Leren van de coronacrisis: een belangrijke maar complexe uitdaging

Wat heeft het primair onderwijs geleerd uit de coronacrisis? Wat is kansrijk voor de toekomst? En hoe verankeren we de geleerde lessen in ons onderwijs? Antwoorden op belangrijke vragen, die zowel de PO-Raad als haar leden bezighoudt. Op het webinar ‘lessons learned’ gingen zo’n zeventig bestuurders hier met elkaar over in gesprek. 

Rinda den Besten, voorzitter PO-Raad, opende: ,,Dit webinar is een interessante start van een bredere inventarisatie die voorlopig nog niet ten einde is. Goed om nu te kijken wat we geleerd hebben en wat we er in de toekomst mee willen. De PO-Raad pakt hier graag een rol in. Ook in lijn met onze strategische agenda, waarin we zeggen dat we op basis van onderzoek leren.''

Vicevoorzitter Anko van Hoepen benadrukte het belang van nader onderzoek. Zo riep hij de aanwezigen op om deel te nemen aan de Monitor hybride onderwijs. Deze monitor brengt in kaart hoe scholen, leraren, ouders en leerlingen invulling hebben gegeven aan onderwijs op afstand en wat zij in de toekomst willen behouden. Ook verwees Van Hoepen naar het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO), die relevant onderzoek naar de gevolgen van corona en de belangrijke vragen van het onderwijs in kaart brengt.  

Niet zomaar terug naar het oude normaal

Enkele weken na de sluiting laaide het gesprek in de sector op om zo snel mogelijk weer terug te keren naar het normaal. Maar die oproep werd niet door iedereen omarmd. ,,Als ik terugga naar het oude normaal. Word ik daar dan blij van? Of geeft deze situatie ons ook de kans om over een aantal dingen opnieuw na te denken?’’ aldus Maarten Bauer, voorzitter College van Bestuur, stichting mijnplein. Bauer vervolgt: ,,Ik zag een enorme boost in solidariteit en flexibiliteit ontstaan. Wat niet kon werd bespreekbaar en op mijn scholen werd kennis onderling uitgewisseld en ondersteunde men elkaar waar dat kon. De leraren, onderwijsassistenten en schoolleiders namen verantwoordelijkheid, wij gaven ze het vertrouwen en ik vind dat ze het heel erg goed gedaan hebben.’’
 
,,Wat ik ga doen als bestuurder? Ik wil onze mensen ruimte bieden om te experimenteren, te mislukken en daarvan te leren. En ik wil ook leerlingen en ouders naar hun bevindingen vragen. Ik wil niet mijn eigen beeld leidend laten zijn in wat ik wil veranderen. Ook moeten we onze blik buiten de sector richten: als een leraar echt digitaal meer zijn werk moet doen, wat betekent dit dan voor zijn professionele ontwikkeling en het opleiden van leraren? Hoe doen ze dat in andere sectoren?’’  

Naast Maarten Bauer deelde ook Helma van den Hoorn, voorzitter College van Bestuur van Saks, haar observaties: ,,Binnen Saks bewegen alle scholen zich richting toekomstgericht onderwijs. Zo zijn veel scholen al behoorlijk op weg naar het doorbreken van leerstof/jaarklassystemen, en gaan we steeds meer naar individuele vormen van onderwijs. Toen de crisis kwam, zag ik dat de scholen die hier al verder mee zijn, redelijk bestendig waren tegen de grote verandering. En de scholen die nog redelijk dicht tegen het leerstof/jaarklassysteem aan bewogen het moeilijker hadden.’’ 

Kaders van tijd en ruimte  

,,Ik merkte dat ik last had van een dubbel gevoel. Aan de ene kant dacht ik, de scholen moeten zo snel mogelijk open, er zijn kwetsbare kinderen en de school heeft een belangrijke functie. Maar ik merkte ook een andere kant. Deze periode is zo waardevol, juist nu we gedwongen uit de kaders van tijd en ruimte gebroken zijn. Dat bracht mij ook bij de vraag, wat ga ik als bestuurder doen? Ga ik faciliteren voor een soepele overgang naar het oude en de plooien gladstrijken? Of ga ik deze leerzame periode nog voort laten duren en terug naar de bedoeling. Ik ben trots dat wij binnen Saks collectief dit gesprek blijven voeren. En dan niet eens zozeer over wat we hebben geleerd, maar meer over hoe we een status kunnen bereiken van constant blijven leren en veranderen. Dat is wat wij meer willen bestendigen.’’ 

Lef, flexibiliteit en vertrouwen

In het tweede deel van het webinar gingen de aanwezige bestuurders met elkaar in gesprek. En dit ging vooral over lef, flexibiliteit, ruimte en vertrouwen. Zo gaf een van de deelnemers aan: ,,Wat ik heb gezien is dat als de noodzaak er is, we veel meer kunnen dan we van tevoren dachten. We moeten durven toestaan dat er meer manieren zijn om het kind te bedienen. Dat is wat ik vast wil houden op mijn school. En ja, er zijn verschillen tussen leraren. Maar zolang er ruimte is om kwetsbaar te zijn en om vragen te stellen geeft dat niet. We moeten gezamenlijk differentiëren en anticiperen, wat heeft dit kind en deze leraar nodig? En hiermee ook durven te accepteren dat ons systeem niet per definitie zaligmakend is.’’

