Minister Bussemaker markeert start Werkplaatsen Onderwijsonderzoek


Op woensdag 14 september zijn de Werkplaatsen Onderwijsonderzoek officieel van start gegaan. Op basisschool ‘De Schakel’ in Utrecht hebben de betrokken schoolbesturen, directeuren, leraren, docenten, lectoren, hoogleraren en onderzoekers gezamenlijk het startschot gegeven. Het motto: ‘kennis maken, kennis delen’ staat centraal in deze tweejarige pilot. Ook Jet Bussemaker, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap was aanwezig.

Binnen deze pilot werken basisscholen, hogescholen en universiteiten vanuit een gelijkwaardige positie aan het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs. Hierbij vormen vragen uit de onderwijspraktijk de basis voor het onderzoek. De PO-Raad en het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) zijn initiatiefnemers. Meer info over de werkplaatsen

Opening startbijeenkomst

In het openingsprogramma stelt Simone Walvisch het doel van de werkplaatsen centraal: „De werkplaatsen gaan de vragen onderzoeken van het onderwijs zelf. Zo brengen we het wetenschappelijk onderzoek dichterbij de school en kunnen de uitkomsten van het onderzoek hopelijk bijdragen aan systematische kwaliteitsverbetering van het onderwijs.” Ze benadrukt dat het een uniek moment is, nu er consortia zijn gevormd waarin het primair onderwijs nauw samenwerkt met hogescholen en universiteiten.

Minister Bussemaker: „De werkplaatsen niet zozeer over onderzoek gaan, maar juist over de interactie tussen onderwijs en onderzoek.” Ook geeft zij aan dat de werkplaatsen aan de slag gaan met verschillende, belangrijke en actuele thema’s. „Ik heb zeer hoge verwachtingen van de resultaten,” aldus de minister.

Jelle Kaldewaij, directeur NRO, sluit het openingsprogramma af met de doelstellingen van het NRO ten aanzien van de Werkplaatsen Onderwijsonderzoek. „Het gaat niet alleen om het uitzetten en uitvoeren van onderzoek maar het is ook van belang om te zorgen dat het land in de praktijk.” Daarnaast wil het NRO de werkplaatsen gebruiken om een betere leeromgeving voor studenten te creëren en een bijdrage te leveren aan kennis binnen het onderwijs.

Doel van de werkplaatsen

De werkplaats uit Amsterdam gaat aan de slag met het thema diversiteit. Het doel van de werkplaats is het verrichten van onderzoek en het ontwikkelen van instrumenten en methoden op het gebied van diversiteit waar leerkrachten mee aan de slag kunnen. Ook wil de werkplaats een effectieve structuur creëren op het gebied van onderzoek en schoolontwikkeling, die ten goede komt aan de kwaliteit van het basisonderwijs.

De werkplaats uit Utrecht wil leerwerkgemeenschappen opzetten op onder andere de thema’s burgerschap en tweetalig onderwijs en wil een onderzoekende houding bij kinderen stimuleren. De leerwerk gemeenschappen zijn dichtbij de alledaagse werkelijkheid op school. Bovendien wil de werkplaats bijdragen aan verbetering van het onderwijs als impuls voor de po-scholen in Nederland.

De werkplaats uit Tilburg wil zorgen voor goed onderwijs voor (hoog)begaafde leerlingen. Onder andere door het tegengaan van onderpresteren van leerlingen maar hun juist gemotiveerd te houden. Overigens ligt de aanleiding niet alleen bij de leerlingen zelf, maar ook de leerkrachten. Zo hebben zij de wens om (hoog)begaafde leerlingen tijdig te signaleren en op de juiste wijze te kunnen stimuleren. Aanvullend wil de werkplaats ook bijdragen aan het beter opleiden van studenten in het kader van passend onderwijs.

Reflecteren en vooruitblikken

Op de bijeenkomst hebben de deelnemers uit de werkplaatsen onderling met elkaar gesproken over onder andere de rol van de leerkracht-onderzoeker en het verbeteren van de kwaliteit van onderwijs, schoolontwikkeling en-praktijkgericht onderzoek. Deelnemers uit de academische werkplaatsen Transformatie Jeugd van ZonMw reflecteerden op de inhoud van de gesprekken en hebben hun ervaringen op basis van 10 jaar Academische werkplaats gedeeld. Aansluitend heeft Ton Klein, directeur Oberon Onderzoek & Advies, een korte presentatie gehouden over het flankerend onderzoek dat onder andere de werkplaatsen volgt. Dit flankerend onderzoek evalueert de samenwerking tussen po-instellingen en hogescholen en universiteiten binnen de werkplaatsen en wat dit oplevert in termen van schoolontwikkeling.

De bijeenkomst werd afgesloten met de belangrijke opdracht voor de werkplaatsen om de regionale kennisinfrastructuur te verbinden met de landelijke kennisinfrastructuur. Hierbij is het van belang om een bredere doelgroep te bereiken dan de direct betrokkenen. „De werkplaatsen zijn the next step en iedereen moet daarvan kunnen profiteren,” aldus Gea Spaans, landelijk projectleider.

De PO-Raad houdt u op de hoogte van de ontwikkelingen binnen de Werkplaatsen Onderwijsonderzoek.

 

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 27 september 2016

Nieuwscategorieën