Interview AB-lid Wim Schut: 'Het primair onderwijs is geen Calimero'

Wim SchutHet negenkoppige Algemeen Bestuur van de PO-Raad bestaat uit leden van de PO-Raad en verbindt de vereniging zo met haar leden. Maar wie zijn de AB-leden en wat hopen zij met hun vereniging te bereiken? In verschillende interviews stellen zij zich dit schooljaar aan u voor. Aan het woord is Wim Schut, lid van het College van Bestuur van de Stichting Christelijk Onderwijs Delft en omstreken.
 

Wat doet u voor de PO-Raad?
,,Ik ben lid van het Algemeen Bestuur, het netwerk Innovatie & ICT en het netwerk Onderwijsinhoud & Onderwijsopbrengsten. Verder heb ik met enkele andere bestuurders het initiatief genomen een Lerend Netwerk van bestuurders in de regio Haaglanden op te richten. Ik ben ook kwartiermaker voor het bestuurlijk netwerk Wetenschap & Technologie in Zuid-Holland.’’

Voordat u in het primair onderwijs kwam werken, waren vo en mbo uw terrein. Met welke verwachtingen begon u in het po?
,,Ik had dezelfde vooroordelen die veel mensen hebben: de softe sector, de Calimero van het onderwijs. Maar ik kwam er al snel achter dat er in het basisonderwijs goede prestaties worden geleverd en dat de ambities hoog zijn. Als leerkracht in het basisonderwijs heb je een rijk gevulde pedagogisch-didactische toolkit nodig om je werk goed te kunnen doen. Verder zie ik gedreven, professionele directeuren, die van hun school een succes maken. Daar zouden andere sectoren veel van kunnen leren.’’

Is dat de reden waarom u bestuurslid bent geworden bij de PO-Raad? Om dit vooroordeel te helpen afbreken?
,,Ik wil inderdaad een bijdrage leveren aan een beter imago van de sector. Maar de belangrijkste reden om AB-lid te worden was om mee te werken aan de verdere ontwikkeling van de sector. Zoals ik al zei, de ambities zijn hoog. Dit hebben we verwoord in een fantastische beleidsagenda. Ons eerste manifest uit 2010 heette: “In 10 jaar naar de top”. Onze huidige beleidsagenda heet: “Om de leerling”. Dat vind ik alleen qua tekst al een vooruitgang. We willen de sector sterker maken door professionalisering van leerkracht, directeur en bestuur en door innovatie. Dat is de kern van de agenda.’’

Innovatie lijkt wel het toverwoord; het is ook één van de speerpunten van uw stichting. Waar staat het bij jullie voor?
,,Wij werken vanuit de notie: Gedegen en innovatief. We doen dus niet mee aan hypes. Ik doel op onderwijsgoeroes als Fullan, Marzano en Hattie. We nemen er kennis van, doen er ons voordeel mee, maar worden geen slaafse discipelen. We kijken ook kritisch naar de opbrengsten van de politieke dagkoersen over zaken als evidence based pestprotocollen, een derde uur gym, loverboys en gezond eten.
Verder zetten we qua innovatie in op Wetenschap & Technologie. Op dit punt willen we werken aan een goede doorgaande leerlijn. In het VO hebben we een technasium bij havo/vwo, de Bèta Challenge bij de Mavo en de nieuwe leerwegen VMBO. En we zijn nu begonnen met W&T op onze basisscholen.’’

En hoe wordt dat ontvangen?
,,Leerlingen en leraren zijn heel enthousiast. Dat komt door de visie op leren die ervan uit gaat, namelijk onderzoekend en ontwerpend leren. We denken dat we kinderen daarmee goed voorbereiden op beroepen die nu nog niet bestaan.’’

Uw bestuur heeft zowel po als vo onder haar hoede. Wat is hier de meerwaarde van?
,,Die moet nog blijken. We zijn een jonge fusieorganisatie. We hebben de afgelopen twee jaar vooral gewerkt aan de ontwikkeling van de organisatie en de harmonisatie van beleid. Kern van ons beleid is werken aan goed personeelsbeleid door een goede gesprekkencyclus gekoppeld aan actief scholingsbeleid.

