Interview AB-lid Wim Ludeke : ‘Het roer hoeft niet 180 graden om’

Het negenkoppige Algemeen Bestuur van de PO-Raad bestaat uit leden van de PO-Raad en verbindt de vereniging zo met haar leden. Maar wie zijn de AB-leden en wat hopen zij met hun vereniging te bereiken? In verschillende interviews stellen zij zich dit schooljaar om de beurt voor. Wim Ludeke, Voorzitter College van Bestuur bij De Onderwijsspecialisten Arnhem: ,,Het onderwijs moet veranderen, maar laten we alsjeblieft ons hoofd er goed bij houden.’’

-In het land is een discussie over een nieuw curriculum gaande. Stel, u zit aan de tekentafel. Hoe zou dat nieuwe curriculum, en dus het onderwijs van de toekomst, er dan grofweg uitzien?

,,Ik vind dat een lastige vraag. Kern van die discussie is natuurlijk of wij vandaag de dag, in een steeds sneller veranderende wereld en waarin nieuwe technologieën zich zo mogelijk nog sneller ontwikkelen, nog kunnen volstaan met concepten en curricula die toch al enige historie kennen. Het antwoord is dan snel gegeven: nee. Hoe het er dan uit zou moeten zien, is een lastiger vraag. Ík geloof niet zo in het roer 180 graden om, maar veeleer in een veranderingsproces waarin en waarover allereerst goed nagedacht wordt. De uitdaging bij veranderingen is onder meer het kind niet met het badwater weg te gooien. Een nadrukkelijke oriëntatie op de implementatie van bijvoorbeeld ICT? Een volmondig ja. Een nadrukkelijke verandering van de rol van de leerkracht, waarin begeleiding en coaching van de leerling op basis van diens hulpvraag centraal staat? Ik weet dat op dit moment nog niet zo. Hoe mooi we het ook maken, uit velerlei onderzoek blijkt steeds weer dat de kwaliteit en niet te vergeten de persoonlijkheid van de leerkracht voor leerlingen een zeer grote rol speelt in een succesvolle schoolcarrière en zelfs toekomst. Een ander onderwerp is de verlengde schooldag, waarin meer ruimte komt voor een breder gericht aanbod. Dat is mijns inziens nu zo’n onderwerp waarvan ik zeg: morgen mee beginnen. Samenvattend: veranderen ja, maar laten we alsjeblieft ons hoofd er goed bijhouden.’’

-Waaraan merkt u dat verandering nodig is?

,,Wanneer ik bovenstaande voorbeelden als uitgangspunt neem voor de scholen binnen onze organisatie, dan laten de leerlingen ons zien dat we andere richtingen in moeten slaan. Hun thuiswereld is een omgeving van tablets, smartphones, computers en vooral de dynamiek die dit alles vervolgens met zich meebrengt. Als school moet je daar dus op inspelen, er is geen keuze. Meer ruimte voor een breder programma is een behoefte die wij bij veel ouders terug zien, inclusief de consequentie van andere schooltijden.’’

-Welke rol hebben sport en bewegen daarin?

,,Het is inmiddels wel bewezen dat sport en bewegen vele positieve effecten heeft: niet alleen op het gebied van gezondheid, maar ook op het vlak van sociaal functioneren, zelfvertrouwen, participeren, cognitie, etcetera. Daarnaast is sport natuurlijk voor velen gewoon leuk om te doen. Je kunt niet vroeg genoeg beginnen om sport leuk te maken voor kinderen. Dat begint met bewegen, goed bewegen. Dat is wat anders dan trefbal onder leiding van de juffrouw of meester wiens competenties meer op het gebied van taal en rekenen liggen. Dat dit vak een serieuze plaats dient te hebben in het curriculum van de basisscholen staat voor mij als een paal boven water, willen we een groot deel van onze leerlingen niet toe leiden naar inactiviteit en overgewicht.’’

- Sport, bewegen en een gezonde leefstijl raakt de afgelopen jaren steeds meer ingebed in het onderwijs. Ook in het Bestuursakkoord krijgt het veel aandacht. Daar zal u als voormalig leraar bewegingsonderwijs ongetwijfeld blij mee zijn.

,,Het is een zeer goede ontwikkeling! Wat mij betreft zou de PO-Raad daarin een nóg nadrukkelijker rol in mogen vervullen, bijvoorbeeld in een nóg sterkere alliantie met NOC*NSF en KVLO.’’

- Merkt u op uw eigen scholen ook verandering als het gaat om aandacht voor sport en bewegen?

,,U stelt de vraag aan de verkeerde. Op basis van hetgeen ik hiervoor aangaf én mijn achtergrond, zal het u niet verbazen dat binnen de scholen van De Onderwijsspecialisten sport en bewegen, maar ook cultuur, nadrukkelijke plaatsen innemen. Al onze scholen beschikken over vakleerkrachten, we hebben nauwe verbindingen met de sportverenigingen door te investeren in combinatie-functionarissen, we investeren in zwemmen en hebben een beleidsmedewerker Sport en Bewegen vrijgemaakt voor onze organisatie.’’

-  In uw bestuursfuncties zet u zich veel  in voor kinderen met een handicap. Wat zijn uw drijfveren daarbij?

