Evaluatie passend onderwijs: minister stelt een stevige verbeteraanpak voor

Hoewel er op veel plekken al het nodige bereikt is en het ondersteuningsaanbod beter is geworden, zijn we op veel plekken nog lang niet waar we willen zijn, schrijft minister Arie Slob (Onderwijs) aan de Tweede Kamer over de evaluatie passend onderwijs. De minister stelt daarom een integraal pakket aan maatregelen voor, de zogenaamde verbeteraanpak, waarmee hij inzet op twee lijnen. Op de korte termijn moeten er verbeteringen komen in de uitvoering van passend onderwijs voor alle kinderen. Daarnaast schetst hij een stip op de horizon richting inclusiever onderwijs.

De PO-Raad steunt de verbeteraanpak, maar heeft wel zorgen over een aantal maatregelen. De sectororganisatie heeft in aanloop naar de evaluatie samen met haar leden en de VO-raad de balans opgemaakt. Passend onderwijs is een grote stelselwijziging geweest. Het stelsel moet nu niet opnieuw helemaal worden omgevormd. De PO-Raad ziet wel dat er op een aantal punten flinke stappen nodig zijn, zodat ieder kind echt passend onderwijs krijgt aangeboden.

Verbeteraanpak passend onderwijs

De belangrijkste maatregelen uit de door OCW voorgestelde verbeteraanpak voor schoolbesturen en samenwerkingsverbanden zijn;

  • Meer zeggenschap voor onderwijzend personeel
    Om de inspraak van onderwijzend personeel te versterken wordt een ondersteuningsprogramma voor medezeggenschap ingericht. Er loopt een wetstraject voor de toekenning op instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting aan de medezeggenschapsraad (MR). De PO-Raad heeft zorgen over het wetstraject medezeggenschap en heeft deze geuit bij het ministerie van OCW. De PO-Raad vindt dat de nadruk moet liggen op het constructieve gesprek tussen school en MR over het ondersteuningsaanbod op school en de afstemming tussen scholen en besturen over het realiseren van een dekkend netwerk en passend aanbod voor alle kinderen in de regio. Ook krijgt de ondersteuningsplanraad instemmingsrecht op de meerjarenbegroting, die gekoppeld is aan het ondersteuningsplan dat ééns in de vier jaar wordt vastgesteld.
     
  • Een programma van eisen
    Er komt een programma van eisen voor schoolbesturen en hun samenwerkingsverbanden. Het doel van het programma is om duidelijk te maken welke opdrachten en taken schoolbesturen en samenwerkingsverbanden hebben en een helder onderscheid te maken wie waarvoor verantwoordelijk is. De PO-Raad vindt het niet passen in de decentralisatie-gedachte van passend onderwijs dat de verantwoordelijkheden landelijk worden ingekaderd. De situatie is daarvoor regionaal te verschillend en het blijft juist belangrijk dat maatwerk geboden kan blijven worden passend bij de expertise van scholen en besturen binnen een regio.
     
  • Zorgplicht
    Om zorgplicht beter te borgen worden ouders op alle mogelijke manieren vroegtijdig geïnformeerd over de zorgplicht van schoolbesturen. Zorgplicht is een belangrijk aspect van passend onderwijs. De PO-Raad en VO-raad vinden het goed dat ouders hierbij op tijd nauw betrokken worden.
     
  • Landelijke norm voor basisondersteuning
    De minister komt met de landelijke norm voor basisondersteuning  tegemoet aan de wens van de Tweede Kamer. De PO-Raad denkt niet dat een landelijke norm voor basisondersteuning ervoor gaat zorgen dat meer kinderen een passender onderwijsaanbod krijgen, afgestemd op hun behoeften. Iedere leerling, klas, leraar, school is tenslotte weer anders. De PO-Raad heeft in gesprekken met het ministerie van OCW steeds aangegeven dat het belangrijk is dat er voldoende ruimte is voor scholen om zelf te bepalen hoe de ondersteuningsstructuur en de basisondersteuning eruit komt te zien. Met de open norm waar de minister nu voor kiest, blijft er wel ruimte voor scholen om afwegingen te maken die passen bij de school en leerlingenpopulatie. Tegelijkertijd denkt de PO-Raad dat de update van de norm niet tot verbeteringen in passend onderwijs gaat leiden. De minister wil in 2021 een ambitieuze norm voor basisondersteuning ontwikkelen. De PO-Raad wijst er op dat een ambitieuze norm ook financiële gevolgen heeft voor het bieden van de basisondersteuning en dat er goed moet worden nagedacht hoe onderwijsmiddelen efficiënt en doelmatig kunnen worden ingezet.
     
