Klassengrootte is zaak van school, leraren en ouders

01-04-2014

De Tweede Kamer debatteert woensdag 2 april over klassengrootte in het primair onderwijs. Een groep leraren van de vakbond Leraren in Actie wist dit onderwerp door middel van een zogenoemd burgerinitiatief – het burgerinitiatief Stop de overvolle klassen - op de agenda te krijgen. Zij vindt dat de overheid paal en perk moet stellen aan de grootte van een schoolklas: Die zou met ingang van het schooljaar 2014-2015 uit maximaal 28 leerlingen moeten bestaan. Vervolgens moet het leerlingaantal in iedere klas in drie jaar worden afgebouwd naar maximaal 24.

De PO-Raad vindt het initiatief sympathiek, maar vindt het een taak van scholen en niet van de overheid om te besluiten over de grootte van klassen. Groepsgrootte is immers maatwerk op schoolniveau. Schoolbesturen laten de keuzes voor groepsindeling terecht over aan de professionaliteit van de schoolleiders en leraren in samenspraak met de ouders en medezeggenschapsraad. Sommige scholen kiezen in dit kader bewust voor wat grotere klassen. Bijvoorbeeld om de inzet van vakleerkrachten of onderwijsassistenten mogelijk te maken. Een gemaximeerd aantal leerlingen per klas beperkt veel scholen in hun vrijheid om te kiezen voor een formatie-inzet passend bij hun onderwijsconcept.

Opvallend is overigens dat de discussie voortkomt uit het voortgezet onderwijs maar zich nu vooral toespitst op het primair onderwijs.

Cijfers

Klassen in het primair onderwijs zijn in een jaar tijd 2,2 procent groter geworden, bleek in december 2013 uit cijfers van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Een gemiddelde klas telt nu 23,3 leerlingen. In 2012 zaten er nog gemiddeld 22,8 leerlingen in een groep.

Dat de klassen groeien, is deels te verklaren door de stille bezuinigingen waarmee scholen en hun besturen de afgelopen jaren worstelden, stelde onderzoeksorganisatie Regioplan die verdiepend onderzoek deed in opdracht van OCW. Hun kosten stegen harder dan hun inkomsten. Daarnaast daalt het aantal leerlingen snel waardoor besturen minder geld ontvangen. Weliswaar zijn dan ook minder leerkrachten nodig, maar de vaste lasten voor bijvoorbeeld een schoolgebouw, blijven desondanks gelijk. Ook hoge personele lasten die ‘niet op tijd zijn afgebouwd’, spelen een rol. Schoolbesturen hebben leraren zo lang mogelijk in dienst gehouden om de klassen klein te houden. Vanaf 2012 was de rek er echter uit; ontslagen waren onvermijdelijk.

De PO-Raad is woensdag aanwezig bij het debat.

Laatst gewijzigd: 
woensdag 26 juli 2017

Nieuwscategorieën