Interview AB-lid Anko van Hoepen: "Vrijheid is zowel de kracht als de zwakte van het onderwijs"

Anko van HoepenHet negenkoppige Algemeen Bestuur van de PO-Raad bestaat uit leden van de PO-Raad en verbindt de vereniging zo met haar leden. Maar wie zijn de AB-leden en wat hopen zij met hun vereniging te bereiken? In verschillende interviews stellen zij zich dit schooljaar aan u voor. Aan het woord is Anko van Hoepen, lid van het College van bestuur van de Alpha Scholengroep in Zuid-Beveland. Actief voor de netwerken Krimp en Goed bestuur en de werkgroep Visitatiestelsel. Daarnaast praat hij mee over de academische omgeving.

Met uw 42 jaar bent u ons jongste AB-lid. Hoe bent u zo gauw op deze post terecht gekomen?
,,Door bewuste keuzes te maken. Nou, inmiddels ben ik al niet zo jong meer. Maar toen ik begon als bestuurder was ik 34. En was het voor mij inderdaad nodig om wat harder te praten dan de rest.”

Heeft u wel krijt op het jasje?
,,Jazeker, ik heb na de pabo tien jaar voor de klas gestaan. Functies als intern begeleider en kwaliteitscoördinator waren de volgende stap en op mijn dertigste was ik directeur van een school met bijna vierhonderd leerlingen. Tegenwoordig zie je dat vaker, maar toen niet. Ik moest me echt bewijzen.”

Waarom bent u AB-lid geworden?
,,Nu kan ik je prachtige antwoorden geven over al mijn altruïstische christelijke drijfveren – en natuurlijk zijn die er ook- maar ik vind het vooral gewoon heel erg leuk om me op landelijk vlak te mogen bemoeien met onderwijs. Ik was er dan ook vanaf het eerste uur van de PO-Raad bij. En het stukje dat ik daarbij kan halen, helpt me natuurlijk ook weer in mijn werk.”

Wat voegt u toe aan het AB?
,,Met name kennis over governance en krimp. En hoe je die zaken combineert met behoud van keuzevrijheid en diversiteit. Dat is de uitdaging waar de Zeeuwse christelijke scholen voor staan.” 

Hoe moet dat dan? Is er voor ouders nog iets te kiezen als er maar één school in het dorp is?
,,Mijn visie is al sinds we met het fenomeen krimp te maken hebben, dat je geen andere keuze hebt dan samenwerken. Met die opvatting maakte ik in het begin geen vrienden. Maar als je niets doet en krampachtig afwacht, valt er uiteindelijk toch een school om en dan heb je alsnog geen keuzevrijheid. Gelukkig heb ik in de loop der jaren medestanders gekregen. In onze stichting staan de neuzen dezelfde kant op, maar dat gaat nog niet voor heel Zeeland op.”

Hoe hangt de Zeeuwse vlag ervoor als het gaat om passend onderwijs? Is het makkelijker differentiëren met kleine klassen?
,,Integendeel! Die kleine klassen zijn in praktijk gecombineerd tot bijvoorbeeld groep 3-4-5 ineen. Daar had je vóór de invoering van passend onderwijs al een excellente leerkracht voor nodig. En ik spreek uit eigen ervaring. Het is absoluut niet zo dat kleine scholen het makkelijker hebben in passend onderwijs. En daar komt nog bij dat ouders hun kwetsbare kinderen wel degelijk sneller naar een kleine school sturen, omdat ze denken dat hun kind daar meer persoonlijke aandacht krijgt. Ouders trekken zich niet zoveel aan van een zorgprofiel. En zien ook niet in dat de hele zorgstructuur van een kleine school overhoop kan komen liggen bij vertrek of ziekte van één medewerker.”

En vertrekken, dat doen ze dus. Veel immigratie zal daar op Zuid-Beveland niet tegenover staan. Hoe zorgen jullie ervoor dat jullie je eigen onderwijstalent vasthouden?
,,Door zelf op te leiden en te coachen on-the-job. We hebben een nauwe verbinding met de hogeschool in Vlissingen. Er wordt door werkgevers veel kwaad gesproken over de nieuwe Wet Werk en Zekerheid, maar voor het Zeeuwse onderwijs heeft de noodzaak om mensen aan je te binden ook een positieve kant. Dat had weliswaar ook gekund zonder de Wwz, maar het is wel een aanjager.”

