'Hoe koppel je intern toezicht in het samenwerkingsverband los van belangen?'

Meestal is mooi weer slecht voor de opkomst van studiedagen, maar er ligt een omslagpunt bij temperaturen boven de dertig graden. Zo blijkt op de Landelijke Bijeenkomst Governance op 5 juni voor samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Ruim honderd directeuren en bestuurders zoeken op deze bloedhete vrijdagmiddag verkoeling in het Beatrixgebouw in Utrecht, waarmee 46 unieke samenwerkingsverbanden vertegenwoordigd zijn.

De werkelijke reden achter de opkomst is natuurlijk het sterke programma, plús het feit dat de behoefte aan informatie over governance in samenwerkingsverbanden een jaar na de invoering blijkbaar groter dan ooit is.

,,We gaan u vandaag niet vertellen hoe het moet,’’ zegt projectleider en gastheer Dick Rasenberg bij het presenteren van het boordevolle programma, ,,wel hoe het kán.’’ Dat betekent niet dat de deelnemers achterover kunnen leunen. Door live te stemmen op stellingen via de app ‘Meetoo’ worden ze geprikkeld keuzes te maken voor hun eigen samenwerkingsverband.

Stelling: ‘Aan het governancemodel van het samenwerkingsverband is af te lezen in welke mate de besturen elkaar vertrouwen.’ Eens: 41%

Stemmen met Meetoo

Stelling: ‘Om maatwerk in onderwijsaanbod te kunnen leveren moet een samenwerkingsverband de spelregels voor passend onderwijs voor de besturen in belangrijke mate kunnen bepalen.’ Eens: 75% 

Floor Wijnands: ‘Wij brengen altijd wijsheid achteraf’

Dan is het tijd voor de lezingen. Floor Wijnands bijt het spits af namens de Onderwijsinspectie. Hij is verheugd over de opkomst voor zo’n ‘saai’ onderwerp als governance, maar snapt ook wel waarom iedereen er is. ,,U heeft behoorlijk last van ons gehad, maar dat is niet voor niets. Wij zien dat het intern toezicht in de samenwerkingsverbanden nog niet goed geregeld is.’’ Tegelijkertijd erkent Wijnands dat de inspecteurs zelf ook nog moeten wennen aan de gesprekken over governance. ,,Het is voor iedereen nieuw. Belangrijk is dat we elkaar aan het denken zetten over de manier waarop een specifiek samenwerkingsverband zichzelf goed kan controleren en verbeteren.’’

Stelling: ‘De Inspectie moet zich bij risicogericht toezicht in eerste instantie richten tot de intern toezichthouder van het samenwerkingsverband.’ Eens: 43%

Wijnands zal de eerste zijn die de waarde van extern toezicht relativeert. ,,Wij brengen altijd wijsheid achteraf’’. Hij vraagt zich bovendien af of de onderste steen daarbij wel altijd boven komt. ,,Intern toezicht daarentegen kan incidenten voorkómen. Je bent er namelijk zelf bij.’’ Tegelijkertijd schuilt er in de passie voor onderwijs die bestuurders nu eenmaal hebben, het risico op overbetrokkenheid. Met andere woorden, het publieke, schooloverstijgende belang niet los kunnen zien van het eigen schoolbelang. Duidelijke afspraken over wie waarvoor verantwoordelijk is, zijn essentieel, geeft hij zijn publiek mee.

Stelling: ‘De Inspectie moet erop vertrouwen dat de intern toezichthouder voldoende waarborgt dat het samenwerkingsverband zijn maatschappelijke opdracht vervult.’ Eens: 82% 

In de wet passend onderwijs is maar weinig vastgelegd, en dat maakt het ook lastig kiezen. Welk bestuursmodel kies je? En ben je niet een beetje laat als je nu nog een bestuursmodel moet kiezen voor je samenwerkingsverband? Wijnands: ,,De prioriteit moet liggen bij de inhoud, maar als we daarmee eenmaal bezig zijn bestaat het risico dat het governancevraagstuk steeds vooruit geschoven wordt. Toezicht houden is echt een totaal andere rol dan besturen.’’ Één ding is inmiddels iedereen wel duidelijk: je redt het in passend onderwijs niet zonder samenwerken.

Rienk Goodijk: ‘Laat je jezelf niet zien, dan vraag je erom dat inspectienormen verstrakken.’

Daarbij sluit Rienk Goodijk van opleidingsinstituut Tias zich aan. ,,De onderwijssector zou veel meer moeten kijken naar hoe transities in de zorg zijn verlopen. Daar zijn inmiddels heldere afspraken tussen het intern toezicht en de Inspectie voor de gezondheidszorg.’’ Zorgbestuurders laten zich volgens Goodijk zien en weten dat ze niet gepasseerd worden. ,,Laat je jezelf níet zien, dan vraag je erom dat inspectienormen verstrakken.’’

Stelling: ‘Een intern toezicht bestaande uit schoolbestuurders, is niet onafhankelijk genoeg om zich te richten naar het belang van het SWV.’ Eens: 49%

Goodijk verbaast zich over het uitblijven van ophef na de verkondiging van minister Kamp dat intern toezicht met name het belang van het publiek moet dienen en niet langer dat van de stichting. ,,Je ziet dat het onderwijs eigenlijk nog niet precies weet wie ‘het publiek’ is: zijn dat de ouders en leerlingen, de professionals, de burger?’’

