Kamer wil meer vaart in passend onderwijs

In 2020 mag geen enkel kind langer dan drie maanden thuiszitten zonder passend onderwijsaanbod. Dat stelde staatssecretaris Dekker gisteren opnieuw in het algemeen overleg passend onderwijs, dat plaatsvond naar aanleiding van de negende voortgangsrapportage. Maar hoe de Kamer ook aandrong op tussendoelstellingen, harde afspraken over een afname van het aantal thuiszitters op korte termijn wilde de staatssecretaris niet maken.

In plaats daarvan wil hij conform het onlangs gesloten thuiszitterspact ieder samenwerkingsverband de kans geven om in de eigen regio een plan te maken om de doelstelling voor 2020 te bereiken. Die ambities samen zal hij dan in de volgende voortgangsrapportage aan de Kamer presenteren.

Het aantal thuiszitters vormt volgens Dekker een indicator of het aanbod aan (bovenregionale) specialistische onderwijs-zorgarrangementen voldoende is. De PO-Raad en VO-raad hadden onlangs per brief hun zorgen geuit over het verdwijnen van deze voorzieningen. 

Doorzettingsmacht

Volgend schooljaar moet ieder samenwerkingsverband een vorm van doorzettingsmacht hebben belegd. Deze persoon of commissie moet de knoop doorhakken wanneer school, ouders en zorg het niet eens worden over een kind dat thuiszit. Is dit over een jaar niet in alle samenwerkingsverbanden in orde, dan volgen er mogelijk wettelijke maatregelen.

Diverse Kamerleden vroegen zich af of de vermindering van het aantal leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs ook daadwerkelijk betekent dat deze leerlingen nu een passend aanbod krijgen in de reguliere scholen. Zij waren verheugd met de toezegging van de staatssecretaris dat hier een kwalitatieve analyse van komt.

Geen landelijke standaard basisondersteuning

Ook de discussie rond een standaardniveau van basisondersteuning kwam opnieuw aan de orde. Dekker ziet er vooralsnog echter niets in om dit aan alle scholen op te leggen, enerzijds omdat dit scholen niet stimuleert om méér te doen dan de basis, anderzijds omdat het geen recht doet aan regionale verschillen. Immers, bepaalde zorg die op een school in een Rotterdamse achterstandswijk tot de basis moet behoren, is op een school in Zeeuws-Vlaanderen misschien maar voor een enkeling nodig.

Verminderen werkdruk

Dekker wil naast besturenorganisaties ook met lerarenorganisaties in gesprek om het verminderen van werkdruk en bureaucratie te bespreken en of een standaardniveau van basisondersteuning hieraan kan bijdragen. Samen met de PO-Raad wil hij bekijken hoe samenwerkingsverbanden ondersteund kunnen worden met het verder uniformeren en vereenvoudigen van hun werkwijze. Het aanvragen van toelaatbaarheidsverklaringen voor het speciaal onderwijs wordt nu door veel scholen nog als onnodig bureaucratisch ervaren. Wat betreft de toegenomen werkdruk wees Dekker erop dat het aantal leerlingen met een beperking in het regulier onderwijs nog niet sterk is gegroeid en dat scholen zelf ook maatregelen kunnen nemen om onnodige bureaucratie tegen te gaan.

Verder heeft Dekker toegezegd in de volgende voortgangsrapportage een doortastende aanpak te presenteren voor scholen die de zorgplicht niet goed naleven. Daarover gaat hij in gesprek met de Inspectie.

Zorginstelling wordt niet als school erkend

Tenslotte werd door de Kamer gehamerd op een snellere besluitvorming rond het kunnen inzetten van maatwerk. Daarover zegde de staatssecretaris toe in overleg te gaan met particuliere initiatieven om hun expertise in te kunnen zetten in het regulier onderwijs. Ook gaat hij de mogelijkheden verkennen om af te wijken van de minimale onderwijstijd van vijftig procent voor leerlingen voor wie dat niet haalbaar blijkt. Hij gaat echter geen zorginstellingen erkennen als onderwijsinstellingen (zoals de SP voorstelde), als zij niet over de juiste kwalificaties beschikken.

Lees hier de brief die de PO-Raad en VO-raad aan de Kamer stuurden in aanloop naar dit ao. 

Bestanden bij dit nieuwsitem: 

Laatst gewijzigd: 
maandag 20 januari 2020

Nieuwscategorieën