Leraren over curriculumplannen: ‘Mooi dat er meer samenhang komt’

125 leraren en 18 schoolleiders werken al maanden hard aan het vernieuwen van het curriculum. Om hiervoor feedback op te halen bij andere leraren, organiseerden Stichting Proominent, SKOVV en Stichting CNS Ede voor hun scholen een feedbackmiddag. ,,Het is belangrijk dat je kijkt: kan ik er iets mee in de klas?''

Woensdagmiddag in Ede. Mark Weekenborg, beleidsadviseur bij Curriculum.nu vanuit de PO-Raad, schetst nog even waarom de twintig aanwezige leraren uit het primair onderwijs bij elkaar zitten. ,,De huidige kerndoelen stammen uit 2006, de tijd van voor de smartphone.’’ Hij bedoelt maar: ze zijn verouderd en sluiten niet meer aan bij onze leefwereld. ,,En een paar jaar geleden was er een moment dat ons onderwijs in enkele maanden tijd het verzoek kreeg mee te doen aan het Techniekpact, het Cultuurkader, lessen sociale veiligheid te geven, lessen in duurzaamheid en afvalscheiding. Niks mis mee, maar de vraag was wel: Klopt het nog wel als we dit er allemaal bij gaan doen? Want er gaat niets af.’’

De leraren in Ede herkennen het wel. Zij gaan daarom in gesprek met leden van de ontwikkelteams van Curriculum.nu. Die teams ontwikkelen bouwstenen voor negen verschillende leergebieden. Na iedere ontwikkelsessie halen ze feedback op en scherpen ze hun tussenproducten weer wat verder aan. Uiteindelijk dienen de bouwstenen als basis voor de kerndoelen die de Tweede Kamer gaat vaststellen. (Zie ook kader)

Spelling en grammatica

Leraren Meagen en Marieke schuiven aan bij Simone, lid van het ontwikkelteam Nederlands. Meagens voornaamste feedback: ,,Ik vond de uitgebreide teksten nog wat abstract en wat het moeilijk maakte te doorzien wat de bouwstenen in de praktijk gaan betekenen. Dan is feedback geven ook ingewikkeld.’’ Simone licht daarom mondeling toe hoe haar team te werk is gegaan en wat enkele opvallende adviezen zijn. ,,We zien nu vaak dat op school de leraar het grootste deel van de tijd aan het woord is, maar vinden het belangrijk dat leerlingen meer zelf gelegenheid krijgen om te praten. Juist door mee te doen aan de interactie, leren ze veel. Het is goed voor de woordenschat en ze leren dat je anders praat met jou, met iemand in een winkel of een burgemeester.’’

Begrijpend lezen, spelling, grammatica, het blijft daarnaast allemaal belangrijk, vervolgt Simone. Maar nu behandelen we dit op school als een apart vak. ,,We willen ernaartoe dat deze vaardigheden geïntegreerd worden in andere vakgebieden.’’ Meagen en Marieke knikken instemmend. Meagen: ,,Ik vind het mooi dat alles op die manier samenhangender wordt. Dat wordt gekeken naar het echte leven en hoe je daar taal in gebruikt. Ik merk nu dat leerlingen lesjes spelling heel goed kunnen maken, maar als ze een tekst moeten schrijven, gaat spellen weer minder goed.’’
Toch gaan hier ook heel veel leraren moeite mee hebben, voorspelt Marieke. ,,Het is daarom belangrijk dat leraren al op de lerarenopleidingen met het nieuwe curriculum leren omgaan.’’
En voor de huidige leraren wordt het ook een kwestie van durven en loslaten, zegt Simone. Ze zullen zich meer bewust moeten worden van wat ze precies aan lesstof aanbieden. Minder methodes volgen, maar meer zelf lessen bepalen zodat je die samenhang echt kunt vormgeven.

