Nadere kennismaking met Rinda den Besten

10-01-2013

Rinda den BestenDe Raad van Toezicht van de PO-Raad heeft op 19 december besloten om Rinda den Besten aan de Algemene Ledenvergadering voor te dragen als beoogd nieuwe voorzitter van de PO-Raad. Om haar nader voor te stellen aan de leden van de PO-Raad hebben we een paar vragen aan haar voorgelegd.

Wie is dat nou precies, die beoogd nieuwe voorzitter van de PO-Raad? Om maar bij het belangrijkste te beginnen; waar heb jij op school gezeten?

Ik ben geboren in Amersfoort en opgegroeid in Woudenberg, waar ik de Willem de Zwijgerschool bezocht. Later ging ik naar het vwo op het Corderius College te Amersfoort (en was Sjoerd Slagter [voorzitter VO-raad, red.] nog mijn leraar Biologie.. it's a small world!). Aan deze beide protestants-christelijke scholen bewaar ik warme herinneringen omdat ze mij, als dochter van twee lager opgeleide ouders, kansen gaven, nieuwsgierig leerden zijn en me stimuleerden om het beste uit mezelf te halen, Daar blijf ik mijn leraren en leraressen altijd dankbaar voor.

Wat heb je precies met onderwijs, je bent geen lerares geweest?

Ik heb mijn studie Nederlands in Utrecht wel gekozen met het idee om voor de klas te gaan staan, maar heb dat – afgezien van een jaar Nederlandse Taal en Cultuur gegeven te hebben op Trinity College in Dublin, en als vrijwillig docente Nederlands als 2e taal in het buurthuis – nooit daadwerkelijk gedaan. Ik heb vooral erg genoten van mijn rol als wethouder onderwijs in Utrecht van 2006-2010 waarin ik de onderwijswereld zeer goed heb leren kennen en gegrepen werd door de passie, bevlogenheid en enorme inzet die ik daar tegenkwam. Als moeder van twee dochters in de basisschoolleeftijd zie ik nu sowieso dagelijks wat een prachtige dingen er in een school plaatsvinden, dat wordt veelal onvoldoende gewaardeerd en dat vind ik enorm jammer.

Waarom maak je nu deze overstap vanuit de lokale politiek? Volgend jaar zijn de verkiezingen voor de nieuwe gemeenteraden.

Omdat het werken voor het primair onderwijs me enorm aanspreekt. In het primair onderwijs wordt voor kinderen de basis van hun verdere ontwikkeling gelegd. In mijn werk als wethouder, zeker in achterstandswijken, heb ik gezien hoe belangrijk onderwijs is voor de toekomstkansen voor kinderen. Onderwijs is eigenlijk de enige manier om maatschappelijk mee te doen en om verder te komen in het leven.

De kans om voorzitter te worden van de PO-Raad komt aan de ene kant een jaar te vroeg; het was mooi geweest om mijn tweede termijn als wethouder af te maken.
Aan de andere kant was ik toch beslist geen derde termijn van plan. Nu kan mijn opvolger in het Utrechtse college zich een jaar inwerken om ervaren de verkiezingen van 2014 in te gaan.

Hoe is er gereageerd op je overstap?

Heel positief! Ik heb meer dan 600 felicitaties ontvangen, vanuit alle hoeken van het land, vanuit allerlei geledingen van het onderwijs, maar ook vanuit jeugdzorg-, en sportorganisaties; belangrijke samenwerkingspartners voor het primair onderwijs wat mij betreft. Het is fijn te ervaren dat mensen het jammer vinden om me te zien vertrekken als wethouder, terwijl ze tegelijkertijd zeggen hoe goed deze nieuwe functie bij me past. Iedereen wenste me veel succes in deze sector die voor ons allemaal zo belangrijk is. Ik hoor ook verbazing: je gaat uit de politiek en wordt belangenbehartiger? Ik realiseer me terdege dat dit een totaal andere rol is, die ook een andere opstelling van mij vergt dan als politicus. Die keuze heb ik heel bewust gemaakt.

Bij de PO-Raad kwamen vooral mails met felicitaties binnen maar ook mails die zorg uitdrukten. In het laatste geval was de aanleiding voor de zorg een opiniestuk van jou uit 2009 over onderwijskwaliteit en artikel 23. Ben je verrast door die zorg?

Nee, verrast ben ik niet. Het is belangrijk dat de leden van de PO-Raad precies weten hoe ik in dit onderwerp zit. Daarom is het ook nadrukkelijk aan de orde geweest bij de sollicitatiecommissie. Ik geef toe dat de formuleringen in de column van 2009 nogal kras waren; dat is niet vreemd voor een politiek stuk in verkiezingstijd. Niet alleen de context, maar ook de rol die ik toen had was anders: ik was op dat moment onderwijswethouder in een stad met een aantal ernstige achterstandswijken. Daar wilde een schoolbestuur van buiten Utrecht, dat elders drie zeer zwakke scholen had, een nieuwe school stichten in de wijk Kanaleneiland. De regelgeving, gebaseerd op artikel 23, was zo dat ik geen enkele kans leek te maken om dat tegen te houden.

