Groen licht voor nieuw inspectietoezicht

De Inspectie van het onderwijs gaat op een andere manier toezichthouden. Ze begint voortaan met haar toezicht bij schoolbesturen in plaats van bij individuele scholen. Uitgangspunt daarbij is dat het eigenaarschap van de onderwijskwaliteit bij de besturen en hun scholen ligt. De Tweede Kamer gaf hiervoor groen licht.

Wat er verandert

Op dit moment gaat de inspectie eens in de vier jaar langs alle scholen om de kwaliteit te beoordelen. Met het nieuwe toezicht start de toezichthouder haar onderzoek bij de schoolbesturen. Het bestuur moet laten zien hoe het de kwaliteitszorg voor zijn scholen heeft geregeld. De inspectie beoordeelt vervolgens of dit klopt. Dat doet ze onder meer door een verificatieonderzoek uit te voeren op een aantal scholen. Daarnaast bezoekt de inspectie sowieso al die scholen die het risico lopen het predicaat ‘onvoldoende’ of ‘zeer zwak’ te krijgen. Ook op basis van de jaarlijkse prestatieanalyse kan een schoolonderzoek volgen.

Haar waarborgfunctie blijft daarmee onveranderd. De norm voor basiskwaliteit is dat een bestuur en zijn scholen voldoen aan de deugdelijkheidseisen rond de onderwijskwaliteit, de kwaliteitszorg en het financieel beheer.
Daarnaast krijgt de inspectie een meer stimulerende taak om besturen en hun scholen die het goed doen, te helpen nog beter te worden. Naast oordelen of scholen die basiskwaliteit hebben, mag ze dan ook scholen als ‘goed’ bestempelen. Een school kan dit predicaat alleen krijgen op aanvraag van het bestuur. Het volledige toezichtskader is te vinden op de website van de inspectie.

Zeventig schoolbesturen in het primair onderwijs zijn pas gestart of starten dit schooljaar met het nieuwe kader. Op 1 augustus geldt het voor het hele primair onderwijs.
Het nieuwe toezicht is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de sector en na het uitvoeren van een pilot. Ook de PO-Raad is hierbij actief betrokken geweest.

Wat de PO-Raad vindt

De PO-Raad vindt het een goede ontwikkeling dat het bestuur meer de verantwoordelijkheid krijgt voor onderwijskwaliteit en de inspectie een meer terughoudende rol krijgt. Dit sluit aan op haar visie dat een goed schoolbestuur in staat is om een goede zelfevaluatie uit te voeren en inzicht te geven in het geleverde onderwijsresultaat en het eigen kwaliteitszorgbeleid. Dat betekent dat een schoolbestuur ook in staat is om benodigde verbeteracties binnen de school in gang te zetten. De PO-Raad en haar leden geven hier, vanuit de Code Goed Bestuur, uitvoering aan. De inrichting van een bestuurlijk visitatiestelsel voor de sector past ook in deze ontwikkeling.

Wel is ze kritisch op het besluit dat de inspectie ook gedifferentieerd mag oordelen en een school het predicaat ‘goed’ mag geven. Zo worden scholen mogelijk meer geprikkeld om aan de eisen voor het predicaat ‘goed’ te voldoen in plaats van verbeteringen door te voeren die daadwerkelijk leiden tot beter onderwijs voor de leerling. 

De PO-Raad vindt ook dat de controlerende en stimulerende taak van de inspectie duidelijk van elkaar gescheiden moeten zijn.

Laatst gewijzigd: 
woensdag 9 november 2016

Nieuwscategorieën