Kamer heeft vragen over toekomst kleuteronderwijs

In de Tweede Kamer vond op woensdag 7 september een rondetafelgesprek plaats over de toekomst van onderwijs aan het jonge kind. Verschillende betrokkenen rondom kleuteronderwijs waren uitgenodigd om hun opvattingen hierover met de Kamer te delen. Ook de PO-Raad bracht punten in door middel van een positionpaper. Mogelijke verbeterpunten: betere opleidingsmogelijkheden, meer ondersteuning in de klas en meer duidelijkheid over de ruimte die de Inspectie van het Onderwijs scholen biedt.

Leerkrachten, schoolleiders, opleiders, pedagogen, onderwijskundigen en vertegenwoordigers van de onderwijsinspectie, alle betrokkenen waren het er over eens: onderwijs aan kleuters is een specialisatie die voldoende aandacht, ondersteuning en opleiding vergt. Daarom pleitten zij voor meer, intensievere en gesubsidieerde opleidingen/nascholing op het gebied van kleuteronderwijs. Ook zou het kleuteronderwijs volgens hen verbeterd kunnen worden door meer docenten en/of klassenassistenten voor de klas te zetten.

Uit het rondetafelgesprek bleek ook dat er nog veel hardnekkige misverstanden bestaan over de ruimte die de Inspectie van het Onderwijs geeft aan scholen om hun onderwijs aan kleuters vorm te geven. Want deze ruimte is er, zeker in het nieuwe toezichtkader. Basisscholen hoeven van de inspectie geen gebruik te maken van een kleutermethode. Ook is er geen verplichting tot het afnemen van een kleutertoets. Maar toch blijken leerkrachten in het kleuteronderwijs deze ruimte niet als zodanig te ervaren.

Inbreng PO-Raad

‘Het jonge kind’ is een belangrijk thema voor de PO-Raad. Om de periode van de leeftijd 2,5 tot 6 jaar optimaal te benutten wil de sectororganisatie voor het primair onderwijs een stabiele voorziening creëren. Daarvoor is een hoogwaardig aanbod in kinderopvang en peuterspeelzalen nodig met specifieke aandacht voor kinderen met een risico op achterstand. De onderbouw van het basisonderwijs (groep 1 en 2) moet hier naadloos op aansluiten.

Om deze overgang en de overgang van groep 2 naar 3 zo soepel mogelijk te laten verlopen, wijst de PO-Raad erop dat de wetenschappelijke inzichten over het brein en de ontwikkeling van jonge kinderen meer moet doordringen in het onderwijsbeleid, in de opleidingen en in de klas. In een positionpaper die de PO-Raad in de aanloop naar het rondetafelgesprek stuurde naar de Tweede Kamer, pleit zij daarom voor investeringen in kleuteronderwijs vanuit de overheid (Nederland loopt daarin achter op de ons omringende landen). De eerder genoemde intensievere opleidingen en nascholingstrajecten zijn volgens de PO-Raad goede middelen om de kennis over de ontwikkeling van jonge kinderen in scholen te vergroten. Tot slot wijst zij erop dat door samenwerking tussen voorschoolse voorzieningen en onderwijs de expertise van beide sectoren optimaal ingezet kan worden voor het creëren van speels onderwijs en een rijke leeromgeving voor jonge kinderen.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 8 september 2016

Nieuwscategorieën