,,Ik denk dat het te maken heeft met iets te willen en kunnen betekenen voor doelgroepen die het niet direct zo gelukkig getroffen hebben in hun leven, die als gevolg van een beperking of anderszins op vele gebieden op achterstand staan. Dat kan onderwijs zijn, maar ook sport of werk. Dat is ook mijn belangrijkste drijfveer om in het speciaal onderwijs werkzaam te zijn.’’

- Hoe is uw ervaring als huidig bestuurder bij een organisatie voor speciaal onderwijs een meerwaarde voor de PO-Raad?

,,Ik hoop van harte dat het een meerwaarde is! Ik ben van mening dat ‘onze werelden’, die van het speciaal en regulier onderwijs, veel te lang gescheiden werelden zijn geweest. Het gaat om kinderen, die allen onderwijsplichtig zijn. Ik hoop dat ik samen met de beleidsmedewerkers met specifieke kennis van het speciaal onderwijs op het bureau die verbinding van deze werelden tot stand kunnen brengen en volgens mij lukt dat aardig.’’

- Speciaal en regulier basisonderwijs groeien steeds meer naar elkaar toe, zei u eens in een weblog. Waaraan merkt u dat in de praktijk?

,,Steeds meer en vaker constateer ik het besef dat we als onderwijs, of dat nu het speciaal of het regulier onderwijs is, een collectieve verantwoordelijkheid voor kinderen hebben. Langzamerhand beginnen de schotten te verdwijnen en zoekt het onderwijs naar een zeer gedifferentieerd aanbod voor álle leerlingen. Dat kan alleen maar door samenwerking en het respecteren van elkaars kennis en kunde. En dat zie je binnen de samenwerkingsverbanden steeds vaker terug.’’

- Welke rol heeft Passend onderwijs daarbij?

,,Een zeer belangrijke. Hoewel er zeker nog zaken binnen Passend Onderwijs zijn die absoluut nader uitgewerkt dienen te worden, heeft het in ieder geval geleid tot samenwerking tussen schoolbesturen, of die het nu leuk vonden of niet. Dit breekijzer hadden we kennelijk nodig, want uit ons zelf leek het er maar niet van te komen. Passend onderwijs heeft het samenbrengen van besturen uit het regulier onderwijs en speciaal onderwijs geforceerd en dat was nodig.’’

- We zijn nu een half jaar bezig met Passend onderwijs. Bent u tevreden met hoe het gaat?

,,Mijn ervaring is (en wij zitten in achttien samenwerkingsverbanden!) dat er wel degelijk wat in beweging gezet is. We staan aan het begin, maar dat is niet gek: De bestuurlijke inrichting heeft tijd gekost, nu moeten we het daadwerkelijk in de klas gaan zien. Mijn inschatting is dat dat zeker nog een jaar of vijf, zes, zal kosten. Dat is niet erg, zo gaat dat bij grote stelselwijzigingen, als het maar plaatsvindt. Wat beter zou kunnen? Ik ben persoonlijk wat teleurgesteld hoe langzaam de samenwerking tussen het so en sbo gaat. Wat mij betreft is dat in het kader van passend onderwijs een zó voor de hand liggende samenwerking op zowel landelijk als regionaal niveau, maar dat besef is kennelijk nog niet overal doorgedrongen. Daarnaast stoor ik mij af en toe aan de taal: Het gaat niet om het kleiner worden van het speciaal onderwijs, maar om het verbreden van het ondersteuningsaanbod binnen het reguliere onderwijs.’’

- Wat wordt in het primair onderwijs en de PO-Raad de grootste uitdaging voor de komende maanden?

,,Ik zou graag een onderwijsinhoudelijk onderwerp noemen, maar ik ben bang dat de grootste uitdaging de cao-besprekingen worden.’’

-Wat wilt u de sector en uw collega-bestuurders meegeven?

,,Wanneer ik dat in het kader van Passend Onderwijs mag zetten: Ik hoop van harte dat de ingezette lijn wordt doorgezet en dat daarbij hetgeen wij zo snel in de mond nemen (‘het kind staat centraal’) ook daadwerkelijk gaat prevaleren boven de institutionele belangen.’’

Wie is Wim Ludeke?

Eerdere banen: Na een kortstondige carrière in het bankwezen koos hij bewust voor het speciaal onderwijs waarin hij diverse functies heeft vervuld. Hij is er nooit meer uit weggegaan.

Mooiste herinnering aan eigen basisschooltijd: ,,Het op kousenvoeten de klas binnen komen glijden en daarbij de strengste juffrouw van de school onderuit torpederend. Ging echt per ongeluk, ik had haar niet zien staan.’’

Als het gaat om het primair onderwijs, dan droomt Wim Ludeke ervan…. ,,dat bestuurders hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen: de wettelijke opdracht om aan ieder kind onderwijs te bieden en dat alles vanuit een honderd procent gesubsidieerde positie. Daarin past geen domein-denken en concurrentie, vaak funest voor leerlingen en hun ouders.’’ 

Laatst gewijzigd: 
donderdag 12 maart 2015

Trefwoorden

Nieuwscategorieën