Ministers van Onderwijs: behoud de lumpsum, versterk de verantwoording

De PO-Raad vindt dat verantwoording in het primair onderwijs beter kan én moet, maar denkt dat de brief van ministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob (Onderwijs) geen recht doet aan de complexiteit van de bekostiging in de sector. De ministers schrijven in een brief aan de Tweede Kamer dat ze het belang van de lumpsum inzien, maar dat ‘de balans tussen autonomie en verantwoording niet goed is.’ Ze komen daarom met een reeks maatregelen, waaronder wettelijke verankering, om de verantwoording te versterken. De PO-Raad gaat graag met de minister in gesprek over de voorgestelde maatregelen.

Autonomie en verantwoording

‘Bij de vrijheid van de lumpsum past een sterke verantwoording. De autonomie van schoolbesturen is een groot goed en geeft hen de mogelijkheid keuzes te maken die passen bij de lokale situatie, onderwijsconcept en de behoeften van hun leerlingen’, zegt Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad in reactie op de brief van de ministers van Onderwijs. Veel schoolbesturen zijn op de goede weg als het gaat om het publiceren van het jaarverslag, het vullen van Vensters en het gesprek aangaan met de omgeving. De schoolbesturen die hier nog niet mee aan de slag zijn gegaan, moeten nog de nodige stappen zetten. Bovendien moeten alle besturen meer inzicht bieden in de cijfers van de gehele sector.

De sectororganisatie vindt ook dat de bekostigingssystematiek simpeler moet worden zodat schoolbesturen beter zicht hebben op hoeveel geld ze jaarlijks te besteden hebben. Ook moet aan de voorkant duidelijker worden waarover schoolbesturen zich achteraf moeten verantwoorden. Eisen aan de verantwoording worden nu vaak achteraf gesteld, wanneer het geld al is uitgegeven. De complexiteit van de bekostigingssystematiek maakt het onnodig ingewikkeld voor schoolbesturen.

Den Besten: Ik vind het bovendien jammer dat de ministers voorbij gaan aan de balans in het advies van de Onderwijsraad. De Raad was heel duidelijk: lumpsum is het beste voor het Nederlandse onderwijs, de bekostigingssystematiek moet eenvoudiger en de verantwoording steviger. Daarbij maakt de Onderwijsraad de kanttekening dat er voldoende cijfers beschikbaar zijn, maar dat het door de complexiteit van de bekostiging ontbreekt aan inzicht. Dit is in het huidige stelsel niet de besturen aan te rekenen, maar vraagt ook naar een vereenvoudiging van de bekostiging.

Toereikendheid van de bekostiging

Ook vindt de PO-Raad het jammer dat een andere aanbeveling van de Onderwijsraad niet wordt overgenomen: een onafhankelijk onderzoek naar de toereikendheid van de bekostiging. ‘Het is zonde dat de ministers de aanbeveling van de Onderwijsraad om een onderzoek te doen naar de toereikendheid van de bekostiging laten liggen’, zegt Rinda den Besten. ‘Daarmee zou in één klap duidelijk worden of de bekostiging wel voldoet aan de maatschappelijke verwachtingen van het onderwijs.’

Instemmingsrecht op hoofdlijnen begroting

In de Kamerbrief wordt aangekondigd dat de medezeggenschap in het primair en voortgezet onderwijs op korte termijn instemmingsrecht op hoofdlijnen van de begroting krijgt. Het is nog onduidelijk wat er wordt verstaan onder de hoofdlijnen van de begroting. De PO-Raad vindt het belangrijk dat medezeggenschapsraden een stevige plek hebben in het onderwijs omdat zij een goede gesprekspartner en tegenkracht kunnen zijn voor het schoolbestuur. Dat lukt echter alleen wanneer schoolbestuur en MR eigen taken houden en er geen verwarring van rollen ontstaat. Als de MR medeverantwoordelijk wordt gemaakt voor de financiën van een schoolbestuur, vervagen rollen en loopt de medezeggenschapsraad het risico dat men taken van het intern toezicht op zich neemt. Een onderzoek van Oberon toonde bovendien aan dat ‘geen van de veldpartijen voorstander is van een instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting.’

Wettelijke verplichting benchmark

Nieuw is dat ministers de openbare benchmarks verplicht stellen. Schoolbesturen moeten de financiële gegevens aanleveren zodat ze geplaatst kunnen worden in de benchmark. Hierdoor wordt het voor schoolbesturen gemakkelijker het gesprek te voeren met medezeggenschapsraden, intern toezicht en andere direct belanghebbenden over overhead, reserves en bestuurskosten. Zij willen daarbij aansluiten bij ontwikkelingen die al in de sector plaatsvinden. Zo maken een aantal schoolbesturen in het primair onderwijs al gebruik van de benchmark van Berenschot. 'We waren als sector al begonnen met een benchmark van de uitgaven, maar moeten hierin nog flink wat stappen maken', aldus Den Besten.

‘Bij het inrichten van deze verplichte, financiële benchmark voor alle onderwijssectoren willen we de ruimte geven aan schoolbesturen om het verhaal achter de cijfers te vertellen’, schrijven de ministers. Daar kan de PO-Raad zich in vinden: alleen maar meer cijfers levert niet altijd meer inzicht op. Het verhaal achter de financiële gegevens vertellen is voor de schoolbesturen daarbij van groot belang. De sectororganisatie gaat graag met de minister in gesprek over hoe we de initiatieven die in de sector leven kunnen verbinden aan de plannen van de ministers.

Ook in de media is er aandacht voor de brief van ministers van Engelshoven en Slob. In de Volkskrant zegt Ewald van Vliet, voorzitter van het bestuurscollege van Lucas Onderwijs in Den Haag: 'Geen slecht idee, maar het moet geen bureaucratisch monster worden.' Ook het Financieel Dagblad heeft aandacht voor voorgestelde maatregelen van de ministers. 


 

Laatst gewijzigd: 
donderdag 18 oktober 2018