Monitor Goed bestuur primair onderwijs 2015 gepubliceerd

De Monitorcommissie Goed bestuur heeft in het najaar van 2015 een enquête onder alle schoolbesturen in het primair onderwijs gehouden. Uit de 483 reacties blijkt dat de sector zich steeds verder ontwikkelt op het gebied van Goed bestuur.

In het voorjaar van 2015 is op verzoek van de PO-Raad de onafhankelijke Monitorcommissie Goed bestuur gestart. Deze commissie monitort hoe de professionalisering van het bestuur zich in het primair onderwijs ontwikkelt, in hoeverre de Code Goed bestuur in de sector wordt nageleefd en hoe deze eventueel moet worden aangepast. Een van de methodes die zij hiervoor inzet is een enquête die zij in het najaar van 2015 heeft uitgezet onder alle schoolbesturen in het primair onderwijs. 483 schoolbesturen hebben de vragenlijst ingevuld.

Belangrijkste resultaten

Uit de resultaten van de enquête van de monitorcommissie Goed bestuur blijkt dat de sector zich steeds verder ontwikkelt op het gebied de professionalisering van bestuur. De belangrijkste conclusies op een rij:

  • Slechts twee procent van alle schoolbesturen had in 2015 geen vorm van intern toezicht georganiseerd. In 2011 was dit nog zeven procent. Een groot deel van de besturen (75 procent) is van mening dat de scheiding tussen bestuur en toezicht in de organisatie leidt tot heldere en hanteerbare rolopvattingen.
  • Een zeer ruime meerderheid van de besturen (90 procent) gebruikt een Code Goed bestuur. Bij 82 procent van deze besturen betreft dit de code van de PO-Raad. De overige tien procent van de besturen hanteert (nog) geen code.
  • Een onderdeel van de Code Goed bestuur is actieve openbaarmaking van het jaarverslag. In 2015 deed 76 procent van de besturen dit.
  • Bijna alle besturen betrekken stakeholders volop bij het formuleren van de bestuurlijke opgave. 

Reactie PO-Raad

Het verheugt de PO-Raad allereerst dat zoveel schoolbesturen de moeite hebben genomen om de vragenlijst in te vullen. Dit toont de betrokkenheid van de sector bij het thema Goed Bestuur. Dankzij deze hoge respons ontstaat een goed beeld van de ontwikkeling van Goed bestuur in de sector.

De PO-Raad is tevreden dat de ontwikkeling van Goed bestuur in de sector doorzet. De scheiding van bestuur en intern toezicht is sterk verbeterd ten opzichte van voorgaande jaren. Daarnaast tonen de resultaten duidelijk aan dat besturen zich verder ontwikkelen op het gebied van hun eigen professionalisering. Wat de PO-Raad wel zorgen baart is het feit dat een kwart van de schoolbesturen haar jaarverslag nog niet actief openbaar maakt. Zij roept hen op dat dit jaar wel te doen, conform de Code Goed bestuur.

Tot slot adviseert de monitorcommissie de PO-Raad om het bestuurlijk visitatiestelsel verder uit te werken. Dit neemt de PO-Raad ter harte. De eerste fase van dit project is vorige maand afgetrapt met de proefvisitaties van vier schoolbesturen. Met de ervaringen uit deze proefvisitaties gaat de PO-Raad in het najaar verder met een pilot.

Monitorcommissie Goed bestuur

Op 19 februari 2015 heeft het bestuur van de PO-Raad de Monitorcommissie Goed bestuur geïnstalleerd. In navolging op het advies van de commissie Meurs, gaat deze commissie monitoren hoe het staat met de professionalisering van schoolbesturen in het primair onderwijs. Peter van Lieshout, Hoogleraar Maatschappijwetenschappen aan de Universiteit Utrecht is voorzitter van de monitorcommissie. De commissie bestaat daarnaast uit Rene Bagchus (Directeur Burgerschap en Informatiebeleid ministerie van BZK), Fons Fluitman (directeur Laurentiusschool Breda), Thea Meijer (Voorzitter College van Bestuur SPO Utrecht), Mirko Noordegraaf (Hoogleraar Publiek Management Universiteit Utrecht) en John van der Vegt (Voorzitter College van Bestuur ROC Twente).

In deze oplegger geeft de monitorcommissie aan hoe zij de resultaten van het onderzoek interpreteert en hoe zij in 2016 verder zal werken aan haar opdracht.

Laatst gewijzigd: 
woensdag 9 maart 2016

Bestanden bij dit nieuwsitem: 

Nieuwscategorieën