Evaluatie lumpsum: financiële deskundigheid verder bevorderen

26-10-2010

De schoolbesturen in het primair onderwijs maken nog maar beperkt gebruik van de beleidsruimte die lumpsum biedt. Dat blijkt uit de evaluatie drie jaar na de invoering van de bekostigingssystematiek. De PO-Raad werkt daarom op dit moment aan een plan van aanpak voor het verbeteren van de financiële deskundigheid van schoolbesturen in relatie tot het onderwijsbeleid.

Het evaluatierapport over de lumpsumbekostiging in het primair onderwijs geeft aan dat de kwaliteit van financieel management binnen de verschillende geledingen van de schoolorganisatie nog niet op het juiste niveau is. Dat is niet zo verwonderlijk voor een sector die op het moment van onderzoek slechts drie jaar eerder de overstap heeft gemaakt van declaratiebekostiging naar lumpsumbekostiging. De PO-Raad mist deze nuance hier en daar in het rapport. Evenals de aantekening dat recente bezuinigingen de professionaliseringsslag bij schoolbesturen in het primair onderwijs heeft tegengewerkt. Daarbij kan de beleidsruimte als gevolg van de lumpsum ook pas ten volle worden benut, als ook op andere gebieden de wet- en regelgeving wordt geflexibiliseerd. Hierbij valt onder andere te denken aan de verplichte aansluiting bij het vervangingsfonds, het investeren in gebouwen, CAO- afspraken, et cetera.

Nog geen andere keuzes
De invoering van lumpsumbekostiging per 1 augustus 2006 had als doel de autonomie van scholen en schoolbesturen te vergroten. Hierdoor zouden zij meer ruimte en mogelijkheden krijgen om de onderwijskwaliteit te verbeteren. De beleidsruimte zou worden gecreëerd door schoolbesturen en scholen meer zeggenschap te geven over de wijze waarop zij het geld inzetten. Uit de evaluatie komt naar voren dat schoolbesturen over het algemeen positief zijn over (de invoering van) lumpsumbekostiging. Schoolbesturen en scholen zien dat er formeel ook meer ruimte voor eigen beleid is gekomen. Toch constateren de onderzoekers dat een en ander (nog) niet heeft geleid tot het maken van andere keuzes dan voor de invoering van de lumpsum. Er is na invoering van de lumpsum wel veel geïnvesteerd in de bestuurlijk organisatie en de managementsystemen, met name om grip te krijgen op de financiën. Lumpsum heeft als zodanig nog maar beperkt geleid tot andere keuzes c.q. bewegingen op het gebied van het verbeteren van de onderwijskwaliteit.

Investeren in financiële deskundigheid
Dat de ruimte voor eigen beleid nog onvoldoende wordt benut, komt volgens de onderzoekers doordat er slechts bij een beperkt aantal schoolbesturen sprake is van meerjarig beleid, waarbij het (onderwijskundig) beleid en het financieel beleid wordt geïntegreerd. Oftewel: de koppeling van beschikbare middelen aan de doelen die de scholen willen bereiken op korte termijn, vindt nog onvoldoende plaats. Om dit proces te verbeteren moet volgens de onderzoekers geïnvesteerd worden in de financiële deskundigheid binnen schoolbesturen in het primair onderwijs. De onderzoekers geven enerzijds aan dat sinds de invoering van lumpsum belangrijke stappen zijn gezet in het op orde krijgen van het financieel management. Anderzijds wordt ook te kennen gegeven dat nog een aantal stappen op dit gebied gezet moet worden. Zo zal met name de focus van het financieel management verlegd moeten worden van kostenbeheersing gedurende het huidige jaar (eenjarige financial control), naar een meerjarig focus op het realiseren van beleidsdoelstellingen (management control). Hierbij onderstrepen de onderzoekers (net als de commissie Don) het belang van een beleidsrijke meerjarenbegroting, risicoanalyse en liquiditeitsbegroting.

Rapport Lumpsum in de praktijk >>

Laatst gewijzigd: 
donderdag 20 oktober 2011

Nieuwscategorieën