Invoering passend onderwijs op punt van kantelen

03-04-2013

Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) is niet van plan de regio’s waarbinnen gemeenten jeugdzorg organiseren, gelijk te trekken met de samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Dat zei hij vandaag in een debat in de Tweede Kamer over de voortgang van passend onderwijs. De PO-Raad uitte hierover onlangs haar zorgen in een brief. Dat de regio’s en samenwerkingsverbanden niet overeenkomen, maakt de invoering van passend onderwijs volgens de PO-Raad lastig.

Volgens de staatssecretaris is die afstemming een zaak van de gemeente. Bovendien is het volgens hem voor samenwerkingsverbanden niet onmogelijk om met verschillende gemeenten samen te werken. Dekker suggereerde goede voorbeelden daarvan breder te verspreiden zodat meer regio’s er hun voordeel mee kunnen doen.

Inhoud

In het debat uitten veel Kamerleden kritiek op de bestuurlijke aanpak van de invoering van passend onderwijs. De staatssecretaris stelde vast dat dit geen recht doet aan de inspanningen van de samenwerkingsverbanden en dat de ‘bestuurlijke onrust’ zoals de Kamer dit noemde, past bij de fase waarin de invoering zich bevindt. Er moet immers een stevig fundament staan voor een dergelijk grote stelselwijziging. Wel moet nu de kanteling naar de inhoud worden gemaakt. De PO-Raad heeft dit in haar brief ook benoemd.

Die kanteling naar de inhoud uit zich bijvoorbeeld in de vele aanvragen die er bij de PO-Raad binnenkomen voor inhoudelijke clinics binnen het samenwerkingsverband. Tevens heeft de PO-Raad in de brief de rolzuiverheid van alle betrokkenen benadrukt bij het toezicht op de samenwerkingsverbanden. Dit blijft een punt van aandacht, onder meer in de overleggen met de Inspectie hierover.

Ouders en leraren

Tijdens het overleg wees de Kamer ook op het belang van leraren en ouders bij de invoering van passend onderwijs. Zij moeten zowel bij de totstandkoming van de schoolprofielen worden betrokken als bij de ondersteuningsplannen van het samenwerkingsverband, aldus de Kamer.

Zij blijft daarnaast bezorgd over de betrokkenheid van leraren bij het omgaan met verschillen in de klas. Op verschillende manieren wordt daar weliswaar aandacht aan besteed - via de ondersteuning van het Rijk, School aan Zet en de lerarenbeurs – het is maar de vraag of leraren ook op tijd zijn toegerust om met die verschillen in de klas om te gaan. De wet treedt op 1 augustus 2014 in werking. In de komende voortgangsrapportages wordt hierop terugkomen.

Wet

Vanuit de Kamer kwamen ook diverse vragen over de geschillenregeling. Het advies van de geschillencommissie is niet bindend, is dit niet te zwak? De staatssecretaris antwoordde dat het bevoegd gezag haar besluit met argumenten moet kunnen onderbouwen wanneer een zwaarwegend advies niet wordt overgenomen.

Tenslotte uitte de Kamer haar zorgen over het tijdpad en de wettelijke termijnen. Zijn deze  niet te krap?  De PO-Raad is van mening dat er veel moet gebeuren in korte tijd, en dat dat veel vraagt van alle betrokkenen. Wel moeten we realistisch zijn, vindt de PO-Raad. De samenwerkingsverbanden zullen op 1 augustus 2014 aan de wettelijke verplichtingen voldoen, maar er is daarna nog een lange weg te gaan voordat het stelsel volledig werkt.

Binnenkort volgt nog een voortgezet algemeen overleg (VAO, plenaire behandeling) waarin moties kunnen worden ingediend bijvoorbeeld over de inspraak van ouders bij het ontwikkelingsperspectief van een individuele leerling. Het is bij wet geregeld dat hierover overeenstemmingsgericht overleg plaatsvindt. De PO-Raad is van mening dat die regel toereikend is. Nog voor het zomerreces volgt een tweede voortgangsrapportage waarin meer aandacht voor de inhoudelijke ontwikkelingen van passend onderwijs zal zijn. 

Laatst gewijzigd: 
woensdag 10 april 2013

Bestanden bij dit nieuwsitem: 

Nieuwscategorieën