heeft een D11-functie en –schaal en een kwart van de directeuren zit nu in een D13-schaal of hoger. 

Nieuwe inschaling directeuren primair onderwijs:

D11 

14% 

D12 

62% 

D13 

23% 

D14 

1% 

D15 

0% 

Op basis van gegevens van ruim 400 adjunct-directeuren blijkt dat een kleine driekwart van hen erop is vooruitgegaan. Vrijwel alle adjunct-directeuren die in AB zaten, gaan erop vooruit. Van de adjunct-directeuren in hogere AC- en AD-schalen is dat 40%. De meeste adjunct-directeuren zitten nu in de A11-schaal (60%). Een kleine 40% zit in een hogere schaal (A12 of A13). 

Gevoel van ontevredenheid 

Uit bovenstaande resultaten blijkt dat een groot deel van de directeuren en adjunct-directeuren na de actualisatie is ingeschaald in een schaal met een hoger maximumbedrag. Toch hoort de PO-Raad - uit de signalen van directeuren en adjunct-directeuren ontevredenheid over de inschaling. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Om te beginnen waren de verwachtingen van de actualisatie en de daaraan gekoppelde salarisverhoging waarschijnlijk vaak hoger. Directeuren hadden een grotere stijging verwacht dan uiteindelijk het geval was en hierbij wordt vaak (ten onrechte) de vergelijking gemaakt met de stijging van de lerarensalarissen in 2018. Lees daarover ook: Waarom kreeg een leraar in 2018 extra salarisverhoging?  

Daarnaast is er soms ook ontevredenheid bij directeuren over de functiebeschrijving, los van de waardering. Schoolbesturen geven bijvoorbeeld aan dat de voorbeeldfuncties die door de cao-partijen zijn opgesteld onvoldoende passen bij de eigen situatie. Elk bestuur heeft de mogelijkheid eigen functies op te stellen en die te laten waarderen, maar deze optie wordt niet altijd gezien of gebruikt. Tot slot worden ook twijfels geuit over het salarisverschil tussen een directeur en een leraar en over de beloning ten opzichte van directeuren in het voortgezet onderwijs. 

De resultaten van de uitvraag zijn input voor het gesprek van de PO-Raad met de vakbonden aan de cao-tafel.

 

Laatst gewijzigd: 
woensdag 2 juni 2021

Nieuwscategorieën