'Eigen vermogen' verplicht en noodzakelijk

Schoolbesturen in het primair onderwijs zijn sinds augustus 2006 verplicht om geld te reserveren voor meerjarige investeringen, toekomstige verplichtingen en financiële risico’s. Dit is nodig om de leerlingen te kunnen blijven voorzien van boeken, schriften, pennen, computers, meubelen, een verantwoorde leeromgeving, et cetera. Daarnaast moet het bestuur rekening houden met toekomstige personele verplichtingen. Aangezien het primair onderwijs pas sinds 2006 dit eigen vermogen moet opbouwen is het logisch dat dit in 2007 is gestegen.


Ondanks suggesties in de media is er geen enkele reden om aan te nemen dat het geld dat de besturen ontvangen niet in het onderwijs wordt gestoken. De beeldvorming op dit punt is niet correct. In een brief van staatssecretaris Dijksma over het vermogen van de besturen in het primair onderwijs zijn logische verklaringen opgenomen voor de toename van het eigen vermogen. Uit deze brief blijkt dat het vermogen in 2007 van alle besturen bij elkaar 2,6 miljard bedroeg. Scholen en schoolbesturen besteden dit zoveel mogelijk aan goed kwalitatief onderwijs. Dat daarbij rekening wordt gehouden met toekomstige uitgaven getuigt juist van verantwoord bestuur.


Later dit jaar komt een commissie (Commissie Don) met een rapport over de optimale vermogenspositie in het onderwijs. Op basis van de bevindingen van deze commissie kan de overheid nadere eisen stellen aan de reserveringen. De besturen kunnen daarna mogelijk andere keuzes maken. De PO-Raad kijkt daarom uit naar de uitkomsten van dit onderzoek.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 20 oktober 2011

Nieuwscategorieën