Nederland kiest voor investeren in primair onderwijs

De politieke partijen die zich op voorhand uitspraken voor investeren in het (primair) onderwijs hebben bij de Tweede Kamerverkiezingen op 12 september een ruime meerderheid behaald. De SP en de PVV, de partijen die voor het (primair) onderwijs forse bezuinigingen hadden aangekondigd, komen samen op 30 zetels. Het CDA komt uit op 13 zetels. Deze partij wilde bezuinigen noch investeren in het onderwijs. Met deze stemverhouding heeft de kiezer zich uitgesproken vóór investeren in het primair onderwijs. De PO-Raad zal tijdens de formatie de (in)formateur blijven wijzen op deze keuze van de Nederlandse kiezer.

Over het doel van investeringen en de vraag waar het geld voor (her)investeren eventueel weggehaald zou moeten worden, is minder eenduidigheid. De VVD, de grootste partij, kiest voor prestatiebeloning (individuele bonussen voor sommige leerkrachten) en bezuinigen op Passend onderwijs. Voor deze plannen tekent zich echter geen meerderheid af in de Tweede Kamer. Prestatiebekostiging (financiering van de school op basis van leerresultaten) daarentegen komt terug in de programma's van zowel VVD als PvdA en D66. Deze partijen kunnen rekenen op een grote meerderheid.

In het lente-akkoord hebben de betrokken partijen aangegeven pas na 2014 van de nullijn voor leraren af te willen stappen, maar in de nieuwe Tweede Kamer worden veel zetels bekleed door tegenstanders van deze nullijn. Ook de huidige vorm van de fusietoets zal, gezien de standpunten van de PvdA, VVD en D66, weer ter discussie komen te staan. De PO-Raad juicht beide ontwikkelingen toe. De PvdA heeft onlangs al Kamervragen gesteld over de uitwerking van de fusietoets in krimpgebieden.

Welke regering uiteindelijk zal aantreden is vooralsnog niet duidelijk. Wel is zeker dat de algemene stemming in de Tweede Kamer zal zijn dat er geïnvesteerd moet worden in het primair onderwijs.

Laatst gewijzigd: 
donderdag 13 september 2012

Trefwoorden

Nieuwscategorieën