Minister Donner bevestigt problemen onderwijshuisvesting

06-12-2011

Op aandringen van de 2e kamer heeft minister Donner – vooruitlopend op de publicatie van het totale onderzoek naar het gemeentefonds – de kamer geïnformeerd over de resultaten van het onderzoek naar de cluster Educatie (waaronder onderwijshuisvesting valt).

In de brief geeft de minister aan dat er sprake is van forse problemen m.b.t. de onderwijshuisvesting. De PO-Raad ziet in de conclusies van de minister een bevestiging van het pleidooi van de PO-Raad voor een aantal aanpassingen in het bestaande stelsel. De PO-Raad pleit voor:

  • (opnieuw) invoeren van een recht op renovatie;
  • doordecentralisatie van het onderhoud aan de buitenkant;
  • een versterkte positie van schoolbesturen die aan een aantal criteria voldoen om volledige doordecentralisatie te realiseren;
  • de ontwikkeling van een kwaliteitstandaard ter vervanging van de bestaande financiële normering;
  • opzet van een kenniscentrum.

De minister heeft de kamer geïnformeerd over de volgende problemen:

  • meer dan de helft van de schoolgebouwen meer dan 30 jaar oud en laat het binnenklimaat van 80% van de scholen te wensen over;
  • het aantal verleende bouwergunningen voor scholen is de laatste jaren sterk afgenomen;
  • in de komende jaren is een groot aantal van de schoolgebouwen aan vervanging of renovatie toe;
  • De huidige gebouwen verhouden zich steeds minder met de onderwijskundige eisen die tegenwoordig aan een schoolgebouw worden gesteld;
  • Verder zijn de eisen aan bestaande bouw lager dan het huidige Bouwbesluit voor nieuwbouw. De oudere schoolgebouwen voldoen nu aan de minimale technische kwaliteitseisen op het moment van bouw, maar niet aan de huidige (maatschappelijke) normen voor een gezond binnenklimaat, de noodzaak van verdere uitbouw van het aantal brede scholen en de normen die de invoering van passend onderwijs met zich meebrengt.

Tevens stelt de minister vast dat uit ander onderzoek blijkt dat de kwaliteit van het binnenmilieu en de huisvesting een belangrijke voorwaarde is voor de kwaliteit van het onderwijs. Op dit moment investeert een aantal schoolbesturen zelf in de kwaliteit van de onderwijshuisvesting, terwijl dit niet hun verantwoordelijkheid is, aldus de minister.

Uit de brief komt verder naar voren dat de feitelijke gemeentelijke uitgaven voor Educatie ca. € 315 miljoen lager zijn op basis van de gemeentelijke begrotingen 2010 dan waar in de verdeling van het gemeentefonds rekening mee wordt gehouden. Het verschil tussen de feitelijke gemeentelijke uitgaven en de normatieve bedragen uit het gemeentefonds voor het subcluster onderwijshuisvesting bedraagt ca. € 150 miljoen en voor het subcluster

overige educatie ca. € 165 miljoen. Hoewel de onderbesteding daarmee iets lager uitkomt dan de cijfers zoals die uit de periodieke onderzoeksrapportage van BZK bleken, is er nog steeds sprake van substantieel minder uitgaven dan inkomsten. Voor de komende jaren mag verwacht worden dat gemeenten – gedwongen door de noodzaak tot bezuinigen – minder geld aan onderwijs zullen uitgeven.

Bij de brief zijn de resultaten gevoegd van een onderzoek naar de bouwkundige staat van de schoolgebouwen in Nederland. Uit het onderzoek blijkt dat het niveau van het buitenonderhoud en technische staat van het gebouw over het algemeen goed genoemd kan worden. Er is, aldus de onderzoekers, in het algemeen geen aanleiding om te veronderstellen dat scholen onvoldoende technisch worden onderhouden. Gelet op de beperkte steekproef van het onderzoek (slechts 12 gemeenten) en het feit dat het slechts gaat over de technische staat van onderhoud, mag aan de uikomsten van dit onderzoek een niet al te zwaar gewicht worden toegekend. Zoals de minister terecht zelf aangeeft zijn de problemen waar we mee te kampen hebben van een geheel andere orde.

Lees de brief >>

 
Laatst gewijzigd: 
maandag 12 december 2011

Nieuwscategorieën