Ministers: ‘Inkomsten en uitgaven primair onderwijs in 2018 in evenwicht’

‘De inkomsten en uitgaven van de schoolbesturen in het primair onderwijs waren in 2018 op macroniveau vrijwel met elkaar in evenwicht.’ Dat schrijven de ministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob (Onderwijs) in een brief aan de Tweede Kamer. Ze vinden het positief dat de schoolbesturen in hun begroting voor de komende jaren laten zien dat ze van plan zijn de reserves aan te spreken. Ook de PO-Raad is hierover positief omdat zoveel mogelijk onderwijsgeld ten goede moet komen aan de leerling. De PO-Raad constateerde eerder dat schoolbesturen minder voorzichtig zijn gaan begroten om middelen maximaal in te zetten voor het onderwijs.

De bewindslieden kijken in de brief van 14 oktober naar de financiële stand van zaken van de verschillende onderwijssectoren. Ze constateren dat van de extra investeringen in het primair onderwijs in 2018 bijna niets op de plank is blijven liggen. Zo kwam extra geld beschikbaar voor de verbetering van de salarissen (€ 270 miljoen) en voor de aanpak van de werkdruk (€ 99 miljoen). De ministers reageren hier positief verrast op, omdat het extra geld pas eind 2017 werd aangekondigd in het regeerakkoord. ‘Onderwijsinstellingen hebben er dus in hun begroting geen rekening mee kunnen houden.’

Tegelijkertijd erkennen ze dat er de afgelopen tijd veel focus heeft gelegen op onderwijsinstellingen met een mogelijk te hoge reservepositie waardoor een onterecht beeld kan ontstaan dat het primair onderwijs een rijke sector is. De PO-Raad onderschrijft dit.

De samenwerkingsverbanden realiseren in de afgelopen jaren een steeds minder hoog resultaat. De stijging van de gemiddelde liquiditeit en solvabiliteit van de afgelopen jaren stopte in 2018. De gemiddelde liquiditeit bij de samenwerkingsverbanden is in 2018 zelfs gedaald. Blijkbaar zijn de samenwerkingsverbanden in 2018 meer gaan uitgeven dan daarvoor, aldus de bewindslieden.

Toekomst

In hun brief kijken Van Engelshoven en Slob vooral vooruit: Hoe kunnen schoolbesturen beter hun inkomsten en uitgaven begroten en hoe kunnen de reserves in het onderwijs verder afnemen? De bewindslieden weten dat de bekostiging door het Rijk als onvoorspelbaar wordt ervaren. Verder horen ze van schoolbestuurders dat het niet eenvoudig is om bewust negatief te begroten. ‘Raden van toezicht, schoolleiders en medezeggenschap houden niet van rode cijfers.’ De ministers geven aan dat ze de bekostiging gaan vereenvoudigen en bezien hoe de communicatie over de bekostiging beter kan. Daarmee snijden de bewindslieden een belangrijk punt aan. Schoolbesturen geven al langere tijd aan dat onduidelijkheid over de ontwikkeling van de bekostiging, zowel gedurende het schooljaar als voor achtereenvolgende jaren, leidt tot verschillen tussen realisatie en begroting.

Van Engelshoven en Slob schrijven verder: ‘We vinden het van groot belang om de redenen voor de toenemende reserves helder te krijgen. Daarom hebben we toegezegd te onderzoeken waarom onderwijsinstellingen reserves aanhouden. Dit onderzoek is in volle gang en we sturen het rapport in december aan uw Kamer.’

Signaleringswaarden 

Om meer duidelijkheid te krijgen over reserves onderzoekt de inspectie methoden om per bestuur te bepalen wanneer diens reserves overmatig zijn. Daarmee zal ze een definitie opstellen van wat overmatige reserves zijn voor onderwijsinstellingen en samenwerkingsverbanden. De definitieve methode voor het bepalen van een signaleringswaarde per bestuur wordt in het voorjaar van 2020 vastgesteld. Een door alle partijen gedragen signaleringswaarde, die rekening houdt met sector- en bestuur specifieke factoren, zal volgens ons het landelijke én lokale gesprek van over de hoogte van de reserves een stap verder kunnen brengen, vindt de PO-Raad.

Acties hebben effect

Het primair onderwijs werkt verder aan het verminderen van de reserves. Zo heeft de PO-Raad besturen aangesproken die op het eerste gezicht mogelijk te veel reserves hebben en heeft ze een  handreiking ontwikkeld die besturen ondersteunt bij het bij het evalueren en verantwoorden van hun vermogenspositie. Daarnaast kijkt ze met haar leden hoe de kwaliteit van het bestuursverslag kan worden verbeterd (juist ook ten aanzien van reserves) en ontwikkelt ze een handreiking die het goede gesprek over de inzet van middelen tussen bestuur en intern toezicht kan faciliteren. In de Algemene Ledenvergadering van de PO-Raad op 21 november ligt een voorstel voor om te starten met de bouw van benchmarks voor schoolbesturen, die ook een belangrijke rol kunnen spelen bij het voorkomen van te hoge reserves. Deze benchmarks moeten ervoor zorgen dat een schoolbestuur zich – onder meer voor wat betreft reserves en vermogenspositie - kan vergelijken met andere schoolbesturen en hieruit lessen kan trekken.
De financiële prognoses van de sectoren voor de komende jaren duiden er op dat deze acties alvast effect hebben gehad.

 

Laatst gewijzigd: 
donderdag 31 oktober 2019

Nieuwscategorieën