De grote vraag van vandaag is: hoe koppel je intern toezicht los van belangen? Kunnen schoolbestuurders wel voldoende oog hebben voor het grotere belang? Eigenlijk heeft elke sector de conclusie al getrokken dat dit strijdig is met de principes van good governance.

Stelling: ‘Het succes van een swv hangt af van de omgang met belangrijke stakeholders, zoals de gemeenten of de Inspectie. Ook het intern toezicht dient daarbij een rol te spelen.' Eens: 52%

Bovendien is het stichtingsmodel, dat de meeste samenwerkingsverbanden hebben, totaal niet democratisch, maar een zuivere piramide, zegt Goodijk. ,,Weliswaar moet de stichting zich in jaarverslagen verantwoorden, maar de vraag is of dit voldoende druk geeft op het uitoefenen van goed bestuur.’’ Belangrijk daarbij is dat het toezicht van het samenwerkingsverband niet zonder het toezicht van haar scholen kan. ,,Die input moet geen incidentele gunst zijn, maar structureel ingebakken worden in de werkwijze.''

Moeten we niet op zoek naar een toezichtmodel waarin scholen wél betrokken zijn, maar niet het eigen vlees keuren? Goodijk: ,,Straal als bestuurder uit dat je graag feedback wil hebben, sta samen met je intern toezichthouder met opgeheven hoofd de pers te woord. Het is best begrijpelijk dat je emoties soms overheersen, maar als de Inspectie het gevoel heeft van onzuivere belangen, dan ben je verloren. Ze ruiken het van afstand.’’  

Rinda den Besten: ‘Niets mis met een slager die zijn eigen vlees keurt.’

Stelling: 'Het intern toezicht is bij ons goed geregeld, maar de Inspectie denkt daar anders over.’ Eens: 30%

Volgens PO-Raad voorzitter Rinda den Besten is er niets mis met een slager die zijn eigen vlees keurt, zolang er daarna maar een andere slager meekijkt. En niet alleen achteraf, ook tijdens de rit. Dat kan bijvoorbeeld in lerende netwerken. ,,Wij merken dat professionals het beste leren van elkaar, net als kinderen dat natuurlijkerwijze doen. Spreek elkaar aan op hoe je iets aanpakt, welk model je gebruikt. De PO-Raad wil graag helpen met het organiseren van een lerend netwerk.’’

Governance zit hem volgens den Besten niet alleen in het kiezen van het juiste bestuursmodel. Gedrag is minstens zo belangrijk. Den Besten: ,,Pak die code er weer eens bij, hoe geef ik integer en effectief leiding aan mijn samenwerkingsverband? Passend onderwijs is nog lang niet af en dat was ook niet onze verwachting. Maar we moeten wel écht gaan doorpakken nu.’’

Stelling: 'De governance discussie gaat teveel over model en te weinig over gedrag.’ Eens: 78% 

Harry Nijkamp: ‘Zelden stelt iemand zich de vraag: Gaan wij hier wel over?’

Ook governance-expert Harry Nijkamp is kritisch over de vraag of het wel goed zit met de onafhankelijkheid van intern toezichthouders. In zijn dagelijkse praktijk als consultant komt hij het te vaak tegen dat intern toezichthouders toch weer op de stoel van de bestuurder gaan zitten. ,,Zelden stelt iemand zich de vraag: gaan wij hier wel over?’’

Volle zaal

Nijkamp heeft bij alle drie modellen (bestuur & directie, Raad van Toezicht, AB/DB) zijn kanttekeningen. Daarom heeft hij in samenwerking met deskundigen van de PO-Raad een model ontwikkeld waarin het beste van de modellen gecombineerd worden: het RvT-model, uitgebreid met een deelnemersraad.

Nieuw bestuursmodel

Onmiddellijk volgt reactie vanuit de zaal: ,,Moeten we nóg een extra laag optuigen?’’ Ja, luidt het antwoord van Nijkamp. In de wet staat niet dat scholen in het bestuur moeten zitten, maar wel dat ze bij het samenwerkingsverband aangesloten moeten zijn. In dit model worden plannen van onderop opgebouwd en toetst de Raad van Toezicht het publiek belang. Schoolbestuurders moeten zich committeren aan het ondersteuningsplan en de begroting.

Stelling: 'Samenwerkingsverbanden zijn gebaat bij een sterke directeur/bestuurder.’ Eens: 91%

Rasenberg: ‘Wie heeft het daadwerkelijk voor het zeggen?’

Wie meer wil leren over de scheiding van bestuur en toezicht in zijn of haar samenwerkingsverband, kan zich bij Dick Rasenberg (d.rasenberg@poraad.nl) opgeven voor een ondersteuningsaanbod van de PO-Raad in de vorm van managementgames. In de loop van dit jaar komen deze simulaties op maat beschikbaar voor tweeduizend euro. ,,De helft van de werkelijke kosten’’, merkt Rasenberg op.  

Rasenberg sluit de middag af met een raadsel: van welke organisatie is dit organogram? Het antwoord: Ajax. De les: wie het daadwerkelijk voor het zeggen heeft, blijkt niet altijd uit het bestuursmodel, want Johan Cruijff komt in het organogram niet voor. Rasenberg: ,,Is het niet zo dat je je pas eigenaar kunt voelen als je je mede-eigenaren vertrouwt op uitvoering van hetzelfde doel?’’

Laatst gewijzigd: 
donderdag 11 juni 2015

Nieuwscategorieën