Manifest loonkloof: structureel 900 miljoen voor dichten loonkloof tussen po en vo

Sociale partners in het primair onderwijs roepen politieke partijen op om ervoor zorg te dragen dat de loonkloof tussen primair en voortgezet onderwijs kan worden gedicht in de komende regeerperiode. Dat is – zeker nu – belangrijk! De PO-Raad en de onderwijsvakbonden zijn verheugd dat de loonkloof in de verkiezingsprogramma’s erkend wordt als een probleem. Want alleen samen kunnen het kabinet en de sector dit oplossen.

Beeldmerk loonkloof

Werknemers in het primair onderwijs met gelijkwaardige taken en verantwoordelijkheden verdienen minder dan hun collega’s in het voortgezet onderwijs. Het gaat daarbij om leraren, onderwijsassistenten, andere onderwijsondersteuners en schoolleiders. Over de hele linie is er een niet uit te leggen verschil in beloning. Dat staat in de weg bij oplossingen voor het leraren- en het schoolleiderstekort.

Tijdens de Coronacrisis wordt eens te meer duidelijk hoe belangrijk het primair onderwijs is. In Coronatijden maar vooral ook daarna is onderwijs van het grootste belang voor de ontwikkeling van onze jeugd en in groter perspectief voor de kenniseconomie.

Voor het borgen van de onderwijskwaliteit en -continuïteit, het structureel aanpakken van kansengelijkheid, het ontwikkelen en innoveren van onderwijs en het inlopen van de huidige onderwijsvertragingen is het cruciaal dat de goede mensen voor het onderwijs behouden en aangetrokken kunnen worden.

Voor het realiseren van een aantrekkelijke en dynamische onderwijsarbeidsmarkt is het gelijkwaardig belonen in het funderend onderwijs een harde voorwaarde.

Het dichten van de loonkloof met het voortgezet onderwijs betekent:

  • Gelijkwaardige salarisschalen voor functies die wat betreft zwaarte van taken en verantwoordelijkheden hetzelfde zijn
  • Gelijke eindejaarsuitkering
  • Geen verschillen in cao-toelagen
  • Voor alle functies (leraren, onderwijsondersteunend personeel en directie) en in alle onderwijssoorten (regulier basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs)

900 miljoen euro

Deze punten vergen een structurele investering van 900 miljoen euro. De onderwijsorganisaties geven aan verheugd te zijn over de substantiële incidentele investering in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs voor herstel en het ondervangen van de gevolgen van de Coronacrisis. Maar het is volstrekt helder dat dat incidentele bedrag niet bedoeld is en ook niet kan worden ingezet om de beschreven loonkloof te dichten. Daarvoor is een structurele investering nodig.

Sociale partners hebben in 2018 laten zien dat zij de extra middelen die toen beschikbaar waren voor de lerarensalarissen, op een goede en snelle manier bij de leraren hebben laten landen. Partijen hebben daarvoor snel de goede cao-afspraken gemaakt. Daardoor is aantoonbaar iedere euro bij de leraren terechtgekomen. Onderdeel van het proces was dat met een onafhankelijk bureau werd vastgesteld hoeveel geld voor de afgesproken nieuwe salarissen nodig was. PO-Raad en de vakbonden hechten eraan om opnieuw op deze manier te kunnen handelen en om op gelijksoortige transparante manier verantwoording af te leggen bij beschikbaarstelling van middelen om de loonkloof te dichten.

Het manifest is ondertekend door PO-Raad, AOb, AVS, CNV Onderwijs en FvOv.

Bestanden bij dit nieuwsitem: 

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 16 maart 2021

Nieuwscategorieën