Waarop bent u trots?
,,Ik ben heel trots op de succesvolle oprichting van de Coöperatie PO Zeeland, waarbij 98 procent van de Zeeuwse besturen is aangesloten. De coöperatie fungeert als een soort lokale PO-Raad. Die tussenlaag is echt nodig, omdat Zeeland zo ontzaglijk veel besturen kent (zo’n vijftig voor slechts 30.000 leerlingen, red.) en je zo met één stem naar de PO-Raad en naar Den Haag kan spreken.
Verder ben ik trots op ons transfercentrum voor arbeidsmobiliteit.”

Hoe staat het primair onderwijs er over tien jaar voor, denkt u?
,,Ik zou liever spreken van het funderend onderwijs; ik hoop dat we dan één voorziening hebben voor school en opvang voor alle kinderen van nul tot zestien jaar. Maar ik ben al blij als dat over tien jaar in de steigers staat. Voorlopig botsen we aan de onderkant tegen regels op en leven we aan de bovenkant nog altijd in gescheiden werelden. Verder denk ik dat op den duur het bekostigingsstelsel op de schop gaat. Dat het geld de leerling gaat volgen. Bekostiging puur op basis van het leerlingaantal en geen subsidies meer die bijvoorbeeld scholen in krimpsituaties onwenselijk lang op de been kunnen houden.”

Hebben we in uw ideale plaatje nog een Inspectie?
,,Deze sector kan naar mijn mening niet, nooit zonder Inspectietoezicht. Ik denk dat horizontale verantwoording op termijn wel degelijk een rol kan gaan spelen, maar dan moeten we als sector eerst bewijzen dat we het aankunnen. Zo ver is het nog lang niet. Vrijheid is hierin zowel de kracht als de zwakte van het onderwijs. Vensters PO kan in de verantwoording trouwens een belangrijke rol spelen. Maar dan moeten we wel alles vullen én er voor waken dat het van ons blijft en geen ‘moetje’ van OCW. Tegelijkertijd hangt een verplicht Lerarenregister ons als een zwaard van Damocles boven het hoofd, omdat de deelname achter blijft. Ik hoop dat ze in Den Haag snappen dat processen nu eenmaal lang duren.

Graag zou ik hier trouwens een oproep willen doen aan alle mensen in het onderwijs om te stoppen met bekvechten en elkaars ruimte innemen. ‘Als de Inspectie nou eens zus, laat de staatssecretaris nou eens zo...’,  daar word ik zo doodmoe van! Gun elkaar de ruimte om eenieder het zijne te laten toevoegen. Zolang iedereen zich bij elke eigen handeling afvraagt wat de leerling er aan heeft, is er helemaal geen reden om steeds met die vinger naar elkaar te wijzen.”

Tot slot: Neelie Kroes vindt dat elk kind moet leren programmeren. Wat vindt u?
,,Ik vind dat ze een steekhoudend punt heeft, als ze bedoelt dat het programmeren net als lezen en schrijven een basisvaardigheid moet worden. Zodat je straks niet afhankelijk bent van anderen in bijvoorbeeld het gebruik van een 3D printer. Maar we moeten niet allemaal programmeurs opleiden, en het hoeft wat mij betreft ook geen kerndoel te worden. Daarmee ben je er niet.

Een van mijn collega bestuurders vroeg onlangs aan een groepje kinderen over zijn strategisch beleidsplan: ‘Wat als je moest kiezen tussen leren schrijven of leren typen?’ Wat denk je dat ze zeiden? Ze zeiden schrijven! Want typen bestaat straks niet meer, dat wordt vervangen door spraakgestuurde computers. Dus die leerlingen dachten al een stap verder dan wij. Zo zie je maar, laten we vooral niet vergeten naar de leerling zelf te luisteren.”

Laatst gewijzigd: 
donderdag 28 mei 2015

Nieuwscategorieën