Geen geld voor verplichte vakleerkracht gym

Het voorstel van VVD-Kamerlid Heerema om elke school te verplichten een vakleerkracht bewegingsonderwijs aan te stellen, zonder dat daar extra financiële middelen tegenover staan, is onrealistisch. Dat stelt de PO-Raad. De sectororganisatie voor primair onderwijs onderschrijft het belang van bewegen en aandacht voor gezondheid in en om de school, maar wil de keuzevrijheid voor het al dan niet aanstellen van een vakleerkracht overlaten aan de school. 

Alleen leerkrachten die een hbo-sportopleiding van vier jaar hebben voltooid aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO), zouden straks nog gymles mogen geven op een basisschool. Dat zou voor een goede sportbasis voor kinderen moeten zorgen, vindt VVD-Kamerlid Heerema. Door zo’n vakleerkracht bewegingsonderwijs pas aan te nemen als er een groepsleerkracht verdwijnt, zou dit plan volgens Heerema ‘budgetneutraal’ kunnen zijn.

Keuzevrijheid voor scholen

Aandacht voor beweging en de gezondheid van leerlingen is een groot goed, vindt de PO-Raad. Het draagt bij aan gezondere kinderen en heeft daardoor een positief effect op het welbevinden van kinderen en hun leerprestaties. De PO-Raad zou daarom graag zien dat iedere leerling les zou krijgen van een bevoegde leraar. Het is financieel echter niet haalbaar overal vakleerkrachten in te zetten. Dat geldt voor bewegingsonderwijs, maar ook voor alle andere vakken. De PO-Raad wil bovendien dat de keuze voor het al dan niet aannemen van een vakleerkracht bewegingsonderwijs bij scholen zelf blijft.

Op veel scholen waar nu een vakleerkracht bewegingsonderwijs wordt ingezet, is deze bekostigd door externe partijen als gemeenten en zorgverzekeraars.

Bomvolle klassen

De PO-Raad vindt het door de VVD geopperde plan om een vertrekkende groepsleerkracht te vervangen door een vakleerkracht bewegingsonderwijs onrealistisch, onbetaalbaar en onwenselijk. De consequentie van een wettelijke verplichting is dat klassen groter worden omdat er een vakleerkracht moet worden aangenomen. De meeste leerlingen hebben juist baat bij kleine klassen. ,,Dat ze dan geen aparte gymleerkracht hebben is jammer, maar minder ingrijpend’’, laat de PO-Raad dan ook weten in een reactie in het Algemeen Dagblad. PO-Raad-voorzitter Rinda den Besten lichtte dit standpunt ook toe in het RTL Nieuws en op Radio 1.

Ambitie

In de zomer van 2014 sprak de PO-Raad met staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) af dat alle leerlingen vanaf 2017 twee lesuren bewegingsonderwijs krijgen van een bevoegde leerkracht en dat scholen waar mogelijk streven naar een derde uur. Deze afspraken werden in het Bestuursakkoord vastgelegd en tonen de ambitie die scholen en hun besturen hebben om een gezonde leefstijl van leerlingen te stimuleren en het onderwijs verder te verbeteren.

Voortgang plan van aanpak bewegingsonderwijs

Scholen werken daar hard aan. Dat blijkt ook uit de Kamerbrief voortgang plan van aanpak bewegingsonderwijs, die Dekker afgelopen vrijdag naar de Tweede Kamer stuurde. Zo biedt 72 procent van de scholen in de grootste 37 gemeenten van Nederland minimaal twee lesuren bewegingsonderwijs aan voor groep drie tot en met acht. En wordt op 89 procent van de scholen gym gegeven door een bevoegde (vak)leerkracht.

De PO-Raad streeft ernaar dat ook op de resterende elf procent van de scholen een bevoegde leerkracht de gymlessen verzorgt. Het is daarom goed om te merken dat er veel vraag is naar de lerarenbeurs bewegingsonderwijs, waarmee leerkrachten hun aanvullende kwalificatie voor het geven van bewegingsonderwijs kunnen halen.

Laatst gewijzigd: 
maandag 1 februari 2016