Kwaliteitskader schoolgebouwen basis bij onderzoek onderwijshuisvesting

23-01-2014

Het kwaliteitskader schoolgebouwen, dat de PO-Raad in samenwerking met Ruimte-OK en de kwaliteitskring huisvesting heeft ontwikkeld, vormde de basis voor het onderzoek naar onderwijshuisvesting dat onderzoeks- en adviesbureau Oberon onlangs heeft uitgevoerd. Dat schrijft staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) in een brief aan de Tweede Kamer.

Met behulp van het kwaliteitskader bracht Oberon in kaart hoe het nu met de kwaliteit van schoolgebouwen staat en wat de gewenste situatie is. Het resultaat was de 'Monitor kwaliteit onderwijshuisvesting po en vo', die meer inzicht geeft in de opvattingen en beleving van schoolleiders en schoolbesturen over de kwaliteit van hun schoolgebouwen.

Dekker reageert hiermee op een brief die de wethouder van onderwijs van Den Haag namens de G4 had gestuurd. De G4 schrijven daarin dat de schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor het totale onderhoud van de gebouwen. Volgens de staatssecretaris hebben de gemeenten echter een zorgplicht voor een aantal in de wet genoemde huisvestingsvoorzieningen. Schoolbesturen kunnen voor deze voorzieningen een aanvraag indienen bij de gemeente.

Zorgplicht

De staatssecretaris schrijft terecht dat gemeenten veel invloed hebben op wat er wel en niet wordt gerealiseerd. Schoolbesturen kunnen door gemeenten aangemoedigd of juist ontmoedigd worden een aanvraag in te dienen. Daarbij komt dat  gemeenten met regelmaat aan schoolbesturen een eigen bijdrage vragen ten behoeve van de realisatie van de aanvraag. In veel gevallen gaat het dan om zaken waarvoor de gemeenten een zorgplicht hebben. In de praktijk zijn de verschillen tussen de wijze waarop gemeenten hiermee omgaan erg groot. De PO-Raad is al langer van mening dat schoolbesturen te veel afhankelijk zijn van de houding van de gemeente.

De staatssecretaris vindt het belangrijk dat leerlingen en leerkrachten kunnen werken in een goed, veilig, gezond en kwalitatief goed schoolgebouw. Dat is een belangrijke randvoorwaarde voor goed onderwijs en goede leerprestaties, aldus Dekker. Daarom heeft hij een oproep gedaan aan alle betrokkenen om hieraan invulling te geven. De PO-Raad is het met deze oproep van harte eens en roept de VNG op om snel met elkaar in gesprek te gaan om goede afspraken te maken om gemeenten en besturen daarbij te ondersteunen.

Ook is de staatssecretaris van mening dat - hoewel niet alle huisvestingsmiddelen van de gemeenten vrij besteedbaar zijn vanwege lopende verplichtingen en reserveringen – er voldoende ruimte is om fors te investeren in de verbetering van de onderwijshuisvesting. De gemeenten hebben volgens de staatssecretaris grote bestedingsvrijheid en kunnen de vernieuwing van het scholenbestand prioriteit geven. De oproep van de G4 om meer rijksmiddelen beschikbaar te stellen, noemt hij voorbarig, ook omdat op landelijk niveau de uitgaven door gemeenten aan onderwijshuisvesting structureel zijn achtergebleven bij het bedrag dat hiervoor beschikbaar was in het Gemeentefonds.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 23 januari 2014

Nieuwscategorieën