Fusietoets voor primair onderwijs niet zomaar afgeschaft

Het is zeer de vraag of de fusietoets voor het primair onderwijs daadwerkelijk wordt afgeschaft, zoals in het regeerakkoord is afgesproken. De Tweede Kamer stemde deze week weliswaar in met het wetsvoorstel dat dat moet regelen, die wet dreigt nu alsnog te stranden in de Eerste Kamer. Want benodigde steun van GroenLinks, PvdA of Forum voor Democratie ontbreekt vooralsnog.

De PO-Raad is hierover ontstemd en zet alles in het werk om dit te voorkomen. De fusietoets, een complexe toets die besturen moeten doorlopen als ze willen fuseren, levert voor het primair onderwijs namelijk een gevaar op voor het behoud van diversiteit, bereikbaarheid en kwaliteit van scholen. In verschillende regio’s is het aantal leerlingen de afgelopen jaren flink teruggelopen. Een fusie van besturen kan voorkomen dat scholen te klein worden en lukraak omvallen, waardoor diversiteit verdwijnt en ouders niets meer te kiezen hebben. Maar omdat de fusietoets erg complex is, deze veel administratieve rompslomp met zich meebrengt en omdat het vaak lang duurt voordat besturen weten waar ze aan toe zijn, zien vele nu vaak van zo’n reddende fusie af. Juist om kenmerkende kleinschaligheid van scholen in het primair onderwijs te behouden, is fusie van besturen dus soms juist noodzakelijk.

Mocht het wetsvoorstel inderdaad stranden, dan betekent dat mogelijk ook dat de zwaardere fusietoets weer van kracht wordt. In aanloop naar het wetsvoorstel besloot het kabinet alvast een lichtere toets te hanteren.

Schaalgrootte

Hoewel GroenLinks niet voor het afschaffen van de wet stemde, wil GroenLinks Kamerlid Lisa Westerveld wel dat het kabinet in kaart brengt wat de voor- en nadelen zijn van verschillende bestuursgroottes. Dit kan belangrijke input leveren voor de discussie over schaalgrootte die in het primair onderwijs voorzichtig wordt gevoerd. Uit cijfers van de onderwijsinspectie dat schoolbesturen met twee tot zeven scholen relatief vaker onvoldoende worden beoordeeld op kwaliteitszorg, kwaliteitscultuur en verantwoording en dialoog. Dit kan een signaal zijn dat schaalgrootte van invloed is op kwaliteit. ,,Wat doen we met zulke informatie? Moeten we toe naar een minimale – en misschien ook maximale – omvang van een schoolbestuur in het primair onderwijs? Te groot is nooit goed, maar te klein is kwetsbaar en daarmee doen we aantoonbaar kinderen tekort'', aldus Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad op het congres van de PO-Raad afgelopen juni.

Experiment regelluwe scholen

De Tweede Kamer stemde daarnaast in met een motie die regelt dat ook scholen van ‘voldoende’ kwaliteit mee mogen doen met het experiment regelluwe scholen. Scholen die hieraan meedoen mogen afwijken van de bepalingen uit de Wet op het primair onderwijs (WPO). Doel van het experiment is om te onderzoeken of dit ruimte biedt tot initiatieven die de doelmatigheid of kwaliteit van het onderwijs ten goede komen.
Tot nu toe mochten alleen scholen uit het reguliere basisonderwijs meedoen die van de Inspectie van het Onderwijs het predicaat ‘excellent’ of 'goed' hadden ontvangen. 

Laatst gewijzigd: 
woensdag 18 september 2019

Nieuwscategorieën