Kamer wil geen extra drempels voor deelname flexibele onderwijstijden

Scholen die eerder proefdraaiden met flexibele onderwijstijden, moeten hiermee kunnen doorgaan als zij hun onderwijskwaliteit op orde hebben, vindt de Tweede Kamer. Zij vindt het onwenselijk dat minister Arie Slob (Onderwijs) als aanvullende voorwaarde wil stellen dat scholen hiervoor het predicaat ‘goed’ moeten hebben, zo blijkt uit een schriftelijk overleg

De inspectie bepaalt of scholen van ‘basiskwaliteit’, ‘onvoldoende’ of ‘zeer zwak’ zijn. Voor het predicaat ‘goed’ komt een school in aanmerking als deze zichzelf hiervoor aanmeldt. De inspectie beoordeelt dan of de school niet alleen aan de wettelijke eisen voldoet, maar of ze ook voldoet aan haar eigen gestelde aspecten van kwaliteit.

De Kamer vindt daarom dat ‘goed’ als extra voorwaarde een ongewenste drempel opwerpt voor zowel scholen die willen starten met flexibele onderwijstijden als scholen die hiermee al eerder goede ervaringen hebben opgedaan. Verschillende scholen hebben zich eveneens verzet tegen dit plan van de bewindsman.

De PO-Raad hoopt dat er snel werk wordt gemaakt van de door de Kamer gevraagde wetswijziging. De Kamer droeg de minister eerder per motie op om flexibele onderwijstijden snel in de wet te verankeren.

De wet schrijft overigens voor dat een experiment hooguit één keer mag worden verlengd. Is deze succesvol, dan zou de wet hierop vervolgens moeten worden aangepast. Hoewel de pilot flexibele onderwijstijden al eens een vervolg heeft gekregen, besloot de minister toch om eerst een nieuw experiment te starten voordat hij de wet aanpast.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 28 november 2019

Nieuwscategorieën