Huisvestingsmedewerker Chantal Broekhuis: ‘Ik heb een tweede werkplek bij de gemeente’

Het gemiddelde schoolgebouw in Nederland is veertig jaar oud, slurpt energie en is ongezond voor leerlingen en personeel. In de nieuwe strategische agenda van de PO-Raad staat dat alle schoolbesturen de komende vier jaar een analyse maken van de staat van hun schoolgebouwen. Niet alleen in relatie tot de eisen van het Bouwbesluit en het Kwaliteitskader, maar ook in relatie tot hun eigen onderwijskundige ambitie. Want elke verandering begint met inzicht in de eigen situatie.

Hoe verloopt deze omslag in de praktijk? De PO-Raad gaat de komende tijd bij schoolbesturen langs om het te onderzoeken. In deze eerste aflevering Chantal Broekhuis van de Utrechtse stichting PCOU Willibrord, met zestig schoolgebouwen onder haar hoede.
 

Hoe is het gesteld met de staat van jullie schoolgebouwen?

,,De meeste van onze gebouwen dateren nog van vóór of vlak na de oorlog, aangevuld met noodbouw uit de jaren zeventig. Toen ik hier negen jaar geleden begon werden er weliswaar scholen vervangen door de gemeente, maar het bleek al gauw dat deze nieuwbouw kampte met torenhoge kosten als gevolg van de slechte kwaliteit. Dus het eerste wat ik deed was deze karige investeringen een halt toeroepen. Zonde van het geld!”

Maar wat dan wel? Waar begin je bij een zo’n groot gebouwenbestand met zo’n grote achterstand?

,,Het heeft me vijf jaar gekost om het vastgoedmanagement goed op te tuigen. Inmiddels zijn we zover dat we van alle gebouwen in beeld hebben hoe ze er technisch voor staan en wat er wanneer aan moet gebeuren. De komende acht jaar staan er 25 schoolgebouwen op de rol om te vervangen, dat doen we in drie tranches. Ondertussen zijn we ook bezig om de functionele vernieuwingsbehoefte in kaart te brengen, onder andere op basis van prognoses van het leerlingaantal. Daarnaast vraagt ieder gebouw om de 5 á 10 jaar om aanpassingen door veranderende onderwijskundige inzichten. Denk bijvoorbeeld aan scholen die met leerpleinen willen gaan werken en meer werkplekken willen op de gang.”

Heb je wel eens te maken met scheve gezichten als het ene gebouw wel vernieuwd wordt en het andere niet?

,,Het komt inderdaad wel eens voor dat een school langer moet wachten dan aanvankelijk gedacht, doordat er bij een andere school een gebrek aan het licht komt dat spoed vereist omdat anders de gezondheid van leerlingen in het geding komt. Dat moet je dan goed uitleggen.”

Hoe onderhoud je de relatie met de gemeente?

,,Ik praat wel eens gekscherend over mijn tweede werkplek daar. Er gaan echt heel veel uren inzitten om het belang van goede onderwijshuisvesting voor het voetlicht te krijgen. Soms is het lastig uit te leggen aan collega’s als ik na tien gesprekken nog totaal niet ben opgeschoten. Negen van de tien keer lopen die gesprekken vast op regelgeving. Dan probeer ik om de ambtenaren mee terug te nemen naar de bedoeling: wat willen we samen bereiken? Als de regels niet functioneel en passend zijn voor de situatie, dan moet je daarvan af durven wijken, vind ik. Vaak neem ik ook een schoolleider mee naar een gesprek met de gemeente, of ik nodig de ambtenaren uit op school. Maar daar gaan ze niet altijd op in.”

Is dat onwil of zit er iets anders achter?

,,Door de decentralisaties in de zorg is de aandacht voor onderwijshuisvesting vooral bij kleine en middelgrote gemeenten onder druk komen te staan. Tegenwoordig is onderwijshuisvesting iets dat ambtenaren ‘erbij’ moeten doen. Dus tijd- en geldgebrek spelen zeker mee. Maar politiek is ook een kwestie van keuzes maken: geef je je geld uit aan een lantaarnpaal of aan een schoolgebouw? Kinderen zitten tachtig procent van hun schooldag binnen. Als je weet hoe sterk het binnenklimaat samenhangt met de prestaties van kinderen, dan hoef ík niet lang te twijfelen. Tijdens één van mijn vele gesprekken bij de gemeente werd mij eens gevraagd: maar wat zou je dan precies willen? Ik liet mijn blik door de ruimte gaan en zei alleen: nou, dit ongeveer.”

Van welke regels heb je het meeste last?

,,Het meest vervelend vind ik de onduidelijkheid en de tegenstrijdigheid in wetgeving. Door de overheveling van het onderhoud aan de gebouwen naar de schoolbesturen, is er een groot grijs gebied ontstaan waarvan niet duidelijk is wie verantwoordelijk is. Namelijk het gebied van de levensduurverlengende renovatie. De vergoeding die scholen ontvangen voor materiële instandhouding is bij lange na niet voldoende om hierin te voorzien, en is hier ook niet voor bedoeld. Schoolbesturen kiezen nu soms noodgedwongen voor doordecentralisatie om van die gesplitstheid af te zijn, maar ik vraag me af of je dat moet willen als je zo’n achterstand hebt in je gebouwen.

Waar ik ook last van heb is dat ieder schoolgebouw letterlijk wordt omlijnd door een bestemmingsplan. Wil je er een meter bij, dan kun je zo een half jaar in de wacht staan voor een vergunning, naast al het voorbereidend werk dat daar aan voorafgaat. En dan heb je nog de welstandscommissie die om esthetische redenen je plannen kan wijzigen.”

Dat klinkt alles bij elkaar niet echt als leuk werk.

,,Er gebeuren ook mooie dingen hoor. Eén van onze speciale scholen wilde een samenwerking aangaan met een zorginstelling. Daarvoor heeft de gemeente ons geld geleend. Of eigenlijk is er sprake van een huurconstructie. Dat werkt prima.

De uitdaging zit hem erin om alle puzzelstukjes bij elkaar te krijgen en zinnige dingen te doen met de kansen die je krijgt. Als we een digibord ophangen maar de leerlingen zien niets door de lichtinval, dan heb ik mijn werk niet goed gedaan.

Ook is het heel gaaf om grote besparingen te kunnen afdwingen door als groot bestuur slim in te kopen. Ik moet zeggen dat de markt ook erg goed meedenkt in hoe we kunnen verduurzamen.”

Chantal Broekhuis bij de Koninging Beatrixschool in de Meern


Gaan jullie de BENG-normen halen in 2020?

Ja, dat gaan we halen. Al baal ik als een stekker dat de BENG-norm voor het Bouwbesluit niet vanaf 2019 al geldt, zoals eerst de bedoeling was. Dat had ons namelijk een argument gegeven voor verhoging van de normvergoeding op basis van duurzaamheid. Nu moeten we het meer van subsidie hebben. Maar we zijn goed bezig. Al onze huidige investeringen verdienen zich binnen vijf jaar terug.”

Tot slot een gewetensvraag: kan een schoolbestuur in deze tijd zonder huisvestingsmedewerker?

,,Daarop antwoord ik volmondig nee, en niet omdat mijn baan ervan afhangt. Natuurlijk zijn er eenpitters die een heel eind komen door hun ziel en zaligheid hierin te storten. Maar zeker als groter bestuur kun je niet zonder. Daarvoor is het gewoonweg te ingewikkeld.”

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 3 april 2018

Nieuwscategorieën