Nadere info arbeidsvoorwaardenbudget 2009 PO

De sector CAO PO liep af per 1 augustus 2009. Deze sectorafspraken betreffen de primaire arbeidsvoorwaarden waarover de minister nu nog rechtstreeks overleg voert met de vakbonden. In dit overleg werd besloten om de beschikbare middelen voor 2009 te bestemmen als maatregelen ter intensivering van het Convenant LeerKracht.

Met deze kunstgreep is nu ruim 75 miljoen besteed aan verbetering van de arbeidsvoorwaarden. Het betreft een groot aantal verschillende maatregelen. Er is nu nog sprake van een onderhandelaarsakkoord waarvan het de bedoeling is dat die vóór 20 november a.s. wordt omgezet in een definitief akkoord.  

De maatregelen betreffen de gehele periode van 2009 vanaf 1 januari 2009. Dat gebeurt omdat een latere ingangsdatum zou leiden tot een relatief hogere doorwerking naar latere jaren terwijl de overheid voor 2010 nu nog graag uitgaat van het hanteren van de nullijn t.o.v. 2009. Een maatregel bijvoorbeeld die zou leiden tot een toekenning van € 600 in 2009 komt neer op een verhoging van € 50 per maand vanaf 1 januari 2009 en heeft dan als doorwerking naar 2010 ook het effect van € 50 per maand. Zou het ingaan per 1 augustus 2009 dan zou het een toekenning betreffen van € 120 euro per maand en zou de doorwerking een effect hebben van € 1440 op jaarbasis. De kosten zouden dan dus oplopen van € 600 per jaar naar € 1440 per jaar en dus een aanzienlijk hogere last voor 2010 met zich brengen. Daarom dus de ingangsdatum per 1 januari 2009.   Er wordt voor gezorgd dat de besturen tijdig over de middelen beschikken om deze extra kosten te kunnen betalen. Daarover verderop meer.  

Maatregelen
De middelen worden met ingang van 1 januari 2009 ingezet ten behoeve van de volgende maatregelen:

  • a. een intensivering van de effecten van de maatregel inkorting salarisschalen voor leraren via een gedifferentieerde verhoging van de schaalbedragen met gemiddeld 23 euro per maand.
  • b. een verhoging van de bindingstoelage voor leraren die volgens het maximum van de salarisschaal worden betaald met 28 euro per maand (OCW en de bonden onderkennen dat de verhoging van deze bindingstoelage de bestaande inpassingsproblematiek bij een benoeming in een hogere leraarsfunctie versterkt. Partijen zullen doen wat binnen hun mogelijkheden ligt om deze problematiek op te lossen.) 
  • c. een verhoging van de maandelijkse toelage voor directeuren met 23 euro.
  • d. een verhoging van de bedragen in de salarisschalen voor adjunct-directeuren met gemiddeld 70 euro per maand. 
  • e. een verhoging van de specifieke uitkering die het onderwijsondersteunend personeel jaarlijks ontvangt met 250 euro
  • f. een voortzetting van de eenmalige nominale uitkering ter gelegenheid van de dag van de leraar via een verhoging van de bestaande jaarlijkse uitkering in oktober met 90 euro.
  • g. in het kader van het wegwerken van de onevenwichtigheden in het loongebouw die door verschillende maatregelen zijn ontstaan: een verhoging van de voor het onderwijsondersteunend personeel geldende bedragen vanaf salarisschaal 9 met gemiddeld 34 euro per maand en een verhoging van de schaalbedragen voor de directeuren in de schalen DD en DE met gemiddeld 22 euro per maand

