Kamer: 'Onderwijs moet niet alleen staan in aanpak radicalisering'

Het tegengaan van radicalisering is een gedeelde verantwoordelijkheid waarbij scholen zich gesteund moeten weten door ouders, gemeente, politie en justitie. Daar waren alle partijen het over eens, gisteren in het Tweede Kamerdebat over radicalisering. De VVD pleitte voor een grotere rol van de wijkagent op school, maar kreeg hier onvoldoende steun voor. 

Ondanks de gezamenlijke verantwoordelijkheid, is het in praktijk meestal het onderwijs die de eerste zorgelijke signalen ziet en daarop actie moet ondernemen. Maar preventie vinden de politici een minstens zo belangrijke taak van scholen. Alle partijen waren het er over eens dat leraren, schoolleiders en bestuurders zo goed mogelijk ondersteund moeten worden bij de ingewikkelde opdracht om radicalisering tegen te gaan.

De VVD vindt de huidige maatregelen van minister Bussemaker niet ver genoeg gaan. Een wijkagent op school zou vroegtijdig ingrijpen makkelijk maken, als het aan de VVD lag. Maar daarvoor vond de partij onvoldoende steun.

Trainingen voor scholen

Daarnaast vroeg de VVD of de Stichting School en Veiligheid wel voldoende bekend is bij scholen en schoolbesturen. Deze stichting voorziet scholen van informatie over radicalisering, geeft trainingen, biedt maatwerkondersteuning en heeft een helpdesk. De PO-Raad ziet School en Veiligheid als een belangrijk aanspreekpunt voor scholen met vragen op het gebied van radicalisering. 

Laatst gewijzigd: 
donderdag 4 juni 2015

Nieuwscategorieën