Kennis moet je delen, niet hamsteren

,,Ik kan de kinderen in mijn klas meer bieden en verwacht dat ik door mijn onderzoek ook meer kan gaan betekenen voor de kinderen op mijn school” en ,,Je gaat veel kritischer kijken en je vraagt je bij iets nieuws altijd af of er onderzoek naar is gedaan.” Dit zijn enkele reacties van leraar-onderzoekers op de studiedag van de werkplaats POINT. Binnen deze werkplaats werken universiteiten, hogescholen, basisscholen en pabo-studenten samen aan onderzoek over het signaleren van hoogbegaafde leerlingen en het ontwikkelen van een goed onderwijsaanbod voor deze doelgroep.

En dit is broodnodig, zegt coördinator Maartje van den Brand: ,,Internationaal gezien doen we het niet goed. We zijn nog onvoldoende in staat hoogbegaafde leerlingen voldoende uit te dagen.” Ook stelt Van den Brand vanuit haar ervaring als leraar en adviseur dat ,,er op veel scholen en pabo’s behoefte is aan meer kennis over de signalering van hoogbegaafde kinderen en hoe ze gemotiveerd te houden.”  

Wetenschap en onderwijspraktijk samen brengen
Er zijn drie werkplaatsen onderwijsonderzoek die in een tweejarige pilot werken aan het ontwikkelen van kennis. Ieder met een eigen onderzoeksthema. Of dit nu diversiteit, hoogbegaafdheidsdidactiek of schoolontwikkeling is, de werkplaatsen hebben gemeen dat de onderzoeksvraag in de school ontstaat. Een team van leraren, onderzoekers en studenten gaat binnen een werkplaats samen aan de slag met onderzoeksvragen. En bij de start was dat best zoeken. De onderzoekers en leraren moesten niet alleen elkaar leren kennen, maar ook elkaars taal leren spreken. Nu, ongeveer een jaar later, is het goed om te zien de samenwerking vloeiend verloopt en er een gemeenschappelijke taal is.

Win-win-win
De samenwerking in de werkplaatsen geeft scholen toegang tot onderzoek en specialistische kennis, die past bij de vraagstukken waar zij in de dagelijkse praktijk tegenaan lopen. Ook biedt deze samenwerking toegang tot collega’s van andere scholen, onderzoekers en experts waar scholen veel van kunnen leren. De werkplaatsen gaan uit van een ander model van schoolontwikkeling. Waar vroeger experts advies kwamen geven, kijken leraren nu zelf wat er wetenschappelijk bekend is en doen ze onderzoek naar de effectiviteit van hun eigen onderwijspraktijk.

Ook de universiteiten en hogescholen profiteren van de samenwerking in de werkplaats Onderwijsonderzoek. Zo onderzoekt ontwikkelingspsycholoog Sven Mathijssen of je uit tekeningen kan afleiden of leerlingen hoogbegaafd zijn. Door zijn participatie aan de werkplaats denken leraren mee met zijn onderzoeksopzet en is het veel makkelijker om data – in zijn geval kindertekeningen – te verzamelen.

De samenwerking met scholen geeft onderzoekers daarnaast veel voldoening, omdat ze bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs en de resultaten van hun werk direct kunnen zien. Wat betreft Maartje van den Brand mag dit vaker gebeuren: ,,Het zou normaal moeten zijn dat de praktijk aan de wetenschap kan vragen om onderzoek te doen naar vraagstukken uit het onderwijs”.

PO-Raad meer dan tevreden
De PO-Raad wil met de werkplaatsen bijdragen aan een verschuiving van de school als onderzoeksobject naar een gelijkwaardige onderzoekspartner van universiteiten en hogescholen. Daarnaast wil zij kennis, opleiding, onderzoek en professionalisering op natuurlijke wijze met elkaar verbinden. Vicevoorzitter Anko van Hoepen voelt de energie en beroepstrots bij de leraren en ziet dat de werkplaats een beroep doet op de professionele kwaliteiten van de leraar: ,,Dit hebben we nodig om ons vak te doen, om geïnspireerd te blijven en om goed onderwijs te bieden aan onze kinderen.”

Onzekere toekomst
Andere scholen staan in de rij om deel te nemen aan POINT. Bij een nieuwe subsidieaanvraag voor Praktijkgericht Onderzoek is al een aantal nieuwe scholen betrokken. Ook merkt POINT dat ook scholen en besturen uit andere delen van het land steeds vaker contact met hen opnemen.  

De subsidie is voor twee jaar toegekend, maar om de werkplaatsen echt tot volle wasdom te laten komen is meer tijd nodig. Leraar-onderzoeker Derk Lettink spreekt zijn wens uit: ,,Het zou zonde zijn als de werkplaats nu zou stoppen. Ik hoop op een voortzetting van POINT”. Anko van Hoepen deelt dit. ,,Straks kunnen alle scholen in Nederland profiteren van de ontsloten kennis binnen de werkplaatsen. Dit mag niet stoppen”.

Zie voor meer informatie www.point013.nl en www.werkplaatsenonderwijsonderzoek.nl.

 

Laatst gewijzigd: 
woensdag 7 februari 2018

Nieuwscategorieën