  • Reserves samenwerkingsverbanden
    Samenwerkingsverbanden met een vermogen boven de signaleringswaarde van de Onderwijsinspectie zijn verplicht zich hierover te verantwoorden, vanaf verslagjaar 2020. Als het bovenmatig eigen vermogen niet goed onderbouwd is, moet dit worden afgebouwd. De minister gaat dit actief handhaven. De PO-Raad onderschrijft dat samenwerkingsverbanden kritisch moeten kijken naar hun eigen vermogenspositie op basis van de signaleringswaarde. Afbouw van het bovenmatig vermogen moet onderwerp van gesprek zijn en actief worden opgepakt binnen het samenwerkingsverband. De PO-Raad vraagt echter ook aandacht voor het zorgvuldig en beleidsrijk afbouwen van de reserves. Leerlingen zijn er niet bij gebaat als er onder hoge druk en zonder een duidelijk beleidsrijk plan geld van het samenwerkingsverband naar scholen wordt overgemaakt. Dit heeft de PO-Raad ook eerder onder de aandacht gebracht van de samenwerkingsverbanden middels een brief.
     
  • Scherper toezicht van de Onderwijsinspectie
    De Inspectie gaat nadrukkelijker toezicht houden op passende ondersteuning in met name het regulier onderwijs, maar ook op de samenwerkingsverbanden. De PO-Raad gaat met de Onderwijsinspectie in gesprek over het nieuwe onderzoekskader. In de uitwerking is het van belang dat het toezicht bijdraagt aan de gewenste ontwikkeling voor meer verantwoordelijkheid voor schoolbesturen. Het toezicht moet gericht zijn op de dialoog en niet op afvinklijstjes.
     

Samenwerking onderwijs en Jeugdzorg

Om de ontwikkelkansen voor kinderen en jongeren echt te verbeteren, moet er meer ruimte komen voor een integrale visie en aanpak voor de jeugd. Dat bepleiten de PO-Raad en het programma Mét Andere Ogen. Deze moet gericht zijn op brede ontwikkeling en gefaciliteerd worden vanuit verschillende domeinen en departementen. De samenwerking tussen onderwijs en gemeenten is cruciaal bij passend onderwijs, maar zij ervaren teveel last van schotten die de samenwerking bemoeilijken. De ministeries van OCW en VWS benaderen deze sectoren teveel los van elkaar, terwijl integraal beleid geboden is.

Op weg naar inclusiever onderwijs

Minister Slob schrijft in de beleidsreactie dat de komende vijftien jaar gewerkt wordt aan meer inclusie in het onderwijs. De PO-Raad vindt het goed dat er een stip op de horizon wordt gezet richting inclusiever onderwijs. Er zijn scholen en samenwerkingsverbanden die eraan toe zijn om de volgende stap naar inclusie te maken. De 11 inspiratieregio’s van het programma Mét Andere Ogen zijn hier een voorbeeld van. Ook inspirerend zijn de 35 samenwerkingsinitiatieven die zijn ontstaan tussen regulier en speciaal onderwijs.  Met de ruimte die de minister biedt om te experimenteren met inclusie, kunnen deze initiatieven een volgende stap maken.

Op 16 november gaat de Tweede Kamer in debat over passend onderwijs. De PO-Raad en VO-raad hebben een brief naar de Tweede Kamer gestuurd om een aantal belangrijke punten met betrekking tot passend onderwijs onder de aandacht te brengen van de Kamerleden.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 12 november 2020