OESO vreest gevolgen Covid voor onderwijs

Over de impact van de COVID-19 pandemie op het onderwijs kan nog weinig gezegd worden. Maar de onderzoekers van het jaarlijkse OESO-rapport Education at a Glance vrezen voor bezuinigingen op onderwijs en effecten op onderwijsresultaten. We zetten de belangrijkste punten uit het rapport voor je op een rij.

De internationale vergelijking van onderwijsstelsels is gebaseerd op cijfers uit de jaren 2017 tot 2019. Daadwerkelijke effecten van de pandemie zijn nog niet bekend. Wel zeggen de onderzoekers het een en ander over het Nederlandse onderwijsstelsel en de gevolgen van corona op het onderwijs wereldwijd.

  • Er staat dit jaar weinig opmerkelijks in het rapport voor wat betreft de opbrengsten van het Nederlandse onderwijs. De cijfers wijken niet veel af van die in 2019. Het Nederlandse onderwijs neemt internationaal nog steeds een zeer sterke positie in.
  • Gemiddeld nemen 89% van onze 3-5-jarigen deel aan voor- en vroegschoolse educatie. Dat wijkt nauwelijks af van het OESO-gemiddelde van 88%.
  • Onze leraar-leerlingratio in de VVE ligt hoger dan gemiddeld. Op elke 14 jonge kinderen staat er in OESO-landen gemiddeld één leraar. In Nederland heeft die ene leraar 16 kinderen onder zijn hoede. We investeren minder dan gemiddeld in VVE: 6959 dollar per kind tegenover 9079 dollar gemiddeld. Onderzoekers van McKinsey constateerden dit ook en pleitten voor de zomervakantie voor verhoging van de investeringen in voorschoolse educatie (zie ook punt hieronder).
  • Onze totale onderwijsuitgaven liggen hoger dan het OESO-gemiddelde, namelijk 13809 dollar tegenover 11231 dollar per leerling. Maar, zo constateren onderzoekers van McKinsey in een onlangs verschenen rapport over de bekostiging van ons funderend onderwijs, de overheidsuitgaven in het primair onderwijs liggen relatief laag ten opzichte van andere OESO-landen en liggen zelfs onder het OESO-gemiddelde. In de OESO-cijfers wordt zichtbaar dat Nederland wat secundair en tertiair onderwijs betreft ver boven het gemiddelde investeert, maar de investeringen in het PO liggen rond het gemiddelde. De McKinsey-onderzoekers pleiten voor het verhogen van uitgaven aan pre-primair onderwijs omdat dat een groter effect op het uiteindelijke niveau van leerlingen heeft dan het verhogen van de uitgaven aan tertiair onderwijs. Investeren in voorschoolse educatie lijkt het een belangrijke manier om leerachterstanden op jonge leeftijd te bestrijden (Een verstevigd fundament voor iedereen, p.136)
  • Nederland heeft relatief veel jonge leraren: 15% van de leraren in het primair onderwijs is jonger dan 30. Het OESO-gemiddelde is 12%.
  • Nederlandse leraren verdienen minder dan gelijkgeschoolde professionals. Er zijn zelfs maar vier landen in de vergelijkingsgroep waar leraren primair onderwijs nog minder verdienen ten opzichte van andere gelijkgeschoolden. De salarissen van onze vo-leerkrachten kennen ook een achterstand ten opzichte van gelijk geschoolden, maar die zijn fors kleiner dan die voor hun collega's in het PO.
  • De Nederlandse scholen sloten 15 weken lang de deuren vanwege de corona-epidemie. Dat wijkt nauwelijks af van het gemiddelde van 14 weken. De OESO verwacht wel dat de scholensluiting in verschillende landen in verschillende mate effect heeft op de onderwijsresultaten.
  • De onderzoekers waarschuwen voor de effecten van COVID-19 op het onderwijs op de langere termijn. Een verwachte economische crisis kan leiden tot bezuinigingen op onderwijs. In Nederland is daarvan geen sprake.
  • Education at a Glance focust zich dit jaar op vocational education and training, wat in Nederland overeenkomt met ons mbo. Nederland heeft in vergelijking met andere landen een zeer hoog deelnamepercentage en dat draagt eraan bij dat Nederland voorzien is van een goed opgeleide beroepsbevolking.

Half september reageren de onderwijsministers op het OESO-onderzoek.

Laatst gewijzigd: 
maandag 14 september 2020

Nieuwscategorieën