Interview AB-lid Jos Rijk: ‘Groot en klein kunnen prima naast elkaar bestaan’

Jos Rijk protretHet negenkoppige Algemeen Bestuur van de PO-Raad bestaat uit leden van de PO-Raad en verbindt de vereniging zo met haar leden. Maar wie zijn de AB-leden en wat hopen zij met hun vereniging te bereiken? In verschillende interviews stellen zij zich dit schooljaar om de beurt voor. Jos Rijk, Directeur/bestuurder Dordtse Schoolvereniging voor basisonderwijs op algemene grondslag, een zogenoemd klein schoolbestuur: ,,Het is haast onontkoombaar dat kleine besturen meer gaan samendoen.’’

-Een kleiner schoolbestuur moet zich aan vrijwel dezelfde regels houden als een groot bestuur dat daarvoor veel mensen in dienst kan nemen. Hoe zorg je ervoor dat je als klein bestuur toch alles goed voor elkaar hebt?

,,Ook tussen kleine besturen bestaan enorme verschillen. Er zijn besturen met één school met 100 leerlingen waarbij de directeur ook het grootste deel van het bestuurlijk werk uitvoert en soms ook nog gedeeltelijk voor de klas staat. Sommige hebben meerdere scholen met elk een schoolleider en een uitvoerend bestuurder die zich vooral met de bestuurlijke taken bezig houdt.

In de meeste gevallen heeft een klein bestuur geen stafbureau en zal de directeur/bestuurder enorm veel zelf moeten doen. Dat gaat niet, zeker niet als diegene ook nog voor de klas staat. Samenwerken met andere besturen is dan echt noodzakelijk. Je kan gezamenlijk expertise inkopen op het gebied van HRM, huisvesting, ICT, financiën en taken verdelen met collega-bestuurders. Het is haast onontkoombaar dat kleine besturen meer gaan samendoen. Samenwerken met een groot bestuur kan vanzelfsprekend ook. ‘’

-Wat is voor u de crux van het organiseren van goed onderwijs?
,,
Het is belangrijk dat het onderwijsteam goed wordt aangestuurd, er duidelijke doelen worden gesteld, er goed wordt geanalyseerd en bijgestuurd waar nodig. De intern begeleiders en de directeur spelen daar een belangrijke rol in.’’

-Is dat anders voor kleinere besturen dan voor grotere?
,,Ik denk het niet. Belangrijk is dat je op deskundigheid die niet bij jouw bestuur aanwezig is, een beroep kunt doen. Daar biedt nu passend onderwijs weer goede mogelijkheden voor.’’

-Hoe is uw ervaring als bestuurder bij een klein bestuur een meerwaarde voor de PO-Raad en andere schoolbesturen?
,,Bij de samenstelling van het Algemeen Bestuur is rekening gehouden met de verscheidenheid van primair onderwijs in het land. Er zijn erg veel kleine besturen dus het is belangrijk te weten wat er leeft en speelt bij die besturen en wat beleidsmaatregelen of bijvoorbeeld een nieuwe cao voor gevolgen heeft in die organisaties.  Ik heb jarenlange ervaring als directeur bij een eenpitter en nu als directeur/bestuurder bij een tweepitter. Ik ben voorzitter van de Coöperatie primair onderwijs geweest die de belangen van kleine besturen behartigt en ik overleg veel met collega directeur/bestuurders van kleine besturen. Ik denk dus dat ik de impact van maatregelen bij deze besturen goed kan inschatten.’’

-Wat is het grootste misverstand over kleine besturen?
,,Dat zij te klein zijn om alles wat op hen afkomt goed te kunnen regelen. Heel veel kleine besturen  en scholen doen het uitstekend op alle gebieden. Ik denk wel dat het belangrijk is dat er meer samengewerkt gaat worden, misschien in de vorm van een coöperatie, en dat besturen een minimaal aantal leerlingen moet hebben om het financieel te kunnen bolwerken. 