Ik had er grote problemen mee dat ik de kinderen uit die buurt niet kon beschermen. Het ging om achterstandsleerlingen die hun onderwijs hard nodig hebben om zich een plek te verwerven in hun wereld. Ik was daar boos over, ik gun alle kinderen het beste onderwijs. Het onderwerp speelde in meer gemeenten op dat moment. Ik heb toen ook intensief contact gehad met het toenmalige CDA-Tweede Kamerlid Jan Jacob van Dijk die een initiatiefwetsvoorstel indiende waarin geregeld werd dat nieuw bekostigde scholen na een maand al onder toezicht van de Inspectie van het Onderwijs worden gesteld. Dat wetsvoorstel is ondertussen aangenomen en zorgt dat de kwaliteit van het onderwijs direct een punt van aandacht is bij een nieuwe school.

Hier ben ik gelukkig mee: enerzijds blijft de verworvenheid van artikel 23 in tact, namelijk het recht van ouders om een school te stichten, maar is er toch een kwaliteitsgarantie ingebouwd zodat de kinderen niet de dupe worden.

Ik vind de verscheidenheid van het Nederlandse onderwijsstelsel een verworvenheid. Basisscholen zijn geworteld in de maatschappij. Sommige in een geloofsgemeenschap, andere in de buurt, altijd dichtbij de ouders en de kinderen. Onze scholen spelen een grote rol in de samenleving, als belangrijke ontmoetingsplek bevordert een school sociale cohesie. Dat is uniek en erg waardevol. Niet voor niets zijn wijken en dorpen in rep en roer als de laatste school moet sluiten.

Ook inhoudelijk moet er verscheidenheid zijn. Dat heeft een directe relatie met de kwaliteit van het onderwijs. Naar mijn idee moet elk kind op de basisschool voldoende basisvaardigheden leren, vooral taal en rekenen, om een zelfstandig leven te kunnen leiden. Maar onderwijs is meer dan taal en rekenen. Vaardigheden hebben inhoud en context nodig. En in ons systeem geven alle scholen op hun eigen wijze inhoud en betekenis aan het onderwijs.

Wat ik graag tegen de leden van de PO-Raad wil zeggen is dit: als ik voorzitter van de PO-Raad word, dan dien ik de vereniging en kom ik op voor de belangen van álle leden: bijzonder en openbaar, klein en groot, Randstad of platteland. En dat ga ik met groot plezier en 200% inzet doen, net zoals ik in mijn wethouderschap – immers gekozen in de gemeenteraad als politica van één politieke partij – er voor álle inwoners en alle schoolbesturen van Utrecht was.
Dit mag een ieder ook van de voorzitter van de PO-Raad verwachten: dat hij of zij opkomt voor de belangen van alle leden, in het belang van goed onderwijs voor alle kinderen. Dat is het motto van de PO-Raad, toch?

Van de politiek naar een brancheorganisatie. Je hebt als wethouder natuurlijk veel te maken gehad met belangenorganisaties; ga je nu aan de andere kant van de tafel zitten?

Ik zie dat niet als tegenstelling, ik trok ook vaak samen op met belangenorganisaties, richting Den Haag bijvoorbeeld. De PO-Raad is een belangenorganisatie, maar wel voor een breed maatschappelijk belang. Goed onderwijs voor elk kind, zodat elk kind zich maximaal kan ontplooien. Als wethouder onderwijs streefde ik dezelfde doelen na. Daar was ik bezig met passende en betaalbare voorzieningen in alle wijken, met brede scholen en door programma's als de verlengde schooldag. Ook vind ik de samenwerking tussen zorg en scholen cruciaal. Schooluitval is vaak een eerste signaal dat er iets mis is. In Utrecht heb ik gewerkt aan een betere samenwerking tussen scholen, maatschappelijk werk, jeugdhulpverlening, justitie en politie. Als voorzitter van de PO-Raad zal ik op dezelfde thema's actief zijn, maar dan vanuit een andere positie en op landelijk niveau.

Wat wordt straks je eerste boodschap als nieuwe voorzitter van de PO-Raad naar de Haagse politiek?

Ik zal hen zeggen dat het primair onderwijs een sector is die maximale support uit Den Haag verdient. Ik weet hoe hard er gewerkt wordt in de scholen. Ik heb het met eigen ogen gezien. Ik ben er van overtuigd dat de scholen meer onderwijskwaliteit kunnen bieden, als alle betrokkenen in en rond de school en alle overheden, lokaal en landelijk, dezelfde doelen stellen. En laat die verscheidenheid in de sector dan juist de kracht zijn. Dus niet elkaars tegenstellingen eindeloos benadrukken of uitvergroten, maar samen één echt sterke sector primair onderwijs zijn, zelfverzekerd en trots. Het onderwijs moet centraal staan, en de mensen die dag in dag uit werken in ons onderwijs moeten zich gesteund weten. Als nieuwe voorzitter van de PO-Raad wil ik me daar hard voor maken en graag die verbinding leggen.

Laatst gewijzigd: 
vrijdag 17 mei 2013

Trefwoorden

Nieuwscategorieën