Medezeggenschapsraden krijgen meer rechten 

Medezeggenschapsraden (MR) in het onderwijs krijgen definitief meer inspraak. Zo krijgen zij adviesrecht bij benoeming en ontslag van bestuurder en moeten interne toezichthouders minimaal twee keer per jaar met de MR overleggen. De Eerste Kamer stemde deze week in met het wetsvoorstel Versterking bestuurskracht dat dit regelt. 

De nieuwe wet, die naar verwachting op 1 augustus van kracht wordt, geeft de MR daarnaast ook adviesrecht bij de vaststelling van de benoemingsprofielen van bestuurders. Die profielen moeten bovendien openbaar worden gemaakt. Verder moet de MR van het schoolbestuur een vaste vergoeding krijgen voor scholing en rechtsbijstand. Ook krijgt hij de bevoegdheid een besluit nietig te verklaren wanneer dat besluit zonder instemming van de MR is genomen terwijl die instemming wel nodig was geweest.

Op de website van de Rijksoverheid laat minister Jet Bussemaker (Onderwijs) weten blij te zijn met de nieuwe wet. ‘Met deze wet wordt de medezeggenschap beter in positie gebracht om een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van het onderwijs en het onderwijsbestuur. Want van meer betrokkenheid, inspraak en kritisch mee- en tegendenken van de gehele onderwijsgemeenschap wordt het onderwijs alleen maar beter’, aldus de bewindsvrouw.

De PO-Raad vindt het belangrijk dat medezeggenschapsraden en stevige plek hebben in het onderwijs, omdat zij een goede gesprekspartner en tegenkracht kunnen zijn voor het schoolbestuur. Goede medezeggenschap vraagt ook actie van een schoolbestuur. De PO-Raad is met haar leden in gesprek op welke manier zij hen daarbij het beste kan ondersteunen.

De PO-Raad benadrukt verder dat het voor goede medezeggenschap belangrijk is dat een MR ook daadwerkelijk een kritische tegenkracht kán zijn. Dat lukt alleen wanneer schoolbestuur en MR eigen taken houden en er geen verwarring van rollen ontstaat. 

Verzet tegen instemmingsrecht op hoofdlijnen begroting

De PO-Raad verzet zich om die reden tegen een aparte wetswijziging die de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) het instemmingsrecht geeft op hoofdlijnen van de begroting van schoolbesturen. Daarmee wordt de MR medeverantwoordelijk gemaakt voor de financiën van een bestuur. Ondanks een verworpen voorstel van D66 en SP eerder dit jaar, probeert het kabinet dit via deze wijziging alsnog te regelen.

Een andere reden waarom de PO-Raad tegen het voorstel is, is omdat erg onduidelijk blijft wat er verstaan wordt onder de hoofdlijnen van de begroting. In het wetsvoorstel staat beschreven dat ‘de verdere invulling van wat tot de hoofdlijnen van de begroting moet worden gerekend aan de scholen wordt overgelaten’. De PO-Raad voorziet dat deze onduidelijke formulering over de hoofdlijnen van de begroting tot verwarring gaat leiden en een constructieve dialoog tussen personeel en ouders met het bestuur juist kan belemmeren.

Verantwoordelijkheden niet goed belegd

Daarnaast kan een schoolbestuur klem komen te zitten tussen het veto van een (G)MR en haar Raad van toezicht. Zo is het bijvoorbeeld goed mogelijk dat een GMR een vaste verdeling van personele en materiële uitgaven (bijv. 85%/15%) eist. Als door krimp het bestuur zich genoodzaakt ziet om te snijden in personele lasten kan de GMR dit tegenhouden. Het bestuur moet dan een verlies de komende jaren presenteren die zijn intern toezicht niet zal accepteren.

De PO-Raad heeft deze reactie bij de minister en staatssecretaris van Onderwijs ingediend via een internetconsultatie. Wanneer zich nieuwe ontwikkelingen voordoen, zal de PO-Raad hierover via deze website berichten.

Laatst gewijzigd: 
woensdag 26 juli 2017

Nieuwscategorieën