Interview: Toetsen op maat is wel/geen goed idee

18-03-2013

De Tweede Kamer debatteert donderdag over de invoering van een centrale eindtoets voor alle scholen en leerlingen. Of leerkrachten daarbij hun leerlingen een toets op hun eigen niveau kunnen laten maken, is dan een belangrijk onderwerp van gesprek. Uit een enquête van de PO-Raad bleek onlangs dat een meerderheid van de schoolbestuurders dit toetsen op niveau een goede ontwikkeling vindt. Maar onderwijsdeskundigen zijn er nog niet over uit.  Jaap Dronkers, hoogleraar Onderwijssociologie aan de Maastricht University is tegen. Roel Bosker, hoogleraar Onderwijskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen is voorstander van dit plan.  Twee visies op dit ‘toetsen op maat’.

Jaap Dronkers: ‘MET TWEE TOETSEN BEVORDER JE SOCIALE ONGELIJKHEID'

,,Stel je eens voor dat de ouders van een leerling uit groep acht in scheiding liggen. Haar leraar ziet haar ermee worstelen en staat net op dat moment voor de keuze of hij haar een havo-of vwo-advies moet geven. Het wordt havo, omdat de leraar denkt dat ze door haar thuissituatie het vwo nu niet aankan.

Datzelfde effect krijg je wanneer je eindtoetsen op twee niveaus aanbiedt. Je houdt dan namelijk altijd leerlingen die het hogere niveau best aankunnen, maar toch de makkelijkere toets maken en onvoldoende worden uitgedaagd. Het gaat daarbij met name om kinderen met laaggeschoolde ouders en kinderen van migranten. De leraar bepaalt voor een groot deel welke toets het kind maakt. En hoe het er bij zijn leerling thuis aan toe gaat en waar die vandaan komt, speelt bij de keuze van die leraar altijd een rol. Nee, dat is geen diskwalificatie van de leerkracht. Zo werkt het gewoon. Vroeger al. Toen werd tegen meisjes gezegd dat ze heus geen wiskunde hoefden te leren. Ze gingen tóch trouwen.

Ik zie echt wel dat er ook kinderen zijn die zenuwachtig en onzeker worden bij het maken van de eindtoets en dat zij daarom slechter scoren. Die kinderen zijn misschien wel gebaat bij een makkelijkere toets. Maar het argument om het bij één toets te houden, omdat je anders dus sociale ongelijkheid bevordert, vind ik veel zwaarder wegen.Quote Jaap Dronkers

In het ideale geval zou je leerlingen een adaptieve toets laten maken. Een test op de computer die zich helemaal aanpast aan hoe goed het kind presteert. De leraar heeft er geen invloed op waardoor je een veel beter beeld krijgt wat een leerling echt kan. Bovendien worden álle leerlingen dan voldoende uitgedaagd, ook diegenen die beide huidige eindtoetsen met twee vingers in de neus zouden maken. Voor die laatste groep wordt nu niets gedaan.

 Al is die optie is er voorlopig niet. Daar heb je veel computers voor nodig en dat kost geld. Maar twee papieren toets versies aanbieden, is geen goed alternatief. Een leerling die te weinig wordt uitgedaagd, stapt eenmaal op de middelbare school echt niet zo makkelijk meer over van het vmbo naar de havo. Daar zijn onze middelbare scholen niet op ingericht. Nee, het stempel dat je al op jonge leeftijd krijgt opgeplakt, beperkt je de rest van je leven.’’

Roel Bosker: 'OOK MET DE MAKKELIJKE TOETS KAN EEN KIND NAAR HET VWO'

,,Het idee van de eindtoets is dat álle kinderen kunnen laten zien wat ze kennen en kunnen. Met één enkele versie van de eindtoets komt daar alleen niets van terecht. We weten dat scholen kinderen uitsluiten van de toets omdat ze het niveau niet aankunnen. Toetsen op maat is alleen daarom al een goed idee en dat blijft het wanneer de toets wordt verplicht. Niets is namelijk zo erg als het maken van een toets die je niet aankan. Een leerling raakt dan al snel gefrustreerd en gaat daardoor fouten maken.

Het voordeel van de eindtoets is dat hij zeer betrouwbaar is. Maar naarmate een kind meer van het gemiddelde afwijkt is het moeilijker heel precies te meten hoe het kind ervoor staat. Zo werkt het nu eenmaal met toetsen: Hoe beter de toets past bij het werkelijke niveau van het kind, hoe betrouwbaarder de score is.

Theoretisch zou je van ieder kind dus het beste beeld krijgen wanneer we adaptief kunnen toetsen. Dan krijgt iedereen een eigen op maat gemaakte toets. Maar dat is niet te doen wanneer je ruim 100.000 kinderen moet testen.

Het afnemen van twee toetsen is dus een goede oplossing. Niet iedereen denkt daar zo over. Sommigen vrezen dat bepaalde leerlingen onterecht de makkelijker toets krijgen voorgeschoteld en niet echt kunnen laten zien wat ze in huis hebben. Daar ben ik het niet mee eens. Welke toets de leraar zijn leerling laat maken, is geen kwestie van willekeur. Die leraar heeft het kind al vele toetsen zien maken en weet dus wat het kan. Daarbij komt dat beide versies, de makkelijkere en moeilijkere variant, op punten overlappen. Daardoor kan ook een score op de makkelijkere toets uitwijzen dat het kind best een hoger niveau aankan. Mocht een leerling dus toch de verkeerde variant krijgen voorgeschoteld, is er dus geen man overboord.

Quote Roel BoskerEr wordt vaak gedacht dat we met de eindtoets heel precies kunnen meten wat een kind op alle vlakken weet en kan. Er ligt veel druk op. Het toetsen duurt drie dagen, in de media is er veel aandacht voor waardoor voor kinderen de spanning om goed te presteren wordt opgebouwd. Maar er is meer in het leven dan alleen de Cito-eindtoets. 

We moeten  niet vergeten dat we met de eindtoets alleen goede uitspraken kunnen doen over het niveau van een kind op rekenen, taal en informatieverwerking. Het is bovendien niet de enige test die basisschoolleerlingen maken. 

Misschien moeten scholen overwegen een toets af te nemen die non-verbale intelligentie meet, zoals de NSCCT. Daarmee kan je nog veel beter inschatten wat een kind aankan en of het kind op de Citotoets minder presteert dan nodig is. Voor bijvoorbeeld sommige Turkse kinderen zou dat een oplossing kunnen zijn. Wanneer zij op de Cito eindtoets het havo-niveau halen, is iedereen tevreden, terwijl ze eigenlijk op vwo-niveau hadden kunnen presteren.’’

 

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 19 maart 2013

Nieuwscategorieën