Facebook

Bij digitale geletterdheid gaat de discussie vooral over het belang dat onderwijs mee gaat met de tijd en veel meer aandacht geeft aan digitale geletterdheid. ,,Dat we kinderen opvoeden voor de toekomst is nu bijna niet hard te maken’’, zegt lerares Lenny. ,,Ons curriculum is ingehaald door de werkelijkheid.’’
Kinderen gamen met andere kinderen van over de hele wereld, weten op dat gebied vaak meer dan hun ouders, doen in hun eigen tijd kennis op waar ze nu op school niets mee kunnen en denken dat iets waar is omdat het op Facebook stond. Daar moeten we met het onderwijs op inspelen, vult lerares Gea aan. Bovendien geeft ICT voor kinderen zoveel meer mogelijkheden, zegt Lenny. ,,Ik ken een hoogbegaafde leerling die bijna analfabeet is zo dyslectisch is hij. Maar alleen om die reden zit hij op het vmbo. Als we ICT beter inzetten als ondersteuning bij het talige, kan zo’n kind veel verder komen in zijn leven.’’

Van Lenny en Gea mag een nieuw curriculum zelfs nog wel een stapje verder gaan dan de voorstellen die er nu liggen. ,,Het is nog best behoudend’’, vinden ze. Iets wat lid van het ontwikkelteam Gijsbreght beaamt. Maar, zegt hij ook, het curriculum moet een basis geven en voor iedereen haalbaar zijn. Curriculumontwikkeling moet dan ook blijven doorgaan.

Het belang van feedback geven

Na anderhalf uur zijn de leraren en ontwikkelteams nog niet uitgepraat, maar ze hebben waardevolle informatie gekregen. De leraren weten beter waar de ontwikkelteams aan werken en wat dat straks voor hen in de praktijk betekent. De ontwikkelteams op hun beurt kunnen met alle input de bouwstenen verder concretiseren. Blijf feedback geven, luidt de oproep van de mensen van Curriculum.nu. Reactie uit zowel primair als voortgezet onderwijs is nodig om te kunnen toetsen of het curriculum voor basis en middelbare school straks echt goed op elkaar aansluiten.

Feedback geven is verschrikkelijk belangrijk, benadrukt ook bestuurder Bert Dekker, initiatiefnemer van de bijeenkomst. ,,Het curriculum is leidend voor ons werk in de groepen. Het is nu aan ons om de ideeën te toetsen aan de praktijk en te kijken: Kan ik er iets mee in de klas?’’

Ook met uw scholen en leraren in gesprek over de curriculumontwikkeling? Het bureau van Curriculum.nu helpt u daar graag bij. Stuur een e-mail aan info@curriculum.nu.
Reageren op de tussenproducten van de ontwikkelteams? Dat kan via de website van curriculum.nu. Voor deze ronde kunt u nog tot en met zondag 27 januari reageren.

Van ideeën naar nieuwe kerndoelen
125 leraren en 18 schoolleiders werken sinds maart 2018 voor negen leergebieden aan bouwstenen voor een nieuw curriculum. Dit is nodig omdat de huidige kerndoelen verouderd zijn. Bovendien is het onderwijsprogramma overladen en mist een doorgaande lijn van basis naar voortgezet onderwijs.
De bouwstenen worden in vijf verschillende sessies ontwikkeld. Na iedere fase leveren de teams tussenresultaten op. Onder meer leerlingen, ouders, vakverenigingen, vervolgonderwijs, lerarenopleidingen, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven kunnen vervolgens een reactie geven. Dat kan via de website curriculum.nu. Ook worden de tussenproducten getoetst op zogenoemde ontwikkelscholen. Ze worden daarna op basis van alle feedback aangescherpt. De bouwstenen worden hierdoor steeds concreter en dienen uiteindelijk als basis voor nieuwe kerndoelen. Reageren op de tussenproducten kan in deze fase nog tot en met zondag 27 januari. In februari volgt weer een volgende ontwikkelsessie. Feedback, zoals opgehaald is bij de bijeenkomst van Stichting Proominent, SKNOVV en CNS Ede wordt dan besproken. De Tweede Kamer beslist over de uiteindelijke kerndoelen.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 24 januari 2019

Nieuwscategorieën