Frankrijk halveert klassen in achterstandswijken, in Nederland groeien ze

De Franse president Macron gaat de klassen in achterstandswijken met de helft verkleinen, kopte de Volkskrant vandaag. In Nederland krijgen scholen met veel achterstandsleerlingen extra geld via de gewichtenregeling. Maar doordat ouders steeds hoger opgeleid zijn, slinkt dit budget en dreigen de klassen stilletjes groter te worden. Tijd voor een update rond het onderwijsachterstandenbeleid.

Zijn de klassen op scholen in Nederlandse achterstandswijken kleiner dan op andere scholen?

Ja, schreef minister Slob (Onderwijs) afgelopen week nog aan de Kamer op basis van de laatste cijfers van DUO over groepsgrootte. Maar hoeveel kleiner deze klassen precies zijn dan gemiddeld, zegt Slob niet in zijn brief. De laatste jaren ontvangt de PO-Raad signalen dat scholen in achterstandswijken genoodzaakt zijn hun groepen te vergroten. Enerzijds doordat het budget voor onderwijsachterstandenbeleid bijna is gehalveerd door een verkeerde definitie van achterstanden, anderzijds doordat er simpelweg te weinig leerkrachten zijn. De PO-Raad geeft vandaag in de Volkskrant aan groot voorstander te zijn van kleine klassen in achterstandswijken. ‘Maar door de bezuinigingen op de gewichtenregeling is dit in de praktijk onmogelijk’, stelt PO-Raad voorzitter Rinda den Besten in de krant.

Er was toch een nieuwe formule ontwikkeld voor onderwijsachterstanden? Waarom is die nog steeds niet ingevoerd?

Er ligt inderdaad een nieuwe indicator klaar voor gebruik om onderwijsachterstanden beter te voorspellen. Deze kijkt niet langer alleen naar het opleidingsniveau van ouders (zoals nu het geval is), maar ook naar hun herkomst en eventuele schuldenproblematiek. Als deze nieuwe formule echter wordt ingevoerd zonder herstel van het oorspronkelijke budget, zal het huidige budget plotseling over veel meer kinderen en scholen moeten worden verdeeld. Het effect zal daarmee verwateren, waarschuwt de PO-Raad. Voorzieningen die zich de afgelopen jaren hebben bewezen, zoals zomerscholen en activiteiten om ouders te betrekken, maar ook klassenassistenten en kleine klassen, worden teruggeschroefd of zullen verdwijnen.

Waarom wordt het budget dan niet eerst hersteld, zoals het onderwijs wil?

Volgens het ministerie is er niet bezuinigd, maar komen minder kinderen in aanmerking voor de gewichtenregeling, omdat ouders nu hoger opgeleid zijn. Dit is een drogreden, stelt de PO-Raad: het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) heeft immers aangetoond dat enkel het opleidingsniveau van ouders geen goede voorspeller is van de werkelijke onderwijsachterstanden van kinderen. Dat is al jaren bekend en toch is er niets gedaan om het weglekken van geld te stoppen. Zo is er dit jaar zo'n 140 miljoen minder beschikbaar dan in 2011.

Hoe nu verder?

Woensdag 14 februari beslist de Kamer over hoe het nu verder moet met het onderwijsachterstandenbeleid. Voor die tijd zal minister Slob de Kamer nog informeren met een brief, verwacht de PO-Raad. De grote gemeenten verzetten zich intussen fel tegen het scenario met grote herverdeeleffecten. Die zouden met name voor de G4 zeer negatief zouden uitpakken.

Een praktijkvoorbeeld

Op de Rotterdamse RK Maria Basisschool van Ineke van Uden komen de kleuters steeds met een iets lager niveau groep 3 binnen. Een ernstig en direct gevolg van de bezuinigingen op achterstandsleerlingen, stelt ze. Of een leerling wordt gezien als kind met een risico op een achterstand, hangt af van het opleidingsniveau van zijn ouders. En omdat dat niveau gemiddeld stijgt, daalt het bedrag dat de overheid uitgeeft aan onderwijsachterstanden en dus het bedrag dat scholen krijgen om die achterstanden weg te werken.

Maar de papieren werkelijkheid staat mijlenver af van de werkelijke achterstanden die de leerlingen hebben, ziet Van Uden. ,,De situatie achter de voordeur is niet veranderd. Onverminderd veel kinderen leven in armoede of kennen een schrijnende thuissituatie. Met steeds minder geld en dus leerkrachten moeten wij deze kinderen de extra aandacht geven die zij zo hard nodig hebben.’’

In de praktijk betekende dat Van Uden de kleutergroepen moest vergroten van 21 kleuters per klas naar 30. Dat zorgde bovendien voor een fikse lastenverzwaring voor de leerkracht.

De situatie gaat haar aan het hart. Met lede ogen kijkt ze naar de toekomst. Het kabinet heeft nog meer bezuinigingen op deze kinderen in petto en daarmee wordt de kansenongelijkheid alleen maar groter, voorziet ze.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 25 januari 2018

Nieuwscategorieën