Nu noodpakket nodig tegen werkdruk en tekorten in funderend onderwijs

Scholen, leraren, ondersteuners en schoolleiders in het primair en voortgezet onderwijs staan voor een aantal urgente vraagstukken die het bieden van het beste onderwijs bedreigen. De gemene deler hierin is het nijpende tekort aan leraren en de hoge werkdruk. Om hier serieus werk van te kunnen maken, is een noodpakket nodig in de vorm van een totale investering van 423,5 miljoen euro nodig voor het begrotingsjaar 2020. Daarvan is 237 miljoen bedoeld voor het primair onderwijs. PO-Raad, VO-raad en de vakbonden doen in een brief een dringende, gezamenlijke oproep aan het kabinet om de noodzakelijke middelen hiervoor vrij te maken.

Met dit geld kan het primair onderwijs een belangrijke en broodnodige verdere stap zetten naar eerlijke salarissen voor alle personeel en het verkleinen van het loonverschil met het voortgezet onderwijs. (In 2020 is hiervoor 180 miljoen euro nodig, in 2021 is 280 miljoen). Cruciaal is ook dat leraren in het voortgezet speciaal onderwijs (vso) meer gaan verdienen. Het vso verliest nu leraren aan het reguliere voortgezet onderwijs. Kwetsbare kinderen worden daardoor extra de dupe van het lerarentekort. Specifiek onderdeel van het noodpakket is daarom 16,5 miljoen euro voor het vso.

Om het personeelstekort het hoofd te bieden, is het daarbij van groot belang dat ook de werkdruk verder omlaag gaat. De partijen vragen om de geplande verhoging van de werkdrukmiddelen naar voren te halen. Het gaat om 40 miljoen euro in 2020 en om 96 miljoen in 2021.

Met het noodpakket kunnen leraren in het voortgezet onderwijs minder uren lesgeven. Ook is dit geld bedoeld voor betere arbeidsvoorwaarden voor leraren in achterstandsgebieden. Deze scholen hebben nog meer dan elders grote moeite om goede leraren aan te trekken.

Bestanden bij dit nieuwsitem: 

Laatst gewijzigd: 
vrijdag 5 juli 2019

Nieuwscategorieën