Interview AB-lid Albert Helder: ‘Met discussie maak je het onderwijs beter’

02-09-2014

Albert Helder

Het negenkoppige Algemeen Bestuur van de PO-Raad bestaat uit leden van de PO-Raad en verbindt de vereniging zo met haar leden. Maar wie zijn de AB-leden en wat hopen zij met hun vereniging te bereiken? In verschillende interviews stellen zij zich dit schooljaar om de beurt voor. Albert Helder, Algemeen directeur van Proloog in Leeuwarden, bijt het spits af. ,,Je moet je druk maken om wat goed gaat, en leren van dat wat slecht gaat.''


- ‘Algemeen Bestuur-leden moeten de parels van het primair onderwijs uit de vereniging naar voren halen', zei u bij uw aanstelling. Ofwel, ze moeten de goede voorbeelden uit de bestuurs- en onderwijspraktijk de PO-Raad in brengen. Hoe gaat het daar nu mee?

,,Om haar werk goed te kunnen doen, is het belangrijk dat de PO-Raad goed weet wat er in het land gebeurt. De druk op het AB om daarvoor te zorgen, is nu een stuk minder dan een jaar geleden bij mijn aantreden als AB-lid. Ik zie hoe het Dagelijks Bestuur functioneert en hoe Rinda en Simone veel het land in gaan. Ik merk dat zij goed op de hoogte zijn van wat er speelt. Dat maakt het mogelijk om als AB en DB goede discussies te voeren en efficiënt te werken. Dat is een compliment waard. Ik zie dat de sector en ook de PO-Raad hierdoor steeds volwassener worden.”

-Waar ziet u dat aan?

,, In de eerste jaren van de PO-Raad moest ze nog echt op de kaart worden gezet. Dat is inmiddels gelukt. Nu zijn we bezig dat te borgen. De structuur van de PO-Raad is vorig jaar veranderd. Het AB maakt deel uit van die nieuwe structuur. De achterban wordt daarnaast meer dan in het begin bij alles betrokken. Verder hebben we nu een strategische beleidsagenda die dient als een soort kompas voor het primair onderwijs. We hebben kortom een gezicht en een plan. We maken ons druk om dat wat goed gaat en bouwen dat uit. Van wat slecht gaat, nemen we kennis, en daarvan leren we. De leerling heeft daar baat bij. Zo hoort het wat mij betreft.”

- Als u terugkijkt op het afgelopen schooljaar en wat het AB met de PO-Raad heeft bereikt, waar bent u dan het meest trots op?

,,Dat we met alle leden die strategische beleidsagenda hebben opgesteld die nu bij alles wat we doen als leidraad geldt. Het Bestuursakkoord is met die agenda in het hoofd opgesteld, net als het onderhandelaarsakkoord CAO PO. Het past allemaal in elkaar. Ik vind dat we een mooi kader hebben gemaakt. We moeten nu zorgen dat we ruimte binnen het kader in stand houden en schoolbesturen het naar eigen inzicht kunnen inkleuren.”

citaat Albert Helder

Wat waren uw drijfveren om AB-lid te worden?

,,Als directeur van Proloog ben ik dagelijks met de onderwijspraktijk bezig. Die vakinhoudelijke kant wilde ik versterken en verrijken. Daarnaast vind ik het belangrijk dat het AB bestaat uit bestuurders uit alle windrichtingen. Als een van de weinige noorderlingen in het AB neem ik mijn eigen onderwijsdynamiek en kijk op de onderwijspraktijk mee. De andere acht AB-leden hebben dat net zo. We wisselen die informatie uit en kunnen elkaar op die manier versterken en het totale beeld van de sector voeden. Dat maakt mede mogelijk dat de PO-Raad de hele sector vertegenwoordigt.”

- Uw onderwijspraktijk is heel divers. Uw bestuur heeft heel verschillende scholen onder zich. Is dat een meerwaarde voor een AB-lid?

,,Proloog bestuurt 23 heel verschillende scholen. We hebben er bewust voor gekozen dat onze scholen veelkleurig kunnen zijn. Juist door die pluriformiteit kan je binnen ons bestuur en ook bij de PO-Raad discussies voeren over wat nodig is in het onderwijs. Daar bereik je veel meer mee dan wanneer alles hetzelfde is en iedereen het alleen maar met elkaar eens is.”

- Wat vindt u het mooiste aan uw vak als bestuurder en AB-lid?

,,Dat we samen het verschil kunnen maken in persoonlijke ontwikkeling: van bestuurders, leraren en leerlingen. Dat begint bij het nieuwsgierig houden van kinderen. Daarvoor heb je nieuwsgierige leraren nodig en nieuwsgierige bestuurders.”

- Waarom zijn die nodig?

 ,,Op de laatste ledenvergadering kwam de PO-Raad met een voorstel om te overleggen met de uitgeverijen om een dreigende ‘stand-still’ wat betreft ICT in het onderwijs te voorkomen. Bij het stemmen ging een honderdtal groene kaartjes omhoog en een stuk of acht rode. Als voorzitter kan je dan denken: Dat zit wel snor. Maar in dit geval werden de tegenstemmers uitgenodigd aan te geven waarom ze tegen stemden. Die nieuwsgierigheid zorgt ervoor dat we leren. Dat brengt het onderwijs echt een stap verder.”

- Uw scholen waren een van de eersten die na de vakantie met passend onderwijs te maken kregen. Wat zijn uw eerste ervaringen daarmee?

,,Over het algemeen gaat het best goed al is het ook wel wennen. Ons en ook het wettelijke beleid is dat we een leerling binnen tien weken een passende plek op een van de scholen bieden. Ik merk nu dat dat soms wat op gespannen voet staat met de leerplicht. Dat kan namelijk betekenen dat een leerling even geen les krijgt. Maar ik vind het heel erg belangrijk dat we door veel contact met de ouders van een leerling goed in beeld krijgen wat hun kind eventueel aan extra zorg nodig heeft en we hem of haar dan in een keer op de juiste school plaatsen. Ik ben ervan overtuigd dat dat in het belang is van het kind.”

kader Helder

Laatst gewijzigd: 
woensdag 8 oktober 2014

Nieuwscategorieën