Instroom in ww vanuit primair onderwijs verder gedaald

De instroom in de ww vanuit het primair onderwijs is de afgelopen jaren sterk gedaald. Hoe kan het dan toch dat er een ww piek is in de zomerperiode? En waarom is er instroom in de ww terwijl het po kampt met een oplopend lerarentekort? Vragen die tijdens het debat over de Onderwijsbegroting in de Tweede Kamer ook aan bod kwamen. In dit artikel een aantal feiten en cijfers over werkloosheid in het primair onderwijs en de zogenaamde zomerpiek.

De instroom in de ww vanuit het primair onderwijs was vorig jaar 60% minder dan 5 jaar geleden. Dit jaar zien we een verdere daling van het aantal mensen uit de sector dat werkloos wordt. Door de werking van de arbeidsmarkt is er altijd instroom. Economen noemen dit frictiewerkloosheid. Door de manier waarop het onderwijs georganiseerd is in schooljaren, is het logisch dat die instroom zich meer voordoet in de zomer. In de regio’s waar het lerarentekort groot is, is de instroom in de ww vanuit het primair onderwijs minimaal.

Het aantal ww-uitkeringen in het onderwijs neemt standaard extra toe rond de zomervakantie. Dat is een normaal patroon. Dit hangt samen met de wijze waarop het onderwijs is georganiseerd. De instroom in de werkeloosheid is op dit moment over het hele jaar slechts 1,5% van het personeelsbestand. Ongeveer de helft van de instroom vindt traditioneel plaats voor de zomervakantie.

Feiten en cijfers over werkloosheid in het po en de zomerpiek

Hoeveel mensen zijn dit jaar werkloos geworden?

De instroom in de ww vanuit het primair onderwijs is de afgelopen jaren sterk verminderd. Dit jaar hebben er tot nu toe 1747 mensen een werkloosheidsuitkering aangevraagd. Dat is minder dan een derde van het aantal van vijf jaar geleden. In 2018 was de instroom over het hele jaar 2516 mensen.

Instroomww

Hoe hoog was de zomerpiek dit jaar?

In de maanden juli en augustus van 2019 gingen 1070 mensen vanuit het primair onderwijs de ww in. Dat is aanmerkelijk minder dan de afgelopen jaren, maar er is wel sprake van een kleine piek.

Instroomww2

Hoe kan het dat er nog steeds sprake is van een zomerpiek?

Door de inrichting van het werk en de werking van de arbeidsmarkt voor het primair onderwijs, zal er altijd een (kleine) zomerpiek zijn. De huidige instroom in de ww is te duiden als frictiewerkloosheid. Door genoemde organisatie en inrichting van het werk is het logisch dat die frictie zich vooral voordoet in de zomer.

Factoren in het primair onderwijs die een rol spelen bij de hogere instroom in de zomerperiode zijn:

  • Scholen stellen de formatie vast per schooljaar.
  • Scholen zetten de werkdrukmiddelen per schooljaar in.
  • Tijdelijke middelen en tijdelijke formatie voor bijvoorbeeld projecten worden afgebouwd per schooljaar.
  • Vervanging van afwezige medewerkers gaan tot het einde van het schooljaar omdat van de afwezigen niet bekend is of zij na de zomer nog afwezig zijn.

Het beeld bestaat dat de werkloosheid in het primair onderwijs heel hoog is. Hoe komt dat?

De instroom in de ww is historisch laag, desondanks zitten er nog 11.000 mensen in de ww. Dit komt door een daling van het aantal leerlingen de afgelopen jaren. In deze periode hebben schoolbesturen gedwongen afscheid moeten nemen van personeel. Een groot deel van de 11.000 mensen werkt al wel weer gedeeltelijk, ook in het onderwijs. Het is dus niet zo dat er stille reserves zijn van 11.000 fte. Dat aantal ligt lager. Regioplan verwacht op basis van onderzoek dat van een groep van circa 1.250 personen daadwerkelijk terug kan keren als leraar in het primair onderwijs. Het Participatiefonds zet zich succesvol in om deze mensen ook daadwerkelijk aan het werk te krijgen.