Een andere bestuurder reageert: ,,We hebben de afgelopen periode gezien dat er leerlingen zijn die gebaat zijn bij vijf dagen klassikaal onderwijs, maar ook dat sommige leerlingen thuis helemaal opbloeiden. Door terug te gaan naar het oude normaal maken we geen enorme stap achteruit, maar we maken ook geen stap vooruit, die we wel kunnen maken als we daar flexibeler mee omgaan. Je zult het dus samen met je team anders moeten inrichten, door bijvoorbeeld ook ondersteuning op afstand te bieden aan die kinderen die daar gebaat bij zijn.’’

Ruimte bieden en vertrouwen geven is volgens veel deelnemers van essentieel belang. ,,Ik heb gezien dat de passie voor het werk weer terugkwam, nu er ruimte was om het onderwijs anders in te richten. Op basis van hun eigen kennis en professionele blik hebben leraren dingen anders kunnen doen. We moeten af van checklisten en vragenlijsten, en ruimte en vertrouwen stimuleren.’’

De onmisbare rol van ICT

De digitale vaardigheden van leraren en de toegang tot ICT speelden een onmisbare rol bij het afstandsonderwijs. Nu de scholen weer geopend zijn geven de meeste besturen aan dat ze ICT nadrukkelijk blijven inzetten voor het samenwerken en vergaderen. Ook vinden ze het belangrijk dat er aandacht is voor de ontwikkeling van ICT-vaardigheden van leraren. ,,En dan hebben we ook nog het lerarentekort. Als we de formatie niet rond krijgen gaan we afstandsonderwijs vormgeven. Wat we hoe dan ook vasthouden is het overleggen via Microsoft Teams, dit scheelt tijd en energie. We blijven voortdurend implementeren, door lef te tonen en door het te doen. Het is belangrijk om deze vibe vast te houden’’, aldus een van de deelnemers. Een andere deelnemer vulde aan: ,,ICT is een middel om maatwerk te leveren, het is niet alleen belangrijk dat we deze middelen tot onze beschikking hebben, maar juist om een visie te hebben over wat we ermee willen. Als bestuurder moet je veel weten om de kaders en mogelijkheden te geven. Wil je maatwerk leveren aan leerlingen? Dan hebben we inzicht in faciliteiten op ICT gebied nodig.’’ 

Behoefte aan ruimte en flexibel leren

De afgelopen periode was er ruimte om het onderwijs anders in te richten, om te experimenteren en om flexibel leren mogelijk te maken. De aanwezige schoolbesturen gaven aan hier graag vervolg aan te willen geven. Voorwaarde is wel dat hier ruimte voor gecreëerd wordt, bijvoorbeeld vanuit de Inspectie van het Onderwijs. Ook heeft de coronacrisis een aantal uitdagingen blootgelegd. Zo zijn er grote verschillen tussen scholen op het vlak van digitalisering en hebben de verschillen in thuissituaties van kinderen invloed op het vergroten van kansenongelijkheid. Ook is gebleken dat het onderwijssysteem niet altijd passend is voor thuiszitters en kinderen met speciale ondersteuningsbehoeften.   

Samen voor goed onderwijs voor alle kinderen

Anko van Hoepen sloot de bijeenkomst af: ,,Dit webinar raakt de missie van de PO-Raad: ‘Samen voor goed onderwijs voor alle kinderen’. We hebben het gehad over thema’s als kansengelijkheid en aandacht voor diversiteit onder onze kinderen. En bij alles wat we doen geldt dat de onderwijskwaliteit er baat bij moet hebben. De afgelopen tijd hebben de webinars ons een platform geboden om samen in gesprek te blijven. Maar om sectoraal tot goede ICT te komen moeten we het ook samen doen. En de afgelopen periode hebben we gezien dat SIVON, de inkoopcoöperatie hier goede stappen in heeft gezet. Hoe krachtig kan het zijn als we gezamenlijk lid worden van SIVON. Om een stevige stem te hebben richting marktpartijen én om tot een betere prijs te komen. En over krachten bundelen gesproken, tot slot wil ik kort stilstaan bij het Lerarencollectief, waar steeds meer leraren zich in verenigen. Ook dat is belangrijk. Een beroepsgroep die regie pakt op zijn eigen beroep.’’ 

Van ‘wat’ naar ‘hoe’

De PO-Raad wil het gesprek over de geleerde lessen verder brengen. De afgelopen periode heeft de PO-Raad in diverse samenstellingen met leden gesproken. De uitdaging die voor ons ligt is het vertalen van het ‘wat’ naar het ‘hoe’. Naast de input van haar leden zullen ook de inzichten uit de Monitor Hybride onderwijs en het Corona onderzoek vanuit het NRO hier belangrijke input voor bieden.  

Meer lezen?
Lees het eerdere interview met bestuurders over de coronacrisis en anders organiseren of het interview met Helma van den Hoorn

Laatst gewijzigd: 
woensdag 8 juli 2020

Nieuwscategorieën