Ad a: De aanpassing van de schalen voor 2009 worden binnenkort gepubliceerd en zijn inmiddels al bekend bij de salarisbureaus zodat de uitbetaling spoedig geëffectueerd kan worden, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2009. De inkorting van de schalen die per 1 januari 2010 plaatsvindt leidt dus ook tot nieuwe schalen. Ook die schalen zullen spoedig bekend worden gemaakt.  
Ad b: De bindingstoelage van de leraar wordt verhoogd van € 328,47 naar € 715,21. Dit betreft niet de schaal-uitlooptoeslag, maar de bindingstoelage die in artikel 6.14 van de CAO PO aan de orde is. Bij de overgang naar een hogere schaal vindt de inpassing plaats op basis van het naasthogere bedrag in de nieuwe salarisschaal t.o.v. het salaris (actuele loonpeil) in de voorafgaande functie (CAO PO artikel 6.3 lid 4). Ministerie en bonden zullen doen wat binnen hun mogelijkheden ligt om deze problematiek op te lossen.
Ad c: De toelage van de directeur (CAO PO artikel 6.29a) wordt verhoogd van 275 naar 298 euro per maand.  
Ad d: De schalen van de adjuncten worden aanmerkelijk verbeterd. Deze schalen zijn inmiddels bij de salarisbureaus bekend zodat spoedige betaling met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2009 mogelijk is.  
Ad e: De eindejaarsuitkering voor het OOP gaat met 250 euro van 820,08 omhoog naar 1.070,28 voor de schalen 1 t/m 4 en ook voor 5 t/m 8 van 775,08 naar 1.025,28.  
Ad f: De bestaande nominale uitkering van € 110 in oktober voor iedere werknemer in het onderwijs in het kader van de dag van de leraar gaat naar € 200. Ook deze betaling volgt spoedig na het tekenen van het akkoord.  
Ad g: De schalen van OOP vanaf schaal 9 en hoger worden verbeterd. Dat gebeurt ook met de schalen DD en DE voor directeuren. Ook deze betaling volgt spoedig na het tekenen van het akkoord.  

Aanpassing bekostiging besturen

Het is duidelijk dat de betaling van deze maatregelen extra middelen vergen van de besturen en dan is het logisch dat de bekostiging daarop tijdig wordt aangepast. Daar is nu een ‘slimme’ oplossing voor gevonden. Om gedoe te voorkomen worden niet alle GPL bedragen nu weer opnieuw vastgesteld en allemaal nieuwe bekostigingsbeschikkingen rondgestuurd, maar wordt het betaalritme van de bekostiging van het budget Personeels- en Arbeidsmarktbeleid zo aangepast, dat daardoor voldoende extra geld bij de besturen terecht komt. Dan kunnen die daarmee de eenmalige extra uitgave in december 2009 die het gevolg is van deze maatregelen financieren en tegelijkertijd de hogere kosten vanaf 1 januari 2010 ook betalen. Met de nieuwe GPL die in juni wordt vastgesteld wordt dan met terugwerkende kracht de bekostiging formeel aangepast. Op deze wijze wordt ruimte gecreëerd om pas in juni te komen tot de definitieve vaststelling van de prijzen van de GPL over 2009-2010 (met daarin dan ook de mogelijke effecten van premieaanpassingen per 1 januari 2010 die nog bij voorjaarsnota vastgesteld moeten worden). Die aanpassing van de GPL moet dan alles weer rechttrekken met een eenmalige verhoging in verband met de maatregelen die gelden voor de periode 1 januari tot 1 augustus 2009. (Want het leidt (gelukkig) niet tot een aanpassing van de definitieve bedrage 2008-2009.) De aanpassing van het betaalritme betekent dat t/m december 2009 bijna 18% van het budget PA eerder wordt toegekend en dat komt overeen met de benodigde circa € 76 mln. De wijziging van artikel 47 van de Regeling bekostiging personeel PO 2009-2010 is al onderweg.  

Instrumenten meerjarenbegrotingen

We bestuderen nog de vraag of de instrumenten voor de meerjarenbegrotingen moeten worden aangepast. De inkomsten kunnen we niet verhogen zolang de GPL gelijk blijft. Dat de toekenning van de liquiditeit met het betaalritme verbeterd wordt, leidt als zodanig niet tot hogere inkomsten. Tegelijkertijd weten we dat de bijstelling van de GPL in juni 2010 wel tot een ophoging van de bekostiging leidt maar daarbij geldt bikkelhard dat wat erbij komt, weer net zo hard eruit is gegaan met de bijstellingen van de loontoekenningen die nu afgesproken zijn.   Vooralsnog is daarom het advies om de meerjarenbegrotingen niet bij te stellen, maar die te blijven baseren op de gegevens zoals die al bekend waren.    

'Was/wordt lijst' naar aanleiding van wijzigingen arbeidsvoorwaarden 2009 >>


Meer informatie: Bé Keizer      

Laatst gewijzigd: 
donderdag 20 oktober 2011

Nieuwscategorieën