Financieel toezicht Onderwijsinspectie toegelicht

02-12-2013

De Inspectie van het Onderwijs heeft met ingang van 1 september haar financieel toezicht vereenvoudigd. Omdat de PO-Raad hier met enige regelmaat vragen over krijgt, zetten we hieronder nog eens uiteen wat dat precies voor schoolbesturen betekent.

De Inspectie hanteert met ingang van 1 september 2013 nog slechts twee toezichtarrangementen in haar financiële toezicht:

  1. Basistoezicht - Het toezicht beperkt zich tot de jaarlijkse risicoanalyse aan de hand van de jaarcijfers;
  2. Aangepast financieel continuïteitstoezicht – Dit toezicht wordt gehanteerd wanneer de financiële continuïteit van het onderwijs onder druk staat. De inspectie vraagt het bestuur een verbeterplan op te stellen en volgt de uitvoering daarvan met een intensiteit passend bij de ernst van de situatie.

Verder zijn enkele indicatoren aangescherpt. Op basis van onderstaande indicatoren selecteert de inspectie potentieel zwakke besturen voor meer inhoudelijke analyse. Besturen die niet worden geselecteerd voor inhoudelijke analyse vallen in het basistoezicht. De overige besturen worden eerst inhoudelijk bekeken en vervolgens wordt geoordeeld of basistoezicht volstaat of dat het financieel toezicht moet worden aangepast aan de ernst van de situatie bij het betreffende bestuur.

Primair onderwijs

Expertisecentra

Liquiditeit (current ratio)

≤ 1

≤ 1

Solvabiliteit 2

≤ 0,30

≤ 0,30

Rentabiliteit

laatste 3 jaar negatief

laatste 3 jaar negatief

Personele lasten/rijksbijdrage

≥ 0,95

nvt

Personele lasten/totale baten

≥ 0,90

≥ 0,90

Financiële buffer

< 0

< 0

 

Dit artikel is een samenvatting op basis van een bericht op de website van de inspectie. Voor het volledige artikel volgt u deze link

Laatst gewijzigd: 
maandag 2 december 2013

Nieuwscategorieën