Wat ook erg belangrijk is dat er goed wordt bestuurd en goed toezicht wordt gehouden. Dat is best lastig te regelen. Heb je onder de ouders voldoende gekwalificeerde toezichthouders? Moet je anders ook op dat gebied samenwerking met andere besturen zoeken? Hoe zorg je er voor dat toezichthouders en uitvoerende bestuursleden/directeuren zich aan hun rol houden? Het is volkomen terecht dat er flink ingezet wordt op professionalisering van de besturen maar hoe doe je dat bij een vrijwilligersbestuur?’’

-Zegt u het maar…
,,Er is een enorme diversiteit in kleine besturen. Ik heb de luxe dat ik onder de ouders genoeg  deskundige potentiele toezichthouders heb. Dat maakt het makkelijker om toezicht goed te organiseren. Maar vaak is dat niet het geval en vertrekken bestuurders en toezichthouders weer na  één, twee of drie jaar. Ik vraag me daarom af of we niet naar een andere vorm van besturen en toezichthouden moeten. Een vorm die voor meer zekerheid en continuïteit zorgt. Want hoeveel moet je investeren in een bestuurder die na drie jaar weer weg is mét zijn kennis?’’

---------------------

-Enkele stellingen:

*Het is makkelijker voor grotere schoolbesturen om goed onderwijs te verzorgen dan voor kleinere besturen.

,,Dat is niet waar. De praktijk bewijst dat. Bij alle soorten besturen zijn goed en minder goed presterende scholen. Het gaat er om dat je deskundigheid binnenhaalt waar dat nodig is en die deskundigheid kun je ook buiten je eigen organisatie vinden.‘’

*Kleine besturen hebben van de PO-Raad heel andere ondersteuning nodig dan grotere. 
,,Kleine besturen hebben binnen de PO-Raad zeker andere ondersteuning nodig dan grote besturen. Kleine besturen hebben meer behoefte aan goede voorbeelden en modellen die zij na enige bewerking makkelijk in hun eigen organisatie kunnen gebruiken. Bestuurders van kleine organisaties hebben sparringpartners nodig en ook daar kan de PO-Raad behulpzaam bij zijn.’’

---------------------

-Wat kan de PO-Raad nog meer doen om alle soorten leden beter te bedienen?
,,
Veel leden wachten nu op de uitwerking van de cao, willen graag ervaringen delen  en handvatten ontvangen om er mee aan de slag te gaan. Op het gebied van professionalisering van de besturen is de PO-Raad hard aan het werk. Het is goed om dit zeker ook bij de kleine besturen actief onder de aandacht te brengen.’’

-Wat wilt u de sector en uw collega-bestuurders meegeven?
,,
Wat mij betreft mogen we allemaal een meer eigenzinnige koers varen. Binnen het primair onderwijs weten leerkrachten, directeuren, ouders en bestuurders vaak samen met partners uit de omgeving van de school prima wat goed is voor de leerling. De verscheidenheid in het onderwijslandschap is een groot goed. Een breed pallet van verschillende scholen met verschillende pedagogische richtingen moeten we koesteren. Groot en klein kunnen prima naast elkaar bestaan.  Samen met de PO-Raad is het goed dat uit te dragen naar de politiek. We willen niet gestuurd worden door de waan van de dag en het onderwijs alleen afrekenen op taal en rekenen waardoor scholen eenheidsworst dreigen te worden.’’

-Zou u zelf ook ooit een groot bestuur willen besturen? 
,,Voordelen van het besturen van een groot bestuur zijn dat je wat meer afstand hebt tot de scholen wat het zakelijker werken wat vergemakkelijkt. Je kunt meer met de hoofdlijnen bezig zijn en faciliterend zijn voor de mensen in de scholen. Je  kunt deskundigheid in eigen huis hebben en sparren met collega’s. Bij een klein bestuur moet je je ook vaak nog bezighouden met zaken als het regelen van vervanging en het repareren van het gebouw. Je bent en voelt je vaak alleen staan als je niet zelf op zoek gaat naar externe contacten. 
Erg leuk vind ik weer dat je alle werknemers kent en vaak ook veel kinderen. Je staat erg dicht bij de werkvloer. Dat levert soms wat moeite op om in je rol te blijven maar je ziet wel wat er op de werkvloer gebeurt. Kortom, ik zie voor- en nadelen maar ik zou het best willen doen.’’

Wie is Jos Rijk?

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 3 februari 2015

Trefwoorden

Nieuwscategorieën