Kansarme kinderen in grote steden dupe van kabinetsplannen

Kansarme kinderen in de grote steden lopen een groter risico leerachterstanden niet meer in te lopen wanneer het kabinet haar plannen doorzet om de grote steden minder geld te geven voor het bestrijden van achterstanden.  Daarvoor waarschuwen tachtig schoolbesturen in het primair onderwijs uit Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Ook de PO-Raad maakt zich hierover zorgen en pleit ervoor het succesvolle achterstandsbeleid van deze steden niet af te breken. ,,Een kind dat voor zijn vierde een achterstand heeft opgelopen, loopt die achterstand nooit meer in’’, aldus voorzitter van de PO-Raad Rinda den Besten.

Het kabinet wil het geld voor achterstandsleerlingen anders verdelen, zo lekte deze week uit. De grote gemeenten krijgen daardoor minder geld voor het bestrijden van achterstanden en sommige kleinere steden juist meer. Volgens het kabinet is deze maatregel nodig omdat het aantal kinderen met een achterstand in de grote steden daalt. De schoolbesturen van de zogenoemde G4 bestrijden dit. Volgens hen blijft de noodzaak tot het bestrijden van achterstanden in de grote steden bestaan, bijvoorbeeld door de komst van gezinnen uit Oost-Europa. Het kabinet kijkt bij het verdelen van het geld echter alleen naar het opleidingsniveau van ouders en niet naar de feitelijke achterstanden van kinderen.

‘Met de voorgenomen herverdeling zou het primair onderwijs door de ondergrens zakken van de benodigde middelen die het broodnodig heeft om perspectief te bieden aan kansarme kinderen in de grote steden’, schrijven de besturen in een brief aan staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs). Zij pleiten ervoor niet te tornen aan het achterstandsgeld dat zij nu ontvangen en tegelijkertijd andere gebieden ook meer geld te geven zodat ook zij onderwijsachterstanden goed kunnen terugdringen. De PO-Raad vindt de huidige wijze van toekenning van extra middelen, op basis van opleidingsniveau van de ouders, achterhaald. Ze denkt graag mee over manieren om het achterstandsgeld zo in te zetten dat kinderen uit alle gebieden, groot en klein, hiervan profijt kunnen hebben.

Doorgaande ontwikkellijn

De gemeenten van de G4 werken hiervoor sinds enkele jaren succesvol samen met de voorschoolse educatie, kinderopvang en de school besturen in het primair onderwijs. Het is daardoor mogelijk om álle kinderen een doorgaande ontwikkellijn te bieden. De PO-Raad is groot voorstander van één ontwikkellijn voor alle leerlingen zodat kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen en achterstanden worden beperkt.

Om dit mogelijk te maken stelde ze onlangs samen met de Brancheorganisatie Kinderopvang en MOgroep het Tien-punten actieplan ‘Geef kinderen de ruimte’ op. Ze riepen de overheid op tegenstrijdige of overbodige wet- en regelgeving te schrappen en het toezicht op onderwijs en kinderopvang beter op elkaar af te stemmen.

Laatst gewijzigd: 
maandag 20 april 2015

Nieuwscategorieën