Lerende netwerken, wat gebeurt daar nu precies?

Zeven schoolbestuurders uit de omgeving Utrecht en Zuid-Holland vormden al een netwerk. Omdat zij behoefte hadden aan een verdiepingsslag en benieuwd waren naar het bestuurlijke visitatietraject van de PO-Raad, zochten zij contact. Zo ontstond een nieuw lerend netwerk met als doel: voorbereiding op bestuurlijke visitatie. Inmiddels hebben ze een introductiebijeenkomst en de eerste inhoudelijke sessie achter de rug. Netwerkbegeleider Jos van der Pluijm en projectleider bestuurlijke visitatie Selma Janssen vertellen over deze samenwerking.

Wat gebeurt er in dit netwerk?
Van der Pluijm: ,,De deelnemers werken een half jaar lang aan hun zelfevaluatie. Iedere bijeenkomst staat er een ander domein uit het visitatiekader centraal. In de eerste bijeenkomst was dat de bestuurlijke opgave. Deelnemers helpen elkaar om deze domeinen inhoud te geven. Daarover reflecteren ze en stellen ze elkaar kritische vragen, zoals 'Je kunt de strategische doelen voor je organisatie zo benoemen, maar gelden die ook voor de leraar in de klas?'. Dat gaat net zo lang door tot ieder voor zich ze scherp heeft. Aan het eind van de bijeenkomst kunnen de deelnemers aan de slag om het betreffende domein voor hun eigen bestuur uit te werken. Na vier bijeenkomsten heb je je zelfevaluatie af en ben je klaar om de onafhankelijke visitatiecommissie te ontvangen.’’

Dat klinkt als iets heel groots, als er een half jaar lang voorbereiding voor nodig is.
Janssen: ,,Het vraagt ook wel wat van je als bestuurder. Je moet alles wat er bij je werk als bestuurder komt kijken onder de loep nemen, van het raadplegen van de GMR tot het bepalen van de strategische koers. En het liefst betrek je daar verschillende mensen uit je organisatie bij. Juist door de zelfevaluatie op te delen in stukjes maak je het behapbaar voor het bestuur en kun je het reflecteren op het eigen handelen maximaal stimuleren.’’

En kunnen ze dat niet op eigen houtje?
Van der Pluijm: ,,Sommigen wel, en dat is prima. Maar er zijn ook besturen die zo’n zelfevaluatie samen willen maken. Wat wij doen is het proces begeleiden, structureren en zo nodig verdiepende vragen stellen. Maar het is meer dan vijf keer een middag met elkaar praten. Het gaat uiteindelijk om de uitwerking in de eigen organisatie.’’
Janssen: ,,Wij hopen dat deze manier van werken onderdeel wordt van de kwaliteitszorgcyclus van het bestuur, dan heb je het echt over professionalisering’’. 

Ligt alle wijsheid om te komen tot een goede zelfevaluatie besloten in de deelnemers van één netwerk?
Van der Pluijm: ,,Je komt een heel eind samen, met alle ervaring. Maar als er behoefte aan is, kunnen we ook altijd een externe deskundige invliegen voor inhoudelijke input. In dit voorbereidende netwerk voor bestuurlijke visitaties kan het bijvoorbeeld interessant zijn om bestuurders uit te nodigen die de visitatiecommissie al over de vloer gehad hebben, om zo te leren van hun ervaringen.’’

Sommige schoolbestuurders zijn al gewend elkaar periodiek te visiteren. Ervaren de deelnemers aan een lerend netwerk nog een drempel om mee te doen aan het bestuurlijk visitatietraject? Ze kennen de mensen uit zo’n onafhankelijke commissie immers niet?
Janssen: ,,Klopt. Sommige besturen willen in eerste instantie graag elkaar visiteren en daar is ook wel wat voor te zeggen, want zij kennen elkaar goed en kunnen daardoor dieper ingaan op de thema’s. Maar de blik van een buitenstaander, iemand met een andere besturingsfilosofie of uit een andere organisatiecultuur, kan juist erg verfrissend zijn, denken wij. Bovendien zijn de leden van de visitatiecommissie speciaal getraind. Ze weten precies welke vragen stimuleren tot reflectie.’’

Kan iedere bestuurder meedoen aan zo’n lerend netwerk en daarna aan de bestuurlijke visitatie?
Van der Pluijm: ,,Ja, bestuurders kunnen zich individueel opgeven, met een collega-bestuurder of met een bestaand netwerk. Een bestuurlijke visitatie is alleen niet handig als het binnen de organisatie onrustig is of financieel spannend. Wat we zien aan onze deelnemers is dat het allemaal mensen zijn die graag willen leren en hun organisatie (nog) beter willen maken, ongeacht of ze nu 35 of 60 jaar oud zijn.’’

Welke netwerken zijn er nog meer, behalve de voorbereiding op bestuurlijke visitatie?
Van der Pluijm: ,,De PO-Raad organiseert netwerken rond specifieke thema’s, zoals bijvoorbeeld sturen op onderwijskwaliteit, IKC’s en passend onderwijs, maar ook voor bepaalde doelgroepen. Zo zijn er bijvoorbeeld ook netwerken speciaal voor eenpitters.’’


Kijk voor meer informatie over de lerende netwerken in de folder. Interesse in deelname aan een lerend netwerk? Mail naar bestuurlijkevisitatie@poraad.nl.

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 14 augustus 2018

Bestanden bij dit nieuwsitem: 

Nieuwscategorieën