OESO-rapport: Nederlands primair onderwijs presteert bovengemiddeld

26-06-2013

Uit vele internationale bronnen (OESO,  PIRLS,  TIMSS) weten we dat het Nederlandse primair onderwijs bovengemiddeld presteert. Dat blijkt opnieuw uit het nieuwste rapport van de OESO. Op 25 juni publiceerde de OESO de nieuwe editie van Education at a Glance (2013), waarin het Nederlandse onderwijs internationaal wordt vergeleken met onderwijsstelsels in landen over de hele wereld. 

De OESO constateert dat een hogere opleiding in alle landen tot meer kansen op de arbeidsmarkt leidt. Omgekeerd is de werkloosheid onder mensen in de leeftijdcategorie 25-34 jaar zonder startkwalificatie twee keer zo hoog als onder mensen mét een startkwalificatie. De PO-Raad stelt dan ook dat een kansrijke toekomst op de arbeidsmarkt begint in het primair onderwijs. Voor de toekomst van onze huidige leerlingen en voor de toekomst van de Nederlandse onderwijseconomie is het van het grootste belang letterlijk en figuurlijk te investeren in de ontwikkeling van ieder talent.

Education at a Glance 2013 laat zien dat het Nederlands Primair onderwijs bovengemiddeld presteert, met een uitgave per leerling dat net onder het gemiddelde ligt (€ 6.763 om  € 6.780). Tel hierbij op dat Nederland tot de top drie landen behoort met het hoogste aantal lesuren per schooljaar. In dat licht is te stellen dat leerlingen en leraren in Nederland goed presteren voor relatief weinig geld.

Contacturen

Minister Bussemaker houdt de Tweede Kamer voor dat  leraren door het hoge aantal lesurenminder tijd kunnen besteden aan hun verdere professionalisering. Aan de andere kant stelt zij ook dat het hoge aantal contacturen de kwaliteit van het onderwijs ten goede komt. Maar een land als Finland komt met minder contacturen tot nog betere onderwijsresultaten (9 –11 jarigen in Nederland 940 contacturen, in Finland 640 uur; voor 7-8 jarigen is het verschil zelfs nog iets groter. Bron: Trends in Beeld 2013, OCW). De PO-Raad vraagt zich daarom af of schoolbesturen en schoolteams niet meer ruimte moeten krijgen om lestijden en roosters aan te passen aan het onderwijskundig concept van betreffende school.

Kinderopvang

Ook opvallend is de tabel waarin landen worden vergeleken op het kenmerk van het aanbod voor het jonge kind (“early childhood education programmes”, Table C2.3.). Er zijn ongeveer evenveel landen die alleen onderwijsprogramma’s aanbieden als landen die volledig geïntegreerde programma’s (onderwijs en opvang) aanbieden. Nederland kent, net zoals Finland en Zweden, een mix aan voorzieningen. Bij de uitwerking van het kabinetsbeleid rondom peuterspeelzalen, kinderopvang en onderwijs lijkt het van belang de opmerkelijke verschillen die de OESO rapporteert nader te analyseren. De PO-Raad hecht eraan om met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Brancheorganisatie Kinderopvang, MO-Groep en betrokken departementen vanuit het belang van deze jonge kinderen tot stelselafspraken te komen die leiden tot de beste kwaliteit en toegankelijkheid voor kinderen.

Laatst gewijzigd: 
woensdag 26 juni 2013

Nieuwscategorieën