Evaluatie Wet OKE: Grote gemeenten lopen voor in voor- en vroegschoolse educatie

Gemeenten hebben de afgelopen vijf jaar vooruitgang geboekt in de uitvoering van het beleid voor voor- en vroegschoolse educatie (vve). Nog niet alle wettelijke taken zijn echter op orde. De 37 grootste gemeenten (G37) lopen voor op kleinere gemeenten, onder meer als gevolg van het verschil in budget dat zij ontvangen. Dat zijn de belangrijkste conclusies van de evaluatie van de wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (OKE). De PO-Raad maakt zich zorgen om deze verschillen, want het is belangrijk dat alle kinderen die risico lopen op een taalachterstand gebruik kunnen maken van goede vve.

Scheve verdeling van de middelen

De afgelopen jaren hebben de grote gemeenten naar verhouding meer geld ontvangen voor vve dan de kleine gemeenten. Deze gerichte investering in de G37, waar ongeveer de helft van de doelgroepkinderen woont, heeft de kwaliteit van de vve in die gemeenten fors verbeterd. Het verschil met de kleinere gemeenten is echter groot. Deze zijn soms niet eens in staat om een basisaanbod te creëren, ondanks de wettelijke taak die er ook voor hen ligt.

Gemiste kans in evaluatie

Voor- en vroegschoolse educatie is erop gericht kinderen met een risico op een taalachterstand voor te bereiden op de basisschool. Het doel van de Wet OKE, die in 2010 in werking trad, is de taalontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren en de kwaliteit van peuterspeelzalen te verbeteren. In hoeverre de Wet OKE bijdraagt aan positieve effecten op de (taal)ontwikkeling van kinderen is in deze evaluatie buiten beschouwing gelaten. De PO-Raad vindt dit een gemiste kans, want hoewel de kwaliteit van de uitvoering van vve een belangrijk element is gaat het er natuurlijk om hoe en in welke mate kinderen hiervan profiteren.

Maatregelen

De PO-Raad vindt de maatregelen die staatssecretaris Dekker in zijn begeleidende brief aan de Kamer voorstelt om de vooruitgang in kwaliteit te continueren inhoudelijk goed, maar vraagt zich af of ze haalbaar zijn voor gemeenten met een beperkt budget. De maatregelen richten zich onder andere op het verhogen van het taalniveau van leidsters, het inzetten van hbo’ers in de vve en het vergroten van het bereik. 

Bekostiging voorlopig ongewijzigd

De staatssecretaris wil met de Kamer in gesprek over de gewenste verdeling van de middelen en eventueel daaropvolgende aanpassingen van de bekostiging. Hij ziet wel mogelijkheden voor een meer gelijkwaardige verdeling met behoud van kwaliteit, maar ‘die besluitvorming heeft nog tijd nodig’ en daarom wordt de bestaande bekostigingssystematiek in ieder geval ook in 2016 voortgezet. De PO-Raad vindt het belangrijk dat het geld snel terecht komt bij de kinderen die dat nodig hebben en gaat daarom graag op korte termijn met het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap en de Tweede Kamer in gesprek.

Startgroepen

Eind dit jaar wordt ook de pilot Startgroepen geëvalueerd. De verwachting is dat deze evaluatie verdere maatregelen voortbrengt om ook de doorgaande lijn tussen voor- en vroegschool (de kleuterperiode) te versterken.

Laatst gewijzigd: 
maandag 6 juni 2016

Nieuwscategorieën