Kamer stemt in met wetsvoorstel samenwerkingsschool

23-12-2016

Het vormen van een samenwerkingsschool, met daarin zowel openbaar als bijzonder onderwijs, wordt eenvoudiger. Het wetsvoorstel van staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) dat dit regelt, werd deze week aangenomen door de Kamer.

,,Eindelijk’’, reageert PO-Raad voorzitter Rinda den Besten op het wetsvoorstel, ,,hier hebben we lang voor gestreden. Ook in het netwerk Krimp hebben onze leden het onderwerp samenwerkingsscholen regelmatig aangekaart bij vertegenwoordigers van het ministerie. De noodzaak om samen te kunnen werken is namelijk groot als gevolg van de dalende leerlingaantallen.’’

De huidige wetgeving bleek in de praktijk een grote belemmering om te komen tot formele samenwerkingsscholen. Sinds de invoering ervan heeft op papier geen enkel bestuur een samenwerkingsschool gevormd, terwijl de behoefte aan samenwerking onverminderd groot is. Besturen kiezen voor een informele variant om de continuïteit in goed, bereikbaar en divers onderwijs te kunnen garanderen. Zo voorkomen ze dat willekeurig scholen hun deuren moeten sluiten. Tussen 2011 en 2015 vond zo’n fusie tot een informele samenwerkingsschool 49 keer plaats.

Verbetering voor onderwijskwaliteit

De PO-Raad is blij dat de regels worden versoepeld. Zodra het wetsvoorstel in werking is getreden, zullen veel besturen hun reeds gevormde samenwerkingsscholen een formele status gaan geven, verwacht de PO-Raad. ,,Scholen krijgen nu meer de kans om de juiste stappen te kunnen zetten voor hun onderwijskwaliteit’’, aldus Den Besten.

De grondwet blijft in het nieuwe wetsvoorstel leidend: een samenwerkingsschool blijft een uitzondering op het duale bestel van openbaar en bijzonder onderwijs. Er moet sprake zijn van bedreiging van de continuïteit van het openbaar of het bijzonder onderwijs om een samenwerkingsschool te mogen vormen. ,,Dit soort scholen kan alleen ontstaan door een fusie. Het is vooral een oplossing in krimpgebieden'', zegt de staatssecretaris. 

Dekker schrijft in zijn voorstel dat de identiteit van een school voornamelijk op schoolniveau vorm moet krijgen (en niet op bestuurlijk niveau). Hiertoe moet het bevoegd gezag van de school een identiteitscommissie vormen en de wijzigingen verankeren in de statuten.

Een ander belangrijk verschil met de huidige wetgeving is dat een stichting voor openbaar onderwijs het bevoegd gezag kan zijn van een samenwerkingsschool. Hiermee worden bijzonder en openbaar onderwijs gelijkwaardiger aan elkaar. Een amendement van SP-Kamerlid Van Dijk zorgt ervoor dat de algemene acceptatieplicht wordt gekoppeld aan de samenwerkingsschool. Hierdoor mag de samenwerkingsschool geen leerlingen weigeren.

Vijf stappen

Om een samenwerkingsschool te kunnen vormen moeten de volgende stappen worden gezet:

  1. Scholen doorlopen een fusieproces zonder fusietoets (met betrokkenheid van de medezeggenschapsraad en voor de openbare school ook de gemeenteraad en een fusie-effectrapportage).
  2. Het bevoegd gezag doet via DUO een aanvraag om een samenwerkingsschool te mogen vormen. Er moet worden voldaan aan de verruimde voorwaarden voor bedreiging van de continuïteit en de voorwaarden voor de bestuurlijke inrichting van de samenwerkingsschool. 
  3. Het bevoegd gezag wijzigt de statuten van de stichting die de samenwerkingsschool in stand houdt (vorming van een identiteitscommissie, de voorwaarden gelden voor de samenstelling van deze commissie, de bevoegdheden van de identiteitscommissie heeft en een voorziening voor het beslechten van geschillen tussen de identiteitscommissie en het bevoegd gezag).
  4. De samenwerkingsschool rapporteert in het schoolplan en de schoolgids over de manier waarop de bijzondere identiteit en het openbare karakter vorm krijgen.
  5. De stichting voor bijzonder onderwijs of het samenwerkingsbestuur rapporteert jaarlijks aan de gemeenteraad of gemeenteraden over de manier waarop het openbare karakter in de samenwerkingsschool vorm krijgt.

Overgangsregeling

Scholen die in de periode tussen 1 juni 2006 en de datum van inwerkingtreding van dit wetsvoorstel zijn ontstaan door informele fusie tussen een bijzondere en een openbare school hebben gedurende twee jaar na inwerkingtreding van de wet de mogelijkheid om alsnog een samenwerkingsschool te worden volgens de regeling in dit wetsvoorstel (de artikelen 194d WPO, 178e WEC en 118dd WVO). Zij moeten voldoen aan de bestuurlijke voorwaarden uit het voorstel om bekostigd te worden als formele samenwerkingsschool. Schoolbesturen die gebruik willen maken van het overgangsrecht hoeven geen gegevens mee te sturen waaruit blijkt dat wordt voldaan aan het continuïteitscriterium. DUO beschikt al over deze gegevens.

Vormen samenwerkingsbestuur voortaan onder reguliere fusieregels

Verder wil Dekker het ook voor besturen gemakkelijker maken om samen te werken. Voor het vormen van een samenwerkingsbestuur gaan de regels van de fusietoets gelden. De PO-Raad is blij dat ‘het redden van een school’ hiermee straks niet meer de enige reden hoeft te zijn voor het vormen van een samenwerkingsbestuur, maar heeft tegelijkertijd grote bezwaren tegen de fusietoets. De fusietoets wordt weliswaar verruimd, maar wat betreft de PO-Raad wordt deze op den duur volledig afgeschaft. Vorig jaar bleek uit de evaluatie al dat de Wet fusietoets de kwaliteit van het onderwijs in gevaar brengt.

De Eerste Kamer moet nog instemmen met het wetsvoorstel.

Meer informatie

De PO-Raad zal schoolbesturen die met deze wetswijziging te maken krijgen ondersteunen met informatie en advies. Heeft u een vraag? Stel deze dan aan onze beleidsadviseur Gertjan van Midden.

 

Laatst gewijzigd: 
donderdag 26 januari 2017

Nieuwscategorieën