Hoe kan het dat er mensen werkloos worden terwijl er een lerarentekort is?

We zien het effect van het lerarentekort duidelijk terug in de instroomcijfers in de WW. Het UWV berichtte al in februari 2019 dat de piek in nieuwe WW-uitkeringen in de zomerperiode in 2018 zeer laag was in regio’s met weinig werkzoekenden per vacature. In de tekortregio’s ontstaat er dus nagenoeg geen werkloosheid. Dat zien we ook in 2019 terug in de regionale cijfers.

Het verschijnsel dat er werkloosheid voorkomt terwijl er toch voldoende werk is, is een normaal onderdeel van het functioneren van de arbeidsmarkt: tijdelijke contracten voor bijvoorbeeld projecten lopen af en er zijn altijd situaties waarbij een dienstverband niet uitpakt zoals beide partijen vooraf hadden voorzien. Economen noemen dit ‘frictiewerkloosheid’.

Voor hoeveel tijdelijke krachten geldt dat het contract voor de zomer afloopt, terwijl ze na de vakantie weer worden aangenomen bij hetzelfde schoolbestuur?

De PO-Raad weet dat dit sporadisch voorkomt, maar heeft geen cijfers. Het verschijnsel is niet altijd te vermijden. Als een school een zieke leraar vervangt, weet het schoolbestuur niet altijd of deze leraar na de zomervakantie nog ziek is. Het is dan niet logisch om de vervanger in dienst te houden. Als de leraar na de vakantie nog steeds ziek is, is er wel weer een vervanger nodig. Overigens heeft zo’n werknemer recht op uitbetaling van eventueel niet genoten vakantieverlof. Het is dus niet zo dat hen een deel van hun recht wordt ontnomen.

Is de instroom in de ww vanuit het primair onderwijs hoger dan in andere sectoren?

Nee. De instroom in de WW vanuit het primair onderwijs is zeer laag. Het UWV zag in 2018 een totale instroom van 335.000 mensen in de ww. Van de werkzame beroepsbevolking is dit ongeveer 3,7%. Dat is een voor Nederlandse begrippen lage instroom die veroorzaakt wordt door de gemiddeld genomen krappe arbeidsmarkt. In het primair onderwijs met 170.000 medewerkers, was de instroom slechts 2.516 in 2018. Dit is dus maar 1,5%. Verhoudingsgewijs ruim de helft lager dan in Nederland als geheel.

Is de instroom in de werkloosheid in het primair onderwijs vergelijkbaar met het landelijke gemiddelde?

De instroom vanuit het primair onderwijs is fors meer gedaald dan het landelijke gemiddelde. Als we de instroom in de ww relateren aan het jaar 2015 dan heeft het primair onderwijs in 2018 nog maar een instroom van 40% (zie tabel hieronder). In het totaal blijkt uit de cijfers van het UWV dat de instroom over alle sectoren ook is afgenomen, maar in 2018 is dat nog steeds 57% ten opzichte van het jaar 2015. De instroom vanuit het primair onderwijs is dus fors meer gedaald dan in Nederland als geheel.

Instroomww3

Wat doet het Participatiefonds om werkloosheid te voorkomen?

De partijen in het Participatiefonds werken samen aan de aanpak van de werkloosheid in het onderwijs. Het afgelopen schooljaar hebben bijvoorbeeld 570 uitkeringsgerechtigden uit het primair onderwijs een nieuwe baan gevonden. Het tweejarig plan ‘1.000 leerkrachten aan de slag’ van het Participatiefonds ligt daarmee op koers. Daarbij blijft werkloosheid niet helemaal te voorkomen, het is een onderdeel van de werking van de arbeidsmarkt met in het onderwijs een piek in juli en augustus. De instroom in werkloosheid is gelukkig wel gedaald naar een erg laag niveau.

Laatst gewijzigd: 
vrijdag 8 november 2019

Nieuwscategorieën