Maar de leerling merkt dus nog niet zoveel van de combinatie po en vo in één bestuur?
,,Nee, nog niet. We zien het ook nog niet terug in de doorstroomcijfers. Hoewel we hard werken aan doorlopende leerlijnen, moeten we ook realistisch zijn. Dit proces vraagt tijd en een goede voorbereiding. Daarbij moet je niet zelf het wiel willen uitvinden. Daarom kijken we ook bij andere gecombineerde besturen.’’

Uw scholen willen leerlingen laten schitteren. Is dat jullie vertaling van lijn 1 van het Bestuursakkoord: ‘het herkennen en uitdagen van toptalenten’?
,,Misschien een wat flauw antwoord, maar wel zeer gemeend: wij zien elk kind als een toptalent! Dan heb je passend onderwijs in de meest pure betekenis van het woord. Vandaar die slogan. Die stamt overigens uit 2005 toen excellentie nog niet zo’n ingeburgerd begrip was. Natuurlijk besteden we ook aandacht aan hoog- of meerbegaafde kinderen. We zien dat dat in de breedte van het onderwijs een uitdaging is.’’

Ook staat in de visie van SCO dat u leerlingen verantwoordelijkheidsgevoel wil bijbrengen door volwassenen het goede voorbeeld te laten geven. Hoe weet je of dat lukt?
,,Wij vinden de bredere vorming van jongeren erg belangrijk. Wij herkennen ons erg in de visie van prof. Gert Biesta, die zegt dat het in goed onderwijs gaat om kwalificatie, om socialisatie en om menswording. Wij werken geïntegreerd aan die drie doelen. Dat doen we onder andere door als leerkracht een goed voorbeeld te zijn, maar ook door aandacht te besteden aan kunst, cultuur, sport en techniek. Bij één van onze scholen krijgen de kinderen filosofie, of ‘zorgvuldig nadenken’ zoals filosoof Bas Haring dat noemt. Zo heeft de ene school drama en de andere extra Engels. Dat zijn zaken die moeilijk meetbaar zijn. Het gaat hierbij vooral om de interne dialoog die je erover voert. Hoe inspireer je elkaar? Hoe houd je elkaar scherp?’’

Hoe kijkt u aan tegen de discussie over toezicht en verantwoording?
,,Ik vraag me af of er in de toekomst wel sprake is van een kleinere rol van de inspectie. Het nieuwe inspectietoezicht gaat uit van een dialoog met de visie van de school als uitgangspunt. Aan het eind van het bezoek geeft de inspecteur toch een oordeel. Dat heeft naar mijn mening invloed op het gesprek. Er is in het gesprek dan geen sprake van gelijkwaardigheid. Ik merk dat men in de sector verdeeld is over dit punt. Ik maak me in ieder geval zorgen over de lijstjes die door het nieuwe toezicht ontstaan: twee excellente scholen, vier goede scholen, de rest voldoende en een of twee zwakke scholen. Wat gaat dat voor effecten geven in een stad?’’

Hoe is de invoering van passend onderwijs tot nu toe verlopen?
,,Ik vind dat de sector passend onderwijs goed heeft opgepakt. In de meeste regio’s wordt goed samengewerkt. Bij ons in de Randstad zijn hier en daar nog samenwerkingsverbanden die een sprintje moeten trekken. Ik maak me wel zorgen om de regio’s waar de krimp en de verevening het voor schoolbesturen wel erg moeilijk maken om de eindjes aan elkaar te knopen.’’

Tot slot, wat is het mooiste aan uw vak?
,,Dat ik een bijdrage mag leveren aan de kwaliteit van onze scholen door te werken aan de juiste randvoorwaarden. Daarnaast wil ik als buffer fungeren tegen ongewenste en onnodige invloeden van buitenaf, zoals de toenemende lastendruk.’’

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 21 april 2015

Nieuwscategorieën